Morele taak in zorg gedijt in de dialoog

Professionals in de zorg willen minder bureaucratie en meer ruimte voor eigen handelen, maar ook steun en overleg bij hun zeer normatieve omgang met patiënt en cliënt, zo stelt Evelien Tonkens vast....

Vrijwel alle verkiezingsprogramma’s bepleiten meer ruimte voor professionals in de publieke sector. Minder bemoeienis van managers, minder bureaucratie. Dit is een majeure overwinning van de (nauwelijks georganiseerde maar wel druk schrijvende) beweging die daarvoor de afgelopen jaren pleitte. Blijkbaar luistert de politiek soms, hoera! De boodschap dreigt echter nu te simpel te worden opgepakt. De meeste pleitbezorgers hadden er wel een paar voorwaarden aan verbonden. Zonder die voorwaarden is meer ruimte voor professionals een riskante onderneming.

Neem de vmbo-docent die eerst een kwartier lang tevergeefs zijn klas tot stilte maant, en de leerlingen ten einde raad maar laat joelen, zingen, telefoneren en elkaar treiteren, en zelf wegduikt achter nakijkwerk. Of neem de jongerenwerker die lastige jongeren in het gareel houdt door af en toe een klap uit te delen. En die doet of hij niet merkt dat jongeren seks tegen Breezers ruilen, want wat moet hij ermee?

Of neem de verzorgende in het verpleeghuis die ’s ochtends talloze rinkelende bellen voor hulp moet negeren omdat er onvoldoende personeel is. Wat moeten zulke professionals met meer ruimte? Het is hoog tijd dat zij niet meer van hun werk worden gehouden door tijdvretende registratieverplichtingen en inhoudsloze vergaderingen. Maar zo gauw dat lukt, dringen andere problemen naar de voorgrond. Als we die niet erkennen, schieten zulke professionals met meer ruimte weinig op.

Eerste probleem is dat jarenlange bezuinigingen, verwaarlozing en overvraging de kwaliteit en het professioneel elan hebben aangetast, vooral in de probleemwijken. Hogere salarissen, zoals sommige partijen voorstellen, zijn belangrijk, maar niet voldoende. De professionaliteit moet verbeterd: hogere opleidingseisen, systematische bijscholing en intercollegiaal beraad. Een goed voorbeeld vormen de Rotterdamse stadsmariniers: hoge ambtenaren worden daar de moeilijkste wijken ingestuurd om de sociale problemen op straat aan te pakken.

Maar ook de best getrainde professionals gaan door meer ruimte niet noodzakelijk beter presteren. Van het geïnstitutionaliseerd wantrouwen en de daarmee gepaard gaande controlegekte door managers en bureaucraten moeten we af, maar controle en verantwoording blijven nodig. Politiek en organisaties moeten daarom werk maken van nieuwe, meer democratische en leerzame vormen van controle en verantwoording, van spiegelgesprekken en cliëntenpanels tot en met visitaties.

Het lastigste en klemmendste probleem is echter van morele aard, blijkt uit het gisteren verschenen boek Handboek moraliseren. Burgerschap en ongedeelde moraal. Veel professionals in de publieke sector verkeren in een moreel isolement, soms zelfs een vacuüm. Terwijl de steeds sterkere roep om normen en waarden, zoals respect en fatsoen, vooral bij hen terechtkomt. Die roep staat haaks op de neoliberale gedachte van de jaren tachtig en negentig, waarin moraal een privézaak was, en burgers zelf het beste wisten hoe te leven. De overheid en professionals dienden zich moreel afzijdig te houden.

Momenteel is de moraal helemaal terug. Maar hoe moraliseren moet, is een grote vraag. Wat moet een jongerenwerker jongeren eigenlijk bijbrengen, hoe kan hij bereiken dat ze naar zijn boodschap luisteren? Mag een begeleider van gehandicapten zich ermee bemoeien als een zelfstandig wonende cliënt nooit groente of fruit eet?

Veel professionals worstelen met deze vragen, blijkt uit een rondgang in diverse hoeken van de publieke sector. Ze vinden het wel hun taak normen en waarden te ontwikkelen en uit te dragen, maar ze hebben nauwelijks ijkpunten en nog minder uitwisseling hierover. Ze moraliseren, maar veelal onbeholpen, eenzaam, weinig reflexief en soms willekeurig. ‘Ik mag weer wat vinden, vertelt een maatschappelijk werker. ‘Dat is natuurlijk eng, omdat je zo op je eigen waarden en normen wordt teruggeworpen.’ Je eigen normen? Alleen als de samenleving professionals moreel laat zwemmen, maar wel frontaal aanvalt zodra een kind door mishandeling overlijdt.

Professionals moeten weer relaties kunnen aangaan met burgers, in plaats van te verdrinken in bureaucratische monsterorganisaties. De veranderde gezagsverhoudingen maken dit noodzakelijk. Van bovenaf normen opleggen, wil de professional niet meer en de burger pikt dat evenmin. Er zal een vorm van ‘dialogisch moraliseren’ ontstaan. Die kan alleen in hechte, persoonlijke relaties tot bloei komen.

Professionals hebben niet alleen ruimte nodig om hun zware morele taken uit te voeren, maar vooral ook steun, en een duidelijk maatschappelijk mandaat. Ook moet worden voldaan aan voorwaarden als scholing, voldoende personeel, democratisering, collegiale uitwisseling en ruimte voor relaties. Ten slotte is ook een publiek en professioneel debat noodzakelijk over wat we in moreel opzicht eigenlijk verwachten van professionals.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden