Morgen heersen de Provincialen op aard

Altijd sta je weer versteld van het virtuoze taalgebruik van politiciBijna twee jaar geleden hadden Wouter Bos en Job Cohen een ontmoeting in de bodega Keyser aan het Museumplein. Niet lang daarna, op 12 maart 2010, maakte Cohen bekend dat hij zich kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap van de PvdA, wat tevens betekende dat hij niet langer burgemeester van Amsterdam kon zijn.


Aanvankelijk was het de bedoeling, zo heb ik uit goede bron begrepen, dat Bos en Cohen van positie zouden wisselen. Bos wilde graag burgemeester worden, maar de partij wilde dat niet. Zo'n ruil zou een rare indruk maken, aangezien Bos juist de Haagse politiek had verlaten met het argument dat hij meer tijd aan zijn gezin wilde besteden. Die houding werd beschouwd als een vaandelvlucht. Bovendien is ook een Amsterdamse burgemeester veel van huis en vandaar dat de PvdA ten slotte koos voor Van der Laan.


De kandidaatstelling van Cohen pakte spectaculair uit in de peilingen. Binnen een paar dagen bleek meer dan de helft van het electoraat Cohen te beschouwen als de toekomstige minister-president. Ook de PvdA steeg. Sommige sociaaldemocraten voorspelden enthousiast dat hun partij 40 zetels zou halen. Tenslotte bleef de PvdA met Cohen op 31 zetels steken, één minder dan de VVD, die de grootste partij werd en daarom het initiatief in de formatie mocht nemen.


Tevens werd in die campagne de populariteit van Emile Roemer geboren. Anders dan Cohen bleek Roemer niet te hakkelen en zienderogen ontwikkelde hij zich tot de gezellige oom uit de jaren vijftig, die je op je verjaardag op schoot nam en je een rijksdaalder gaf.


Op dit ogenblik is de SP van Roemer in de peilingen de grootste partij van ons land, bijna twee keer zo groot als de PvdA. Om het tij te keren heeft de PvdA, naast Cohen, een arbeideristische voorzitter benoemd in de persoon van Hans Spekman. Ook hij herinnert aan de jaren vijftig en het is daarom niet verrassend dat hij met een zekere vertedering wordt bekeken.


Ook bij de PVV, die evenzeer aan de SP verliest, zijn ze wakker geworden. Geert Wilders noemde de SP 'een wolf in schaapskleren', waarop Roemer antwoordde dat hij niet verbaasd was door die kritiek, aangezien 'een kat in het nauw rare sprongen maakt'.


De wolf en kat, je staat altijd weer versteld van het virtuoze taalgebruik en de originele vergelijkingen die onder politici gangbaar zijn. Ik zou tegen Roemer willen zeggen: verkoop de huid nooit voordat de beer geschoten is. En tegen Wilders: pas maar op, als twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. Ik las trouwens ook bij Wilders dat zijn 'broek ervan was afgezakt', en ik wacht nu op de vernietigende tegenaanval waarmee wordt vastgesteld dat Wilders daardoor 'lelijk in zijn hemd staat'.


Er staat ons nog een harde woordenstrijd te wachten. Die is wat mij betreft opnieuw opgelaaid door de opmerking van Roemer: 'Vraag maar in de Kalverstraat. Niemand voelt zich Europeaan.' Mijn collega René Cuperus is het onlangs in de Kalverstraat gaan navragen en uit zijn kleine enquête bleek dat veel voorbijgangers zich wel degelijk Europeaan voelen (O&D, 9 januari).


De enormiteit van Roemer is natuurlijk ook niet bedoeld om een werkelijkheid te beschrijven - dat gebeurt zelden in de politiek - maar om het provincialistische karakter van de populistische partijen te onderstrepen.


Zowel de PVV als de SP komt uit het zuiden van ons land. De PVV is geworteld in Limburg, de SP in Brabant. De plaatsnamen die opkomen, zijn Venlo en Oss. Zowel de leider van de PVV als van de SP heeft een uitspraak waarin een zachte gé hoorbaar is. Beide partijen hebben een duidelijke afkeer van wat zij als centralisme beschouwen. Vandaar dat zij zo weinig mogelijk van Brussel willen weten. Daar zitten politici die over onze hoofden heen regeren, en ambtenaren die niets anders doen dan ons geld verspillen.


Het geheime PvdA-wapen Hans Spekman heeft deze trend nu ook ontdekt. Het partijbureau moet weg uit 'de grachtengordel'. Een kleine reportage op het partijbureau toonde ons gelaten medewerkers, die hun mooie locatie moeten verlaten voor een uitgewoonde slagerswinkel in De Baarsjes of een verlaten kerkgebouw in Lutjebroek.


Terwijl grote delen van provincies demografisch leeglopen, boekt in de politiek een openlijk provincialisme het ene succes na het andere. Daarom is het tijd voor een nieuw strijdlied: 'Makkers, ten laatste male/ tot den strijd ons geschaard/En al die Provincialen/ zullen morgen heersen op aard!'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden