Moord vergeten? Vergeet het

Het geheugen is geen ongrijpbaar raadsel meer, stellen psychologen...

De wetenschap weet al veel over het complexe proces van herinneren. Helaas wordt met die kennis in de rechtbank nog bitter weinig gedaan. Met pijnlijke gevolgen.

Een mengeling van fascinatie en frustratie onderstreept de woorden en gebaren van Harald Merckelbach en Marko Jelicic. De fascinatie geldt het zelfdenkende geheugen dat volgens eigen wetten door verleden en heden slingert, op zoek naar logica en heelheid. En op zijn weg verzint, verdraait, suggesties accepteert en dit alles als waarheid ervaart, om die logica en heelheid te creëren waar ze ontbreken.

De frustratie betreft het onvermogen van justitie om rekening te houden met de creatieve en complexe aard van herinneringen. De twee wetenschappers ervaren ergernis over de vele rechtszaken waarvan ze de dossiers bestudeerden omdat hun oordeel was gevraagd. Het zijn zaken waarin haperende geheugens werden vertrouwd, goede geheugens gewantrouwd of slechte verhoortechniek een herinnering implanteerde.

Bovendien misten getuige-deskundigen vaak de actuele en relevante kennis om dit alles te overzien. Kan een rechter vervolgens de deskundige en zijn verhaal niet op waarde schatten, dan is dat het recept voor onterechte vrijspraken en veroordelingen.

Zoals die van Kees B. die zes weken geleden vrijkwam. Drie jaar had hij gezeten voor een gruwelijke misdaad die hij niet had begaan, de 'Schiedamse parkmoord'. Toen de 10-jarige Nienke Kleiss en de 11-jarige Maikel in een park in Schiedam speelden, werden ze plotseling overmeesterd door een man die hen seksueel misbruikte. Daarna wurgde hij de kinderen. Nienke overleed, Maikel hield zich dood en overleefde.

Kees B. bekende, ontkende later, maar werd veroordeeld. Hij is nu vrij omdat een nieuwe verdachte, aangehouden voor een ander vergrijp, en passant ook deze moord heeft bekend. Zijn DNA komt overeen met dat onder de nagels van Nienke.

Dr. Marko Jelicic, neuropsycholoog aan de Universiteit Maastricht: 'Kees B. was in de buurt en is pedoseksueel. Hij was een goede verdachte. Hij is vervolgens zo langdurig verhoord dat hij heeft bekend.'

Trucs Prof. dr. Harald Merckelbach, rechtspsycholoog, eveneens Maastricht: 'Deze zaak toont de enorme waarde die juristen hechten aan een bekentenis. Terwijl uit experimenten blijkt dat het vrij makkelijk is om gezonde, intelligente mensen een valse bekentenis te laten afleggen. Om ervanaf te zijn, of omdat ze er zelf in gaan geloven. Niet alleen door hardhandig op te treden, maar juist ook met subtiele psychologische trucs, zoals het aandragen van vals bewijs. Wat vooral goed werkt, is de verdachte laten twijfelen aan zijn geheugen.'

De Schiedammer parkmoord is uitgebreid in het nieuws geweest, mede door een fel rapport en het boek dat rechtspsycholoog prof. dr. Peter van Koppen schreef over het in zijn ogen rammelende proces. Op zijn website www.om.nl geeft het Openbaar Ministerie een andere lezing van het verhaal. En voegt daaraan toe: '(...) dat de heer Van Koppen het dossier (...) heeft benaderd en geanalyseerd vanuit zijn professie van psycholoog. Opsporing en vervolging geschieden niet volgens rechtspsychologische beginselen doch volgens de regels van strafrecht en strafvordering.'

Daarmee stipt het OM precies aan wat Merckelbach, Jelicic en anderen zo frustreert. 'Het is wrang dat harde kennis, onder andere over het geheugen, niet wordt meegenomen in rechtszaken. Is iemand met een kogel in zijn hoofd die ontwaakt uit coma, een goede getuige? Kan iemand na 48 uur nog een dialoog navertellen? Daar heeft de wetenschap veel over te vertellen', zegt Merckelbach.

Half maart publiceren Merckelbach en Jelicic Hoe een CIA-agent zijn geheugen hervond en andere waargebeurde verhalen - geheugenverlies in en buiten de rechtszaal (euro 26,90; Uitgeverij Contact; ISBN 9025426611). In een eerder boek, Hervonden herinneringen, met prof. dr. Hans Crombag, haalde Merckelbach de in therapie gecreëerde herinneringen aan incest onderuit. Nu is het onder andere 'acute dissociatie' dat bij Merckelbach en Jelicic de alarmbellen doet rinkelen. Merckelbach: 'Normaal gesproken zijn bewustzijn, handelen en geheugen geïntegreerd, maar bij dissociatie lopen ze uit de pas. Je doet allerlei dingen en je bent er niet bij met je bewustzijn of je kunt het je later niet herinneren.

'Dissociatie maakt een opmars in de rechtszalen. Het appelleert bij rechters aan een achterhaalde psychologie die zij nog kennen. Langdurig onderdrukte emoties zouden ertoe kunnen leiden dat iemand ineens, in een black-out, impulsief en gewelddadig handelt.'

'Zulke ideeën zijn deel van de folklore en die folklore wordt deels door de rechtbank geaccepteerd. Dat wordt nog eens gevoed als getuige-deskundigen die hun vakgebied niet hebben bijgehouden, zeggen dat zoiets kan. Zoals in de Assense wurgmoordzaak (zie kader). Daar leidde het verhaal zelfs tot vrijspraak. Voor advocaten is dat interessant. De laatste jaren komt het herhaaldelijk voor dat zij een verdediging bouwen rond dat begrip acute dissociatie.'

Jelicic: 'Het geeft daders een excuus en ze komen sympathieker over. Het heeft een doel. Dat maakt dat je de diagnose sceptisch moet bejegenen. Meestal is het besodemieterij.'

Het is goed dat elke patiënt serieus wordt genomen', benadrukt Merckelbach. 'Maar in juridische context moet echt meer oog komen voor de mogelijkheid dat we voor de gek worden gehouden.'

Volgens de twee bestaat dissociatief geheugenverlies voor een delict niet. Op zijn best is het extreem zeldzaam, in elk geval zeldzamer dan het aantal malen dat verdachten zich erop beroepen.

Cultuurkloof Acute dissociatie wordt op zijn beurt nogal eens verklaard als een gevolg van een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Jelicic: 'Daar kun je iemand op testen.'

De patiënt of verdachte moet daarvoor wel worden doorgestuurd naar de juiste specialist. En als het het geheugen betreft, is de juiste specialist een psycholoog met recente kennis, zeggen Merckelbach en Jelicic met klem. Dat is volgens hen wat misging in veel van de casussen die zij de afgelopen jaren bestudeerden.

Maar hoe kunnen rechters en rechters-commissarissen voor iedere zaak beoordelen wie de juiste getuige-deskundige is? Moeten ze daartoe niet zoveel actuele kennis van de wetenschap hebben dat die deskundige overbodig zou zijn? Dat valt wel mee, vindt Merckelbach. 'Ten eerste zouden juristen moeten worden getraind in wat wetenschap is. Dan kunnen ze zelf de kwaliteit van een wetenschapper beoordelen.'

Dat zou als bijkomend voordeel hebben dat het de cultuurkloof tussen rechtspraak en empirische wetenschap verkleint. 'Juristen worden opgeleid met een dichotoom wereldbeeld: schuldig of niet schuldig, waarheid of leugen. Wetenschappers zijn voorzichtiger, uiten twijfel. Helaas wordt een twijfelende deskundige in de rechtszaal vaak gezien als niet informatief. Dat is een misvatting. Twijfel is relevante informatie die je moet betrekken in je oordeel.'

Een andere wens van de twee is het maken van formele lijsten van getuige-deskundigen zoals Frankrijk die hanteert. Merckelbach: 'In Nederland is dat ad hoc geregeld. De rechter-commissaris die de neuroloog in de zaak van Mankema aanwees (zie kader), kende hem uit de hoek van de letselschade. De man had helemaal geen ervaring met strafrecht of met het geheugen. In Frankrijk zou hij nooit op een lijst zijn gekomen.

'Een getuige-deskundige mag een oordeel geven over een zaak ”op grond van wat zijn wetenschap hem leert”. Die omschrijving is ambigu. Want wat is dat? Clinici als psychiaters en neurologen houden er vaak een ruime opvatting op na: wat mijn klinische ervaring mij in de loop der jaren geleerd heeft. Maar misschien doe je het al twintig jaar fout en noem je dat klinische ervaring.

Jelicic: 'In de Verenigde Staten zijn speciale opleidingen voor forensische psychiatrie en psychologie. Hier niet, en in de opleiding voor psychiater is er ook nauwelijks aandacht voor. Dat leidt ertoe dat mensen die veel weten van iets als schizofrenie, zonder scholing het forensische erbij doen.

Over het Pieter Baan Centrum, gespecialiseerd in forensische psychiatrie, zijn ze nog negatiever. Merckelbach: 'De vraag of een verdachte - indien schuldig - het zware, vaak bizarre delict willens en wetens heeft gepleegd, wordt daar onderzocht door veel met de verdachte te praten en hem te observeren terwijl hij zeven weken lang van zijn normale omgeving is afgezonderd. Dat vind ik een vorm van psychologie die echt uit de tijd is. Zo zou men het in 1900 hebben gedaan.

Ik zou zeggen: afschaffen dat Pieter Baan Centrum.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden