Morgen weer een nieuwe

Een vlakje van 5 bij 8 centimeter, en daar dan elke dag iets moois in: de ontwerpers van Gorilla worstelen met een flinke opgaaf....

Dat ze bij hun aantreden moesten afrekenen met een erfenis die er niet om loog, hadden de ontwerpers van Gorilla zelf ook al wel bedacht. Bovendien zijn de lezers van de Volkskrant van meet af aan nooit te beroerd geweest om hen fijntjes op hun tekortkomingen te wijzen: ‘Dit is simpelweg niet leuk, niet grappig en vrij vervelend’, zoals een van hen de redactie meteen maar liet weten.

En dan was er natuurlijk nog die redactie zelf, die het er op gezette tijden ook best even wilde inwrijven: zo’n hoekje op de voorpagina, dat is niet zomaar iets – daar hebben altijd grote meneren gestaan.

Dus gaven ze, in de voetsporen van onder anderen Godfried Bomans, Hugo Brandt Corstius, Jan Mulder en Remco Campert, op 2 oktober 2006 meteen maar een even ironisch als zelfbewust statement af. Hun allereerste ‘mini-affiche’ op de voorpagina van de Volkskrant werd besloten met de woorden: ‘Never mind Jan Blokker. Never mind CaMu. Here’s Gorilla.’

Ze doen het nu alweer bijna anderhalf jaar. Pepijn Zurburg, Richard van der Laken, Herman van Bostelen, het onder de naam Lesley Moore werkzame ontwerpersduo Karin van den Brandt en Alex Clay: vijf dertigers die zes dagen per week hun visie op de grote en kleine wereldgebeurtenissen samenvatten op een vlakje van 5 bij 8 centimeter. Met enig tromgeroffel wordt vanavond in De Balie, Amsterdam, de eerste bundeling van dat werk gepresenteerd: De wereld volgens Gorilla.

Opgetast in hoge stapels staat het boek alvast op het kantoor van de Designpolitie, het ontwerpbureau van Zurburg en Van der Laken. De inkt dampt ervan af. ‘Als je het zo ziet’, lacht Van der Laken, ‘dan lijkt het heel wat.’ Aan tafel wil hij, met Zurburg en Clay, best even een tussenstandje opmaken. Vijf-, zeshonderd Gorilla’s hebben ze intussen vervaardigd. Hoe bevalt het?

Van der Laken: ‘De balans is soms moeilijk te vinden. Dan reken je erop dat er bij de lezer een kwartje valt, terwijl dat bij nader inzien helemaal niet zo blijkt te zijn.’

Zurburg: ‘Je kunt het ze ook niet kwalijk nemen. Toen wij voor dit boek alles weer eens op een rijtje zetten, moesten we ook vaak bij onszelf te rade gaan: jongens, waar sloeg dit ook alweer op?’

Clay: ‘Maar het leuke van zo’n boek is dat het een geheugensteun kan zijn voor wat er gebeurde in de afgelopen periode. Dat je zegt: o ja, dat was er allemaal aan de hand, en zo belangrijk vonden we het.’

Zurburg: ‘Ons werk is een balans tussen elke dag scherp zijn, elke dag een 10 willen halen, en het besef dat dat onmogelijk is. Elke dag een 10, dat lukt gewoon niet.’

Clay: ‘Maar toch moet je het proberen. Je moet wel je niveau halen.’

Zurburg: ‘Of je nou een heel goeie Gorilla hebt gemaakt of een heel slechte: morgen is er weer een dag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Daar worstel ik weleens mee, hoor. Je maakt een tekening, en morgen ligt ie bij het oud papier.’

Van der Laken: ‘Gelukkig hebben we nu een rooster. Een van ons is steeds verantwoordelijk voor de Gorilla van morgen, en een ander fungeert als klankbord. In het begin bemoeide iedereen zich met alles. Zaten we met zijn allen voor het beeldscherm te duwen en te trekken. Daar werd je helemaal gek van.’

Zurburg: ‘Het gebeurt nog steeds wel dat je plaatjes voorbij ziet komen en er iets over wilt zeggen, maar in principe doen we dat niet meer met zijn allen tegelijk.’

Clay: ‘Als jij de maker was en je kreeg vier verschillende reacties, zat je toch algauw met je handen in het haar.’

Zurburg: ‘Wat ook wel gebeurde: dat er om een uur of vier ’s middags zes voorstellen lagen. Oké, dacht je dan: ik moet eigenlijk nog beginnen, dus alles wat ik verzin, moet beter zijn dan wat er al ligt. Nou, eh, dat werkt behoorlijk, eh...’

Van der Laken: ‘Uithollend.’

Desondanks heeft Gorilla school gemaakt – niet alleen onder lezers van de krant en bezoekers van de website, maar ook onder grafisch ontwerpers. Vakgenoten uit binnen- en buitenland beloonden het team van Gorilla in korte tijd met een aantal prijzen.

Zurburg: ‘Toch kan ik me voorstellen dat collega’s, mensen die getraind zijn in het omgaan met beeld, vaker geneigd zijn te denken: goh, wat is dit flauw.’

Clay: ‘Ja, of dat ze denken: dat is makkelijk, dat kan ik ook. Maar ik geloof dat dat gevoel toch wel een beetje gekeerd is.’

Van der Laken: ‘Kijk maar naar die prijzen, de buitenlandse tijdschriften die er aandacht aan hebben besteed. Er zijn overzichtsboeken waarin Gorilla is opgenomen.’

Zurburg: ‘Ik geloof dat er intussen best veel enthousiasme is. Buitenlandse vakgenoten, mensen die ons niet kennen, zeiden: wauw, dit staat elke dag in de krant!’

Van der Laken: ‘Als ze zeggen: wat is het fantastisch dat jullie die plek hebben, dan kunnen we dat alleen maar beamen. Zo is het ook. Dat wij iets kunnen zeggen over wat in Nederland of in het buitenland gebeurt, hoe moeilijk het af en toe ook is – dat op zichzelf is een heel bijzondere situatie.’

Stelling nemen gaat hen niet moeilijk af. Kaatsen er een paar zinnetjes over PvdA-leider Bos over tafel, dan zie je het plaatje er op zeker moment bijna vanzelf uit tevoorschijn komen. Maar de grootste uitdaging is toch het creëren van een band met de lezer.

Clay: ‘Onze taal is abstracter dan die van een striptekenaar. Afstandelijker. Een striptekenaar kan terugvallen op vaste karakters, zoals je in NRC Handelsblad ziet bij Fokke en Sukke. Dat is bij ons anders. Maar we willen wel voortdurend het gevoel hebben dat de lezer zich aangesproken voelt.’

Zurburg: ‘Dat wordt de komende tijd heel belangrijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden