Moslimbaby's zijn veilig in de kerk

In de Centraal-Afrikaanse Republiek is de haat tussen geloofsgroepen zo opgelopen dat iedereen gevaar loopt. De Petruskerk in het dorpje Boali wil alle burgers bescherming bieden.

BOALI - Er is een meisje geboren. Ze is tweeënhalve week oud en ligt naakt in de armen van haar jonge moeder. Marie-Marcéline heet de baby. Marie, zoals de moeder van Jezus. En Marcéline, want dat is de voornaam van de moeder van meneer pastoor. Welluidende christelijke namen. Maar de ouders van het meisje zijn moslims.


Het kon niet uitblijven. Binnen in de St.-Petruskerk in Boali, een plaatsje op een kleine honderd kilometer ten noordwesten van de Centraal Afrikaanse hoofdstad Bangui, hangt nog steeds de regel uit het kerstliedje: 'Er is een kindeke geboren'. Sinds Kerstmis zijn in de kerk naast Marie-Marcéline nog twee kleintjes geboren.


Alledrie zijn het moslimkinderen. En alledrie konden ze in veiligheid ter wereld worden gebracht dankzij pastoor Xavier Fagba. Dat ging zo. In december openden leden van de christelijke militie Anti-Balaka in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) de jacht op moslims. Ook in Boali.


Een moslim rende in zijn eentje naar de pastorie van de Petruskerk. 'Wacht', zei de pastoor. 'Dan pak ik even de sleutel van de kerk.'


Pastoor Fagba, de christenpriester, gaf zijn moslimbroeder een plek om te schuilen. Niet lang daarna zochten ook honderden andere moslims hun toevlucht tot de kerk. Een aantal van hen is naar buurland Tsjaad vertrokken. Maar om precies te zijn 649 moslimmannen, -vrouwen en -kinderen verblijven nog altijd rond het altaar.


Xavier Fagba is op het moment in de hoofdstad om op krachten te komen en te proberen voedsel en andere goederen voor zijn ontheemden naar Boali te krijgen. Zijn taken worden waargenomen door Boris Wiligale.


Hij is nog maar 25 en studeert voor priester, maar in het dorp noemen ze hem al 'vicaris'. Getooid in zijn smetteloos witte priesterjurk geeft hij een rondleiding.


'We hebben er nooit aan getwijfeld of we moslims moesten opvangen', zegt Wiligale. 'We zijn allen kinderen van God en wij christenen geloven dat Jezus voor alle mensen is gestorven, ongeacht ras of geloof. Hopelijk komt die boodschap ook over bij onze politieke leiders. De Centraal-Afrikaanse Republiek is van ieder die hier woont.'


Dat laatste is in CAR een uitspraak waarmee steeds minder mensen het eens zijn. In Baoli, net als elders in het land, zijn de meeste moslims óf gevlucht naar het buitenland, óf gedood, óf in de Petruskerk terechtgekomen. Gemengde stellen, vroeger heel normaal, zijn in grote problemen gekomen. In de haat van het moment is de liefde het kind van de rekening.


Maar Ousmane Hamidou (34) en Pulchérie Kossy (25) zeggen samen de druk te zullen weerstaan. Hij is moslim, zij is christen. Hij draagt een cool, geel Adidasshirt, zij een fleurige sjaal om het hoofd.


Pulchérie geldt voor de Anti-Balaka als 'afvallige' en moet daarom ook in de kerk verblijven, net als de twee kinderen die zij uit een eerdere relatie heeft.


'Ik blijf christen, maar wij zullen als man en vrouw door het leven gaan', zegt Pulchérie. 'Toen de Anti-Balaka van mijn relatie hoorden, zeiden ze dat ik een slechte vrouw ben. Ik kreeg klappen. Mijn zus die erbij was, raakte zelfs flink gewond. Maar ik ben niet bang. Het feit dat Ousmane moslim is, maakt mij helemaal niets uit. En ook al zetten ze mijn familie onder druk, ik weet dat wij samen zullen blijven.'


Vicaris Wiligale hoort het van een afstandje aan. Zijn aandacht gaat uit naar een moslimgezin dat hem duidelijkmaakt dat het kleine rantsoen eten dat zij nu ontvangen nauwelijks toereikend is. Hij weet het. Maar veel hulp van buiten ontvangt hij nog niet. Gelukkig zijn er wel trouwe kerkgangers die af en toe zorgen voor een extraatje aan water, wat maniok of rijst.


De missen in de Petruskerk gaan gewoon door. Als de christelijke gelovigen willen bidden, schuiven de moslims hun tassen en slaapmatjes, ook die bij het tabernakel, even aan de kant. En de gebeden van de moslims vinden gewoon buiten of binnen in de kerk plaats. Op het altaar als het zo uitkomt. In een hoek van de kerk. Of bij het beeld van de maagd Maria.


In de pastorie wordt alles keurig bijgehouden. Sinds het begin van het geweld in CAR in maart vorig jaar, toen de noordelijke moslimrebellen van Séléka Bangui innamen, zijn in en rond Boali 156 mensen vermoord en 153 gewonden gevallen. Van 1.435 mensen zijn de huizen in brand gestoken. Eén vrouw is verkracht. En in de kerk zijn er dus drie nieuwe levens bijgekomen.


De Anti-Balaka in het dorp hebben een mondeling bestand met de kerkleiders bereikt en zeggen de moslims bij St. Petrus niet te zullen aanvallen. Hoe lang zij woord zullen houden, weet niemand. Maar voor het moment is het rustig bij het terrein, waar bij de poort enkele militairen van de Afrikaanse Unie de wacht houden. Zelfs varkens, hoe onrein die voor sommigen ook mogen zijn, lopen er ongestoord rond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden