Moralistische media

De Nederlandse media krijgen geen ereplaats in het rapport van het NIOD over Srebrenica...

Maud Effting

Ze hadden een 'versimpeld beeld' van het conflict. Er was 'te veel moraal', er waren 'te weinig feiten, te veel standpunten, te weinig analyse, te veel emotie'. Een weerwoord uit de journalistiek.

H

ET beeld: uitgemergelde, wanhopige mannen achter prikkeldraad in Omarska. Zij vormden het symbool van de oorlog in Bosnië. Het waren Engelse televisiebeelden van Moslims die door de Serviërs gevangen werden gehouden in een kamp. In de zomer van 1992 ging het beeld de hele wereld over.

Het gevolg: opwinding in de media. 'BELSEN 92', kopte de Daily Mirror op de voorpagina. Vergelijkingen werden gemaakt met Auschwitz, Dachau, Treblinka. De termen Holocaust en 'death camp' vielen. Dat het kamp later in Trnopolje bleek te staan en de beelden mogelijk waren gemanipuleerd, veranderde daar niets meer aan.

In de Nederlandse media bracht 'Omarska' een omslag teweeg in het denken over de oorlog in voormalig Joegoslavië. Wat tot dan steeds een complex conflict was geweest, veranderde in een strijd tussen good guys, de Moslims, en bad guys, de Serviërs. Journalisten begonnen 'politiek activisme' te bedrijven, constateert het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in zijn rapport. De stemming was: er moet nú worden ingegrepen. 'Dezelfde mensen die vóór die tijd beweerden dat Joegoslavië een wespennest was, en dat je de oorlog moest laten uitwoeden, werden een paar weken later de grootste pleitbezorgers van interventie', zegt Jan Wieten, een van de UvA-wetenschappers die voor het NIOD onderzoek deden naar de rol van de media in de kwestie-Srebrenica.

In december 1992 maakten Brandpunt, Reporter en Kruispunt een avondvullend - en volgens sommigen tendentieus - programma onder het motto 'Ingrijpen of niet?'. Van 1993 tot 1994 sloot de actualiteitenrubriek Hier en Nu haar wekelijkse uitzending in totaal 54 keer af met het zinnetje: 'En nog steeds wordt er niet ingegrepen...' Maar 'politiek activisme' deed zich al eerder voor. Op oudjaarsdag 1991, pleitten vier journalisten van de Volkskrant en NRC Handelsblad (Ewoud Nysingh, Anet Bleich, Peter Michielsen en Elsbeth Etty) in vrijwel gelijkluidende artikelen op bevlogen wijze voor een afvaardiging van Europese vredesactivisten naar het strijdtoneel.

Was dat erg?

'Het wás een oorlog tussen good guys en bad guys', zegt journalist Bart Rijs, die destijds het conflict voor de Volkskrant versloeg en nu correspondent is in Moskou. 'Niet dat de good guys nou zo verschrikkelijk goed waren en de bad guys verschrikkelijk slecht. Maar er was wel een groot verschil tussen de strijdende partijen - dat blijkt ook uit uit de jurisprudentie van het Joegoslavië-Tribunaal. Ik heb ook altijd gepleit voor ingrijpen. Maar wel voor krachtig ingrijpen.'

Ook NOVA-verslaggever Willem Lust, die destijds voor RTL Nieuws werkte, was voor interventie. 'Het ingrijpen heeft later namelijk wél tot het einde van de oorlog geleid. Niet tijdens Dutchbat, nee. Maar dat was geen interventie. Interventie betekent dat je je ermee bemoeit. Niet dat je voedselpakketten uitdeelt. Toen er eenmaal een snelle interventiemacht kwam, was het heel snel afgelopen.'

Het NIOD lijkt niet verrukt over de kwaliteit van berichtgeving in de Nederlandse media. De media hadden volgens de UvA-onderzoekers een 'tamelijk stereotiep, versimpeld beeld' van het conflict en van de oplossingen. Er was 'te veel moraal', er waren 'te weinig feiten, te veel standpunten, te weinig analyse, te veel emotie'. Volgens de onderzoekers zijn Nederlandse journalisten gevoeliger voor moreel-superieure argumenten dan hun collega's elders. Praktische, 'realpolitieke' bezwaren werden te gemakkelijk van tafel geveegd; nadelen van interventie, die wél werden genoemd, kwamen daardoor onvoldoende uit de verf.

In de journalistiek vindt die verklaring weinig weerklank. 'Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat daar genocide werd gepleegd', zegt toenmalig Volkskrant-commentator en buitenlandredacteur Anet Bleich. 'En dat er dus wel degelijk een reden was om in te grijpen.' Bart Rijs: 'Ik vind het juist de taak van de media - vooral van commentatoren - om te pleiten voor moreel-superieure oplossingen. Al moet je niet besluiten tot luchtfietsen.'

Gerri Eickhof, die voor het NOS Journaal voormalig Joegoslavië verschillende keren bezocht, verklaart de neiging tot moralisme vooral uit een gebrek aan oorlogsverslaggevers in Nederland, dat geen militaire traditie kent zoals Groot-Brittan nië of Frankrijk. 'Er zijn weinig krijgsmachtexperts of specialisten die weten hoe een geweer er uitziet. Daardoor is er relatief veel aandacht voor ethische zaken.

'Ik had nog nooit iemand gezien die was geraakt door een brandbom', vertelt hij. 'Dat wilde ik delen met de rest van de wereld. Laten zien hoe verschrikkelijk dat is. Je hebt de mogelijkheid om het vast te leggen, en dan doe je dat. De verleiding om het aan te zetten is groot. Maar daar moet je heel voorzichtig mee zijn. In de loop der jaren ben ik daar meer context bij gaan geven.'

Het is wijsheid achteraf, maar de meeste geraadpleegde journalisten menen dat ze de nadelen van interventie door het licht bewapende Dutchbat onvoldoende hebben belicht . 'Over het algemeen hebben we het conflict heel adequaat verslagen, maar ik verwijt mezelf dat ik het bedroevende mandaat van Unprofor te weinig aan de kaak heb gesteld', zegt Willem Lust. Sommige aspecten werden ook veronachtzaamd, zoals de rol die de Bosnische Kroaten in het conflict speelden. 'De media zijn op een breed terrein tekortgeschoten in hun onderzoek naar hoe het er in Srebrenica aan toeging', zegt Cees Labeur, destijds eindredacteur van Hier en Nu. 'We namen het gewoon voor lief dat Dutchbat daar zat, en iedereen hoopte dat ze veilig terug zouden keren.'

Tijdens het vertrek van het eerste Dutchbat-bataljon kreeg Eickhof een aanwijzing dat de missie weleens kon mislukken. 'Een commandant zei tegen me dat die missie indruiste tegen alles wat hij had geleerd. Maar dat weigerde hij voor de camera te vertellen. Het Journaal wilde het daarom niet meenemen. Bovendien moesten we nog verder met die mensen.'

Er waren ook grote praktische problemen. Srebrenica was slecht toegankelijk, en het was er gevaarlijk. Vrijwel alle media zaten in Sarajevo, waar de voorzieningen, de straalverbindingen, de telefoons waren. In Srebrenica was niets.

Sarajevo zóóg de journalisten, die niet vrij waren van kuddegedrag, naar zich toe. Bovendien werkten de Serviërs de komst van de Nederlandse media tegen. 'Ik heb voorafgaand aan de val zes weken lang tevergeefs geprobeerd om naar Srebrenica te komen', zegt Lust. 'Ja, ik kon natuurlijk door de linies proberen te rennen, maar zo ver wilde ik niet gaan.'

Rijs probeerde het eveneens, vele malen. Ook via Defensie. 'In Den Haag werd ik weggehoond door de voorlichter, Bert Kreemers. Wat ik wel niet dacht, ik kon de situatie daar destabiliseren, enzovoort. En als ik met Karremans in Srebrenica belde, zei hij steeds: ''Alles gaat goed.'' Of hij zei: ''We hebben hier één probleem. De pindakaas is op, en daarom kunnen we geen satésaus meer maken.'

Pas na de val van Srebrenica bezochten de eerste journalisten de enclave. Het waren uiteindelijk buitenlandse journalisten, zoals David Rohde, die de massaslachtingen aan het licht brachten. De Nederlandse media wierpen zich, geprikkeld door de doofpotcultuur, vooral op Dutchbat en Defensie, en de interne stammenstrijd in Den Haag.

Kan het beter? Lust, Rijs en Eickhof denken van wel. '2Vandaag, Netwerk en NOVA zouden samen moeten werken', zegt Lust, 'want hoe is het in godsnaam mogelijk dat er geen vaste correspondent voor de publieke omroep in Joegoslavië zat? Zoiets zou ons nooit meer mogen gebeuren.'

Er moeten journalisten komen die gespecialiseerd zijn in crisisverslaggeving, vindt Rijs. 'Daarbij moeten we ook letten op militaire kennis. Ik heb er een jaar over gedaan om een in- en een uitgaand schot van elkaar te kunnen onderscheiden.' Eickhof verwijt zichzelf dat hij in het begin slecht geïnformeerd was. 'Ik ging niet als een toerist door Bosnië, maar ik liep daar bij wijze van spreken wel op klompen. De eerste keer dat ik Bosnië in ging, wist ik niet eens dat ik er was. God ja, ik had wel een slagboom gezien, maar die stonden overal langs de weg. Op die manier zou ik niet snel meer naar een conflict gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden