Moslimomroepen zijn geen polderaars

Fethi Killi vindt de programma's die de publieke omroep uitzendt voor moslims niet om aan te zien. 'Ze halen van die goedkope programma's uit Engeland, bedoeld voor Indiërs en Pakistanen. Als Nederlandse belastingbetaler herken ik mij daar niet in. Dit is bijna een belediging voor de 800.000 moslims in Nederland.'


Killi is secretaris van de Stichting Moslimomroep (SMO), een van de vier partijen die de afgelopen anderhalf jaar probeerden om een vergunning te krijgen voor een islamitische omroep. Per slot van rekening zijn er ook aparte omroepen voor andere religieuze minderheden, zoals joden, hindoes en boeddhisten.


Maar die islamitische omroep komt er niet, besloot het Commissariaat voor de Media onlangs. De publieke omroep blijft ook in de toekomst de programmering voor moslims verzorgen.


'Wij hebben er echt alles aan gedaan om een moslimomroep van de grond te krijgen, maar tevergeefs', verzucht Jan van Cuilenburg, lid van het Commissariaat. De moslimomroepen in spé hebben allemaal een te kleine achterban, maar samenwerken stuit op principiële bezwaren. 'Ze moeten het polderen nog leren, heb ik wel eens gezegd.'


De islamitische organisaties vinden dat het Commissariaat met twee maten meet. Zo worden zij afgerekend op hun bereik onder moslimjongeren van de tweede en derde generatie. 'Bij de Joodse omroep vragen ze ook niet: richten jullie je wel genoeg op jongeren?' stelt Killi.


Radi Suudi, betrokken bij de Samenwerkende Moslim Organisatie Nederland (SMON), een andere aanvrager, vermoedt eveneens een dubbele agenda. 'Het Commissariaat verpakt het als een juridisch verhaal, maar daarachter gaan andere argumenten schuil. In Hilversum moeten omroepen verdwijnen. Grote politieke partijen vinden dat moslims geen zendtijd moeten krijgen.'


Het getouwtrek om de omroepvergunning begon toen de Nederlandse Moslimomroep (NMO) in 2009 na jarenlange hoogoplopende ruzies stopte met uitzenden en vervolgens failliet werd verklaard. Directeur Frank William moest opstappen op verdenking van fraude. Ook hun tegenhanger, de Nederlandse Islamitische Omroep, verdween daarna uit het bestel.


De SMO werkt nog steeds samen met een bestuurder die betrokken was bij de toenmalige NMO, Yahia Bouyafa. De Volkskrant concludeerde eind 2009 dat hij banden onderhoudt met de Europese Moslimbroederschap. 'Wij gruwen van fundamentalisme', stelt Killi, verwijzend naar het imago van de Broederschap. 'Maar het is ook conform het Hollands poldermodel dat Bouyafa bij ons aan tafel zit. Alle stromingen van de islam zijn bij ons vertegenwoordigd.'


Suudi van de SMON deed samen met de omstreden oud-omroepbaas William een mislukte poging om een islamitische ledenomroep op te richten. Hij vreest dat de huidige aspirant-omroepen nog steeds nadeel ondervinden van de perikelen met de NMO. 'De fouten die toen zijn gemaakt, worden nu gebruikt om een beslissing door te drukken die niet in het belang is van moslims of de publieke omroep.'


De SMON kreeg in de zomer van 2010 kortstondig een omroepvergunning. Het Commissariaat stelde als voorwaarde dat ze zouden samenwerken met Stichting Academica Islamica, drijvende kracht achter de ondertussen alweer gesloten Poldermoskee in Amsterdam. Om juridische redenen kan deze stichting zelf geen omroepvergunning krijgen, maar via de Poldermoskee worden veel moslimjongeren bereikt. Mohammed Cheppih, voorzitter van Academica Islamica, streeft naar een 'moslim-BNN'.


Maar de samenwerking bleek een struikelblok. Cheppih weigerde met de SMON verder te gaan, omdat daar 'vertegenwoordigers uit het oude moslimmedialandschap' rondlopen. Suudi protesteerde ondertussen tegen de naam die Cheppih voor de nieuwe omroep in gedachte had: OUMA. 'Veel Nederlanders associeren dat woord met fundamentalisme.'


Op 15 februari 2011, twee dagen voordat het Commissariaat bekendmaakte dat een moslimomroep in Nederland niet aan de orde is, werd Academica Islamica failliet verklaard. De torenhoge huurschuld van de Poldermoskee is de stichting teveel geworden.


Ondertussen mislukte ook de samenwerking tussen SMO en SMON, volgens het Commissariaat 'zonder overtuigende reden'. De SMO eist dat de SMON twee islamitische minderheidsgroeperingen erkent, de Alevieten (Turkse vrijzinnigen) en de Ahmediya. En de SMON heeft principiële bezwaren tegen het bestuursmodel van de SMO. 'We gaan niet inleveren op de scheiding van machten', zegt Suudi ferm.


Killi vindt dat het Commissariaat maar weinig oog heeft voor belangrijke godsdienstige verschillen. 'Ze werpen me elke keer voor de voeten: jullie maken ruzie met elkaar. Maar in de jaren zestig maakten christelijke omroepen ook ruzie. Nu moeten de Alevieten hun belangen uitvechten, en de Ahmediya, en de Sji'ieten, en de Soennieten ook. Dat hoort erbij, dat is polderen.'


Terwijl het Commissariaat moest beslissen over toelating van een islamitische nieuwkomer, staan de bestaande Hilversumse omroepen onder grote druk om te fuseren.


'Dat heeft geen enkele rol gespeeld bij onze besluitvorming', stelt Jan van Cuilenburg van het Comissariaat voor de Media. 'Maar ik kan me voorstellen dat het door de moslimomroepen wel zo wordt beleefd.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden