Moord op een rijke weduwe

De parallellen met de Puttense moordzaak, waarin twee mannen acht jaar vastzaten voor een moord waarvan ze later werden vrijgesproken, liggen voor het oprapen....

Op 25 september 1999 verschijnt Jaqueline Wittenberg uit Deventer niet op haar afspraak met de kapper. De kapper maakt zich ongerust en haalt de politie erbij. Politiemensen gaan naar de woning van de 60-jarige vrouw en vinden haar lichaam.

In een oogopslag is duidelijk dat de vrouw is vermoord. Ze is op het achterhoofd geslagen, gewurgd en met een mes gestoken. Ze moet de moordenaar zelf hebben binnengelaten, want er zijn geen inbraaksporen en er is niets gestolen. Het moet een bekende zijn geweest, concludeert de politie.

Na een paar weken onderzoek stuiten rechercheurs op Ernest L. uit Lelystad. De 46-jarige L., een keurige, hardwerkende vader van twee kinderen, is fiscaal jurist en werkt voor een medische verzekeringsmaatschappij waar de in 1996 overleden echtgenoot van Wittenberg een verzekering had lopen. L. doet de financiën van de weduwe.

L. zegt dat hij op het tijdstip van de moord met de auto onderweg was in de buurt van 't Harde. Maar de politie traceert het laatste telefoontje dat de weduwe kort voor haar dood heeft gevoerd. Zij blijkt met L. te hebben gesproken, die in de buurt moet zijn geweest, want het signaal van zijn mobieltje is opgevangen door een zendmast in het centrum van Deventer. Zijn leugen maakt L. verdacht.

Nader onderzoek versterkt de verdenking. Wittenberg blijkt kort voor haar dood haar testament te hebben gewijzigd en heeft L. benoemd tot executeur-testamentair. De rijke weduwe wil haar vermogen - naar schatting twee miljoen euro - nalaten aan een stichting voor nazorg aan ex-psychiatrische patiënten. De Wittenbergstichting is bedoeld als eerbetoon aan haar overleden man, die een bekende zenuwarts was. L. is voorzitter van de stichting.

Drie dagen na de ontdekking van het lijk wordt een mes gevonden dat volgens de politie het moordwapen zou kunnen zijn. Met het mes wordt een geurproef gedaan. Speurhond Spike slaat aan op L.

L. ontkent, maar wordt gearresteerd en voor de rechter gebracht. De rechtbank in Zwolle spreekt hem vrij wegens gebrek aan bewijs, maar het Hof in Arnhem veroordeelt hem in 2000 tot twaalf jaar gevangenisstraf. Uit te zitten in de gevangenis in Lelystad, met uitzicht op zijn eigen huis, dat door een sardonische speling van het lot tegenover de gevangenis staat. Zijn vrouw en kinderen kunnen naar hem zwaaien.

Zaak opgelost, dossier gesloten. Of niet? Een jaar na zijn veroordeling wordt de zaak-Ernest L. opgerakeld door het echtpaar Waisvisz. Ed en Wanda Waisvisz hebben een grafologisch bureau in Almere en raken bij toeval bij de zaak betrokken door onderzoek naar een briefje dat in de voortuin van de vermoorde is gevonden.

In het kader daarvan hebben ze Ernest L. leren kennen en hem een grafologische waarheidstest laten ondergaan, zegt Wanda Waisvisz. Die houdt in dat ze hem een tekst dicteren. In die tekst zitten passages die gaan over de moord. 'Als iemand iets met de zaak te maken heeft, zie je de emoties terugkomen in het schrift. Maar bij L. bleef het schrift stabiel.'

Overtuigd dat de verkeerde vastzit, spit Waisvisz het dossier om en stuit op ongerijmdheden. Zo blijkt het aangewezen moordwapen, een keukenmes, drie dagen buiten te hebben gelegen voordat het is gevonden. Er is bovendien geen enkel bewijs dat het daadwerkelijk het moordwapen is. Er zijn geen sporen op gevonden.

Er zijn eerder aanwijzingen die op het tegendeel wijzen. Het lemmet van het mes is 18,5 centimeter lang, terwijl de vijf steekwonden tien centimeter diep zijn. Op de kleding van de weduwe is bovendien een afdruk in bloed gevonden van een gekromd mes. Het gevonden mes is recht.

Waisvisz vindt ook een telefoondeskundige die beweert dat onder bijzondere weersomstandigheden het signaal van een telefoontje dat in de buurt van 't Harde is gepleegd bij een mast in Deventer kan belanden. Laten die omstandigheden nu net voorhanden zijn geweest op de dag van de moord.

Met deze ontlastende feiten op zak roept L. de hulp in van advocaat Jan Boksem van het kantoor van de tweelingbroers Anker in Groningen. Die dient bij de Hoge Raad een verzoek in om de zaak te heropenen.

De parallellen met de Puttense moordzaak, waarin twee mannen acht jaar vastzaten voor een moord waarvan ze later werden vrijgesproken, liggen voor het oprapen. Zoals in de Puttense zaak de schuldigen bij voorbaat vaststonden, lijkt ook in de Deventer zaak de politie zich te hebben vastgebeten in één verdachte.

De politie is vooral op zoek geweest naar bewijs tégen L., zegt Waisvisz. 'Ze heeft stelselmatig alles wat in zijn voordeel was uit het dossier gelaten.' L. is niet de enige die verdenking op zich laadt. Dat doet ook M. de J., ex-patiënt van Wittenberg en klusjesman van diens weduwe.

De J. was door de weduwe deels uit het testament geschrapt, hij was messengek en deed volgens rechercheurs verdacht na de moord. Wat wil je nog meer?, zegt Waisvisz. Maar het onderzoek tegen hem wordt gestopt na de arrestatie van L.

Terwijl het meer voor de hand ligt dat hij de moordenaar is, beweert Waisvisz. 'Dit was een emotionele moord, geen moord om geld. Als L. het had gedaan, had hij wel een moordenaar gehuurd. Je hebt mensen die doen zoiets voor een paar duizend gulden.'

Advocaat Boksems belangrijkste troef is de geurproef die volgens hem niet correct is uitgevoerd. De deskundige die verantwoordelijk was voor de proef verklaarde later dat ze niet wist dat het mes anderhalve kilometer van de moordplek was gevonden en een tijd buiten had gelegen.

Die proef had volgens Boksem nooit gedaan mogen worden. 'Het is maar de vraag of er nog relevante geur op het mes zat. Het is goed mogelijk dat de speurhond bij gebrek aan een duidelijke geur op iets anders is afgegaan.' In de proef is L.'s geur naast die van politiemensen gelegd. 'Misschien was hij de enige die zijn handen met Fa had gewassen.'

Rechtspsycholoog Peter van Koppen, ook getuige-deskundige in de Puttense zaak, veegt de vloer aan met de proef. Een geurproef mag alleen worden uitgevoerd met voorwerpen die op de plaats van het delict zijn gevonden en direct met de moord in verband staan, zegt hij.

'Die regel is er niet voor niets, want die honden maken ook fouten. Hier wordt een willekeurig mes met een geurproef gekoppeld aan een verdachte en daaruit wordt de conclusie getrokken dat dit het moordwapen is geweest. Dat is een omgekeerde cirkelredenering.'

Het bewijs tegen L. is zwak, aldus Van Koppen. 'Ik zeg niet dat hij het niet heeft gedaan. Maar er is niet genoeg bewijs om hem te veroordelen.' Ook de Nijmeegse hoogleraar strafrecht P. Tak vindt de zaak rijp voor herziening. Hij noemt het bewijs griezelig. 'Er is op basis van waarschijnlijkheden geredeneerd.'

De strijd om L.'s onschuld wordt niet alleen in de rechtszaal, maar ook in de publiciteit gevoerd. Met de Puttense zaak nog vers in het geheugen hebben sommige media zich op de zaak gestort. De meningen zijn deze keer verdeeld.

Het weekblad HP/De Tijd weet zeker dat L. onterecht is veroordeeld en werpt zich op als voorvechter voor zijn vrijlating. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries, gangmaker in de Puttense zaak, lijkt deze keer de kant van justitie te hebben gekozen.

Zo hard ligt het niet, zegt De Vries. 'Ik heb het hele dossier gelezen, zeven ordners dik. Ik vind het bewijs dun.' Maar er zijn ook aanwijzingen die tegen L. spreken, zegt hij. 'Daar wordt te gemakkelijk overheen gestapt.'

'Als L.'s verklaring klopt, dan is hij op de moordavond vanuit Utrecht via 't Harde naar Lelystad gereden. Dat is een rare omweg. Bovendien heb ik in mijn uitzending laten zien dat als je om een mes van 18 centimeter een handdoek draait om bloedsporen te vermijden, het heel goed mogelijk is dat je steekwonden maakt van tien centimeter. Je proeft aan alles dat ze hier een nieuwe Puttense zaak van willen maken. Maar zo eenduidig ligt het niet.'

De Vries' grootste bezwaren betreffen Wanda Waisvisz, die bijna twintig jaar geleden met de politie in aanraking is geweest wegens bedreiging. In De Vries' uitzending is dat uitgebreid uit de doeken gedaan. 'Ze is zelfs veroordeeld, wat ze ontkent. Ik vraag me af of zo iemand geloofwaardig is.'

Wanda Waisvisz reageert verontwaardigd. 'Dat heeft niets met deze zaak te maken. Peter de Vries wil ons zwartmaken.' Volgens Waisvisz is De Vries jaloers. 'Hij kan het niet hebben dat een ouder echtpaar zo'n zaak oplost. Alleen híj kan dat.' Nonsens, zegt De Vries. 'Ik was nota bene de eerste die deze zaak heeft opgepakt.'

Vorige week sloeg HP/De Tijd terug door de 'misdaadverslaggever zonder vrees en blaam' in een tien pagina's tellend omslagartikel te beschuldigen van dubieuze methoden en karaktermoord.

De familie van de vermoorde ziet ondertussen met lede ogen aan hoe van de moord op een dierbare een publiek uitgesponnen spannend verhaal wordt gemaakt. 'Ik vond het 't ergst voor mijn moeder die er zomaar mee werd geconfronteerd in de krant en op televisie', zegt Kees Willemen, een oudere broer van de weduwe Wittenberg. 'Ze nemen niet eens de moeite de familie in te seinen.'

Bovendien springen sommige journalisten volgens hem selectief om met de feiten. Willemen matigt zich geen oordeel aan over L.'s schuld of onschuld. Maar een paar dingen zijn op zijn minst vreemd, zegt hij. Bij de familie was bekend dat Jacqueline haar man wilde eren met een naar hem genoemde stichting.

Is het dan niet raar dat in het bestuur van de stichting geen medici zaten, maar L. en twee kantoorgenoten? Daar kom bij dat L. voor het geld een privé-rekening opende, omdat hij de stichting te laat had aangemeld bij de Kamer van Koophandel.

Het ergst was de wijze waarop L. omging met de nalatenschap, zegt Willemen. L. handelde op eigen houtje. Voordat de familie het goed en wel in de gaten had waren alle spullen op een veiling verkocht. 'Drie maanden later kregen we een doos met wat uit hun lijstjes gerukte foto's. Alles moest naar de stichting, zei L. Het hoeft niet op schuld te wijzen, maar het is toch wel ontzettend raar.'

De Hoge Raad heeft de getuige-deskundige opnieuw gehoord over de geurproef. Verwacht wordt dat de Raad binnen een paar weken uitspraak doet. Is die positief voor Ernest L., dan wordt de hele zaak overgedaan door een andere rechter. Willemen berust: 'We zien wel welke kant het opvalt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.