'Mooier dan de titel is de weg ernaartoe'

Na elf jaar profvoetbal behaalt Robin van Persie binnenkort met Manchester United zijn eerste landstitel. 'We zitten in een sneltrein. Als de sfeer te euforisch wordt, stap je uit.'

et antwoord op de vraag of de droom van het voetballende jongetje uit Rotterdam is uitgekomen, is makkelijk gegeven nu Robin van Persie tot de elite van het voetbal behoort. 'Ja, eigenlijk wel.'


Toch herleven jongensdromen. 'Ik lunchte op de club met Rio Ferdinand, toen vier gastjes van een jaar of 10 binnenkwamen. Jeugdspelers, mooi in trainingspakje van Manchester United. Ze keken nieuwsgierig om zich heen. Over tien, twaalf jaar spelen zij misschien in het eerste elftal.


'Ik zei tegen Rio: zo jong als die jongens zijn, dat was misschien mijn mooiste tijd. Helemaal geen zorgen. Gewoon lekker een trainingspakje aan. Voetbalschoenen. Lekker spelen, de hele dag. Buiten op straat, in de zaal. Moe: kende je niet. Spierpijn: een dagje misschien. Ongekend, zo snel als je herstelt als kind. In je hoofd kwam niet eens op dat je een blessure kon oplopen.'


De restaurateur van het Italiaanse restaurant buiten Manchester serveert pizza, pasta, champignons met vulling, vlees, garnaaltjes. Bord na schaal. De Napolitaan wijst aan waar voormalig Manchester United-doelman Edwin van der Sar altijd zat. Buiten, tijdens de fotosessie met Van Persie, hangt een vrouw uit de auto met haar fototoestel. Een man vraagt twee handtekeningen, voor iedere zoon een. Op de parkeerplaats wacht een paparazzo.


De eerste landstitel in zijn loopbaan gloort. Maandag op zijn vroegst kan het zover zijn. Hoe hij denkt te reageren, na jaren zonder prijzen bij Arsenal, waar hij acht jaar voetbalde? 'Ik weet het niet. Ik had me voorgenomen rustig te juichen als ik scoorde tegen Arsenal. Dat ging goed. Maar ik kan me niet altijd aan beloften houden. Soms heeft emotie de overhand. Mooier dan het kampioenschap is de weg ernaar toe. Dát proces is het kampioenschap.'


Met 21 competitiedoelpunten speelde de aanvalsleider een hoofdrol. In de kleedkamer zijn deze week grappen gemaakt over zijn omhelzing met manager Alex Ferguson (zie de foto op pagina 39) . Dat gebeurde zondag na het doelpunt tegen Stoke City, zijn eerste treffer na tien duels droogte bij de club. Hij had zijn 71-jarige trainer kunnen blesseren, zo intens was zijn sprong in de armen van de Sir.


'Ik ben niet zo van het omhelzen, maar soms gebeurt zoiets. Het was een hug met Ferguson, ook bedoeld als omhelzing met René (Meulensteen, assistent-trainer, red.), met de wisselspelers, met het team. Het was een blijk van waardering naar iedereen, omdat we zo'n tof team zijn.'


Hij vertelt over de wedstrijd in het stadion van Stoke City. 'De wind was niet normaal in een stadion met drie open kanten, en het begon net te regenen. Al die spelers zijn minimaal 1,90 meter. Dat weet je: dit gaat een zware middag worden. Als je dan ziet hoe iedereen battelt, ongekend.' Strijden noemt hij battelen. Engels met een Nederlandse uitgang. 'Het spel is niet altijd even mooi, maar er wordt gestreden. Als het moet slepen we de wedstrijd binnen op winnaarsmentaliteit. Dat is zo mooi. We kijken elkaar aan en vertrouwen elkaar.'


Je had lang niet gescoord en benutte een strafschop tegen Stoke City. Word je onrustig na lange perioden zonder doelpunt?

'Natuurlijk is het een opluchting, maar ik blijf precies doen wat ik ook doe als het goed gaat. Dat is de truc. Je moet niet meegaan in de euforie als het goed gaat. Dan moet je een beetje terug naar het midden. Als het wat minder gaat, moet je ook in het midden plaatsnemen. Als je moe bent, moet je soms gewoon relaxt zijn, dan herstelt je geest het lichaam. De geest is misschien belangrijker dan het lichaam.


'Ik denk niet dat ik slecht speelde de laatste weken. Ik leverde telkens een bijdrage, via een corner, een vrije trap, een assist, goed spel. Ik maakte me niet zoveel zorgen. Ferguson zei steeds: 'Heb vertrouwen, die goals komen weer.' Elke week stelde hij me op. Iedereen deed exact hetzelfde tegen me als een paar maanden geleden, toen ik achter elkaar scoorde. Dat tekent een echt team.


'Je moet altijd proberen de juiste balans te vinden. Wij worden afgerekend op het eindresultaat. In dat emotionele proces moeten wij stabiel blijven. Wij zitten in een sneltrein van drie wedstrijden per week. Wanneer de sfeer te euforisch wordt, stap je even uit.'


Wat is het leukst aan voetballen op dit niveau, met al die druk?

'Gewoon, het dagelijks bezig zijn met voetbal. Het is een fantastisch vak: elke dag voetballen. Ik zie mezelf ook heel lang doorgaan. Vanuit liefhebbersoogpunt keek ik vroeger voor wedstrijden naar banden van Maradona, Vanenburg en Cruijff. Zoals de één een kick krijgt van Rocky, kreeg ik die van die banden. Ik zag ze als kunst. Na het zien van zo'n band wilde ik het gras opvreten, zo lekker.'


Ben je zelf kunst?

'Sorry, wat? Zo kijk ik niet. Ik zit dus in die sneltrein en kijk niet achterom. René Meulensteen zei onlangs: kom eens kijken wat je hebt gedaan. Kijk eens even achterom. Hij liet beelden zien van doelpunten en assists. Grappig, bijzonder ook. Dan ga ik weer door. Er is geen tijd om terug te kijken. Het draait om de eerstvolgende wedstrijd, niet om een maand geleden.'


Geniet je dan wel genoeg?

'Ik geniet van elke dag, van mijn vrouw, mijn kinderen, van het leven, het voetbal en de nieuwe uitdaging. Ik heb mijn handen vol aan het heden. Ergens probeer je te leven als een kleine machine, dat is de enige manier om constant te zijn. En die machine kan niet terug in de tijd. Die moet verder, die wil meer. Eigenlijk is niets goed genoeg, om het hard te zeggen.


'Ook toen ik veel goals maakte, was ik alleen bezig met vaker scoren. Meer assists. Je past jezelf aan. Als het eerste doelpunt zeker is, ben je al bezig met het tweede, het derde. Als je elke wedstrijd één doelpunt maakt, is dat niet meer de standaard. Zo blijft het een spel met jezelf.'


Toch blijf je een wat atypische spits.

'Dat vind ik ook. Dat is ook mijn ambitie. Ik wil niet alleen balletjes afwachten en ze erin peren. In het voetbal is altijd iets te doen op het veld. Je kunt altijd ergens helpen, een positie kiezen. Elke seconde van de wedstrijd is er een keuze te maken. Waarom loop je ergens en niet elders?'


Hoe heb jij geleerd je zo te concentreren? Bij Feyenoord was je een intuïtieve speler die vanuit zijn fantasie mooie dingen liet zien, die van zichzelf wist dat hij goed was en wat arrogant overkwam.

'Dat is met de jaren gegroeid. Ik kreeg te maken met de allerbesten. Bergkamp, Henry, Pires, Wenger. Aardige gasten die wilden helpen, en ik wilde leren. Ook bij Feyenoord was ik ontzettend ambitieus. Alleen: als je 18 bent, word je als een persoon van 30 afgerekend op je handelen, op je voetbal. Dat is niet helemaal eerlijk. Je bent puber. Natuurlijk maak je dan fouten. Je denkt dan: als ik nu op de bank zit, maak ik mijn droom misschien niet waar. Misschien denkt die scout: hij zit op de bank, hij is slecht.'


Hij schaterlacht. 'Je bent zo onrustig, je wilt zo graag.'


In het begin bij Arsenal wilde je klagen bij Wenger als je niet speelde. Dan zei Bergkamp: niet doen.

Hij klopt even op de muur, alsof het de deur van de trainerskamer is. 'Zo ging dat in Nederland. Dan stapte je naar de trainer: waarom speel ik niet? Bergkamp zei dat het in het buitenland anders werkte. Okéééé. Dan gaan we nog even de mond houden. Ik heb dat ook altijd in me gehad, om jongeren te helpen.'


Bij Oranje ben je de ster nu. Hoe voelt dat?

'Zo zie ik het niet, maar het is leuk om die jonge gasten een beetje te helpen. Ik weet precies hoe ze zich voelen, want zo heb ik me ook gevoeld. Van mijn verhaaltje kunnen ze een of twee dingetjes oppikken. Het is goed voor de jeugd om af en toe met ouderen te praten. Want als je jong bent zit je vol emoties. Je wilt alle kanten op. Dat is allemaal logisch. Je verbergt je onrust een beetje voor de buitenwereld. Voetbal is een machowereld en je mag niet toegeven.'


Is het moeilijk gevoelens te tonen in een wereld die stoer wil zijn?

'Ja. Alles is nog zo jong, pril en natuurlijk. De grote boze buitenwereld is nog onbekend. Maar je wordt keihard afgestraft als het even wat minder gaat. Daarmee moet je leren omgaan. Dan is het handig om af en toe met iemand te praten. Althans, ik vond dat handig, om te praten met iemand die al zweepslagen had gehad, die wist wat er ging komen.'


Jij wilt niet de Cruijff zijn voor deze generatie?

'Nee. Maar wat ik heb begrepen van Cruijff, is dat hij er juist middenin stond.'


Maar hij was wel de baas.

'Ik ben sowieso niet de baas. Dat is Van Gaal. Het gaat leuk bij het Nederlands elftal. Die gasten trainen hard. Het is goed dat we nog een jaar hebben tot het WK, dat ze leren omgaan met een zware trainingsweek bij het Nederlands elftal. Ze spelen bij wijze van spreken elke dag een wedstrijd, fysiek en mentaal. Daarna moeten ze echt een wedstrijd spelen, en vervolgens omschakelen naar hun club; vechten voor het kampioenschap, voor Europees voetbal. Het is pittig, ook mentaal.'


Kun jij nog beter worden?

'Ja, natuurlijk. Veel beter. Het is een constante strijd met jezelf. Tegen Stoke City kreeg ik een fantastische bal van Chico (Hernandez, red.). Ik neem de bal aan en schiet in het zijnet. Gelijk was daar het besef dat ik had moeten aannemen, terugkappen en de bal zonder een stap te nemen in de hoek had moeten plaatsen. Aannemen, terug, boem. Maar alles gebeurt in een split second.'


Welk doelpunt is je het meest bijgebleven?

'Mijn eerste, tegen Fulham, na een voorzet van links van Evra. Ik kwam voor Hangeland en schoot diagonaal in, vlak na de stuit. Na tien minuten van mijn eerste thuiswedstrijd, op Old Trafford. Dan weet je dat het goed zit, terwijl ik nog helemaal niet fit was. Verder uit en thuis tegen Liverpool, de winnende tegen Manchester City, tegen Arsenal. Dat zijn momenten die ik koester. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik tegen mijn oude club speelde.'


Jij hebt bij twee clubs gezeten waar de trainer jarenlang in dienst is. Is dat toeval?

'Over het algemeen ben ik geen voorstander van elk jaar een nieuwe trainer. Als je ergens voor kiest, doe je dat met je volle verstand. Dan weet je dat het niet altijd goed zal gaan. Dat is inherent aan het leven. Het is toch bizar dat trainers die prijzen winnen soms de laan worden uitgestuurd. Iedere trainer neemt vier, vijf spelers mee, dus moeten er ook vier of vijf weg. Als dat elk jaar gebeurt, is het een grote rollercoaster.


'Zo'n project met Wenger, al zestien jaar bij Arsenal, en Ferguson, 26 jaar bij United, spreekt mij veel meer aan. Maar het voetbal is zo emotioneel. In één week kun je van held de schlemiel zijn. De ene week ben je de king, het masterplan zelf, de week later kun je er niets van, omdat een van je jongens buitenkant paal schiet in plaats van binnenkant paal. Dat vind ik te simpel.'


Als zijn contract afloopt, is hij bijna 33. Misschien blijft hij langer. Hij was blij en gelukkig bij Arsenal, hij is blij en gelukkig bij United. Zijn zoon vroeg onlangs, onderweg naar school, of hij alsjeblieft lang wil blijven. Zo'n opmerking herinnert aan zijn jeugd.


'Ik had mijn trainingspakje en mijn bal. Normaal ga je een beetje naar de dametjes kijken als je 15 of 16 bent. Op dat gebied was ik laat. Het was voetbal en voetbal. Ik ging voor het eerst van mijn leven uit toen we de UEFA Cup wonnen met Feyenoord, als bijna 19-jarige.


'Ik wilde gewoon voetballen. Zo'n Feyenoordtrainingspak droeg ik ook privé. Mijn centjes spendeerde ik aan trainingspakken. Ik zag er altijd wel goed uit, maar wel in een trainingspak. Als je de hele dag in zo'n pak rondloopt, kun je niet in een restaurant binnenkomen of uitgaan. Het enige wat je dan eigenlijk kunt doen is sporten. Achteraf gezien is dat goed geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden