Moslim van Turkse herkomst heeft met 29ste plaats op kandidatenlijst jeugddroom verwezenlijkt C. Cörüz: 'Wij in het CDA nemen elkaar niet de kerkmaat'

Coskun Cörüz rekent erop dat hij volgend jaar in de Tweede Kamer zit. Voor het CDA, want juist het feit dat die partij religieuze principes hanteert, maakt dat hij zich er als gelovig moslim prettig voelt....

Van onze verslaggeefster

Hella Rottenberg

AMSTERDAM

Op 34-jarige leeftijd is Coskun Cörüz er bijna in geslaagd te bereiken waarvan hij sinds zijn jeugd droomt: een politieke carrière met grootse perspectieven. Hij is op de 29ste plaats gezet van de CDA-lijst voor de Tweede Kamer, vóór vier zittende CDA-kamerleden.

Hij verbergt niet dat het hem liever was geweest als het CDA-bestuur hem hoger op de lijst had gezet, 'daar gá je tenslotte voor', maar hij rekent er wel op dat hem volgend jaar een hemelsblauwe zetel op het Binnenhof wacht.

Al bij de vorige verkiezingen deed hij een gooi naar het kamerlidmaatschap, maar kwam toen niet verder dan de 71ste plaats op de lijst. Dat schoot niet op, dus besloot hij zich te profileren.

Hij doorliep de CDA-kaderschool (cum laude, zegt hij trots), nam zitting in landelijke partijwerkgroepen en schreef columns in het partijorgaan. Enige bekendheid verwierf hij verder door als panellid mee te doen aan het televisieprogramma Het Lagerhuis. Hij toonde dat hij de debatingtechniek aardig onder de knie had.

Cöruö kwam in 1970, op z'n zevende jaar, naar Nederland. Zijn vader was vijf jaar eerder uit Abana, een visserplaats aan de Zwarte Zee-kust vertrokken. Zijn ouders gaven hem de gelegenheid te leren. En hij was ambitieus.

Op de middelbare school in Haarlem nam hij al bestuursbaantjes op zich. Hij ging rechten studeren in Amsterdam en greep elke kans aan om politieke en bestuurlijke ervaring op te doen.

Inmiddels heeft hij een indrukwekkende lijst van functies en nevenfuncties verzameld, variërend van voorzitter van de Stichting bijzondere leerstoel islam tot bestuurslid van Pax Christi. Gevraagd naar de mensen die hem gevormd hebben, zegt hij zonder een seconde na te denken: 'Mijn moeder.'

Als zijn politieke voorbeelden noemt hij Kennedy en Churchill, en in het CDA Lubbers en Schmeltzer. De Hoop Scheffer vindt hij ook goed, vooral als debater.

Hoe legt een gelovige moslim uit dat hij bij het Christelijk Democratisch Appél zijn politiek tehuis heeft gevonden? Toen Cörüz zich zo'n zeven jaar geleden als CDA-lid opgaf, vroegen z'n ouders bezorgd of hij overging op het christendom. Cörüz: 'Ik heb ze beloofd dat ik geen christen zou worden en verteld dat het CDA geen kerkelijke partij is, maar een partij van beginselen.'

In het begin kreeg hij negatieve reacties, zowel uit Turkse kring als uit het CDA, dat evenmin wist wat een moslim bij christenen te zoeken had. 'Maar', zegt hij in gepolijst jargon, 'wij, in het CDA, nemen elkaar niet de kerkmaat.'

Juist het feit dat het CDA religieuze principes hanteert, maakt dat hij zich er als gelovige prettiger voelt. Hij hoefde zijn moslim-jas niet af te leggen.

Hij vergelijkt zijn keuze met die van Turkse en Marokkaanse ouders die hun kind liever naar een rooms-katholieke basisschool sturen dan naar een openbare. 'Normen en waarden. Solidariteit. Gerechtigheid.'

Hij wijst er op dat in 1994 een steekproef uitwees dat 34 procent van de Turkse Nederlanders CDA stemde. Het CDA blijkt aantrekkingskracht uit te oefenen op allochtonen. In Arnhem meldden zich onlangs 52 Turken gelijktijdig als lid aan. Dat werd verdacht gevonden.

Cörüz: 'Eerst krijgen allochtonen het verwijt dat ze niet zichtbaar zijn en zich niet bemoeien met de politiek. Op het moment dat ze zich melden, heet het infiltratie. Dat gaat te ver. Er is een sfeer aan het ontstaan van omgekeerde bewijslast. Het is goed dat mensen worden gescreend, maar het dreigt door te slaan. Het zou jammer zijn als dit zou leiden tot isolement en het oprichten van eigen partijen.'

Hij ontkent niet dat er extremistische Turkse organisaties in Nederland actief zijn en ziet daarvan het gevaar. 'Contacten met het land van herkomst zijn natuurlijk. Pas na een vierde generatie kun je volledige integratie verwachten. Maar het mag niet zo zijn dat buitenlandse groepen de positie van allochtonen in Nederland bepalen. Als je hier woont, moeten je bakens hier liggen, niet aan de Bosporus.'

Vorige week publiceerden de journalisten Stella Braam en Mehmet Ülger een boek waarin zij suggereren dat de invloed van Grijze Wolven veel verder reikt dan in Nederland wordt gedacht. Cörüz noemt het beeld dat zij schetsen 'zeker geen karikatuur'. 'Dat het wordt uitgezocht is een goede zaak. We moeten het scherp in de gaten houden.'

Zelf denkt hij dat vooral achttienjarigen gevoelig zijn voor religieuze of nationalistische ideeën, maar dat het merendeel van de Nederlandse Turken geneigd is moslim te blijven en tegelijkertijd mee te draaien in de Nederlandse maatschappij. 'Die groep zal het grootst worden', meent hij stellig.

Over omstreden kwesties doet hij liever geen uitspraken. Hij heeft geen standpunt, zegt hij, over het ontslag van de als liberaal te boek staande A. van Bommel als directeur van de Nederlandse Moslim Omroep. 'Dat was een zaak van het bestuur. Ik zit alleen in de programmaraad en ken de stukken niet.'

Op de vraag of hij zou willen opkomen voor allochtone homo's, voor wie onlangs een opvangadres is opgezet, antwoordt hij eerst ontwijkend: 'Voor mij staat de mens centraal. Het hangt ervan af wat ze zouden vragen. Ik zou geen lid worden van hun club.' Na nog wat aandringen zegt hij het er moeilijk mee te hebben. 'Ik ben er nog niet uit. Je moet ook contra kunnen zijn. Het lijkt alsof dát niet mag.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden