Morele heiligheid

Altijd was ik braaf en beleefd. Nooit verliet ik een winkel zonder op zijn minst iets volstrekt overbodigs te kopen....

Laatst hoorde ik een verhaal uit een oud televisieprogramma met een verborgen camera, Poets, of zoiets klassieks. De programmamakers hadden voor een bakkerswinkel een aanbieding bedacht: een doos slagroomsoesjes voor de aantrekkelijke prijs van één gulden. Bestelde je die soezen, dan pakte de bakkersvrouw een grote kom slagroom, nam een hap en blies de slagroom hoogstpersoonlijk met haar mond in de soezen.

De meeste mensen betaalden braaf en liepen met soezen en al de deur uit. En dat, denk ik, zou ik zelf ook doen. Vervolgens wilt u natuurlijk weten of ik die soesjes dan ook zou opeten. Neen, dat zou ik natuurlijk niet. Buiten gekomen, zou ik ze onmiddellijk met doos en al in de prullenbak gooien, mijn handen wassen en nooit van mijn levensdagen meer soesjes eten. Maar braaf betalen en beleefd groeten, ja, dat wel.

Deze maand is er echter een einde gekomen aan die brave volgzaamheid van mij. Het verval zette in toen ik een opstel schreef op verzoek van een club die de wereld wil redden. Uit pure morele voortreffelijkheid offerde ik wekenlang mijn vrije tijd aan ze op, schreef belangeloos een hoogstaand artikel, dat met andere idealistische opstellen werd gebundeld en uitgereikt aan de dalai lama. Of aan de paus. Of aan Alexander Pechtold, ik weet het niet meer precies.

Van deze bijeenkomst kreeg ik vooraf natuurlijk bericht. Ik las de brief met gevoelens van grenzeloze liefde voor de hele mensheid, totdat ik toekwam aan de laatste zin: ‘Wij gaan ervan uit dat u bij deze bijeenkomst niet aanwezig zult zijn.’ De glimlach van verheven menslievendheid bevroor pardoes op mijn gezicht. Wel, g, riep ik.

Dit bericht over mijn ongewenste aanwezigheid bleek het begin van een lange rij beledigingen en krenkingen die ik, ondanks mijn niet aflatende inzet voor mens en maatschappij, had te verduren. Het hielp niets dat ik nachtenlang doorwerkte, kilo’s afviel, mijzelf wegcijferde en mijn eigenbelang schandelijk verwaarloosde. Als ik even wilde ademhalen, kreeg ik kwade brieven van weldenkende organisaties dat ik mee moest werken. ‘We kunnen geen andere vrouw vinden.’

Wat bezielde die mensen? Had Moeder Teresa geweigerd aan hun plan bij te dragen? Was Florence Nightingale weer eens te beroerd om iets voor ze te doen? Ach, hoe gul en onzelfzuchtig ik was, en hoe weinig erkenning ik kreeg voor mijn goedheid. Het maakte me zo verdrietig dat ik deze week op het punt stond mijn computer het raam uit te keilen en te laten exploderen op het dak van mijn buurmans Audi. Alleen mijn verantwoordelijkheid voor het milieu weerhield me.

In het tijdschrift American Philosophical Quarterly vond ik gelukkig een artikel over morele heiligheid, ‘Moral Saints, Moral Monsters, and the Mirror Thesis’, dat inzicht gaf in mijn eigen gemoed. De auteur boog zich over het artikel ‘Moral Saints’ uit 1982 van de filosoof Susan Wolf; dat bleek nu opnieuw het middelpunt te zijn van een verhitte discussie onder geleerden.

In de vorige eeuw was Susan Wolf nog uitermate sceptisch geweest over het belang van goede mensen. ‘Ik weet niet of er morele heiligen bestaan’, schreef ze. ‘Maar als ze bestaan, dan ben ik blij dat ik, noch de mensen die mij lief zijn, tot dezulken behoren.’

Natuurlijk, schreef Wolf, heiligen zijn geduldig, behulpzaam, gastvrij, onbevooroordeeld en gelijkmatig, maar ze besteden zo veel tijd aan de moraal dat ze niet meer toekomen aan de ontwikkeling van hun eigen persoonlijkheid. Wanneer lezen ze eens een meeslepende roman, wanneer oefenen ze hun backhand? Bruisend gezelschap vormen ze niet, de heiligen.

Nu, bijna dertig jaar later, snappen de eigentijdse filosofen best wat Woolf bedoelde. Ze wilde ons, brave burgers, behoeden voor de frustratie en stress die onvermijdelijk toeslaan wanneer we altijd aan anderen denken, en nooit aan onszelf. Bovendien is heiligheid een vorm van dwangneurose die gemakkelijk uit de hand kan lopen.

Zo verwijst de filosoof Liam Begley naar het gedrag van fanatieke nonnen door de eeuwen heen. Hun inzet voor de mensheid leidde niet alleen tot vasten en zelfkastijding, maar ook tot het drinken van bekers met pus, het aanvegen van de vloer met hun tong en het verbranden van de eigen genitaliën met kokende olie. ‘Eenmaal in het bezit van zulke feiten’, schrijft Begley, ‘lijkt het erop dat we wel kunnen meegaan in de gedachte van Susan Wolf dat men, op zijn minst, kan overdrijven in het streven naar heiligheid.’

Toch oordelen veel hedendaagse filosofen en filosofiestudenten streng over het standpunt van Wolf. Je moet heiligheid en goedheid niet zo snel met het badwater van het fanatisme weggooien, vinden ze. Je kunt wel zeggen dat de mens nu eenmaal onvolmaakt is, en dat heiligen saai zijn, maar daarmee verhef je de ethische luiheid van mensen tot deugd.

Deze gestrengheid beviel me. Er zijn al te veel psychologische en spirituele benaderingen die alles goed vinden wat we doen – zolang we maar gelukkig zijn. Dat juist niet je eigen geluk centraal moet staan bij je beslissingen, maar het geluk van anderen, is dan ook een verfrissende gedachte die in het maatschappelijk gesprek voor veel licht en lucht zou kunnen zorgen.

Jawel, hoe betreurenswaardig ik me eerder die dag ook had me laten gaan, na het bestuderen van deze strenge aanpak was ik weer helemaal opgevrolijkt. Ik besloot mezelf zo hard en meedogenloos achter de vodden te gaan zitten dat ik eindelijk een geduldig en gelijkmatig mens word.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden