‘Mooie tekst maar gemiste kansen bij de vragen’

Schrijver-dichter-polemist Ilja Leonard Pfeijffer stortte zich op Seneca in het vwo-examen Latijn. ‘Mooie teksten, helaas wat simpele vragen.’..

Robin Gerrits

6.641vwo-leerlingen kregen donderdag het examen Latijn voorgeschoteld en waar zou je dat beter kunnen bespreken dan in Leiden? De stad, gebouwd op de grens van het vroegere Romeinse Rijk, de stad van het Rijksmuseum van Oudheden, en van de Latijnse School, waar Rembrandt nog Grieks en Latijn leerde voor hij naar Amsterdam trok om er te gaan schilderen.

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) studeerde er ook klassieke talen aan de universiteit. ‘Ik overwoog Nederlands te gaan studeren, maar mijn vader, zelf neerlandicus en een wijs man, raadde me aan om een echt vak te leren, en ook niet een taal die een of andere 8-jarige al beter spreekt dan ik ooit kan leren. Zo werd het klassieke talen.’

Pfeijffer promoveerde zelfs, in 1996, op de oud-Griekse dichter Pindarus. Hij werkte tien jaar bij de universiteit, maar het schrijverschap en het universitaire werk zaten elkaar uiteindelijk te veel in de weg. Als dichter debuteerde hij in 1998 met de bundel Van de vierkante man, die hem de C. Buddingh’-prijs opleverde. Sindsdien schrijft hij onder meer romans, gedichten, essays en toneelstukken.

Al was Grieks zijn hoofdvak aan de universiteit, hij bleef al die jaren ook Latijn doen. Hij heeft er nog steeds veel aan. ‘Al is dat moeilijk concreet te maken. Wat ik daar heb geleerd van taal is onderdeel geworden van mijn systeem.’

Het feit dat een dode taal als Latijn op zichzelf nutteloos is, noemt hij de best denkbare reden om het te gaan leren. Zogenaamd nuttige leerstof is er immers al genoeg. ‘En mijn oude Latijn-docent zei al: ‘In het hiernamaals wordt Latijn gesproken, dus je kunt het beter hier vast goed leren.’

In ruim een half uur heeft hij alle 26 vragen van het examen, dat helemaal gaat over Seneca (1ste eeuw na Christus), beantwoord. Hij levert ook de vertaling in soepele zinnen zonder doorhalingen van de opgegeven brief aan Lucilius. ‘Een mooie, belangrijke tekst.’

Prima periode trouwens, die examentijd, herinnert hij zich: ‘Ik hoefde niet zo veel te doen, maar iedereen dacht dat ik het zwaar had en daarom werd ik van alle kanten vertroeteld.’ In 1986 was de vertaalopdracht nog verreweg het belangrijkste deel van het examen. Nu levert dat deel nog maar de helft van het aantal punten. Pfeijffer vindt dat terecht. ‘In mijn tijd was gymnasium de perfecte vooropleiding om klassieke talen te gaan studeren, maar dat deden er uiteindelijk maar heel weinig.’

Over het geheel noemt hij het examen niet moeilijk. De teksten gaan echt ergens over, maar bij de vragen hebben de examenmakers kansen laten liggen. ‘Veel vragen blijven steken in wat ik maar noem filologisch memory: door in de aangegeven zinnen de juiste woorden om te draaien die logischerwijze bij elkaar horen, kom je gemakkelijk tot het antwoord.’ Toegegeven: dan moet je het Latijn wel dusdanig beheersen dat je de tekst kunt doorgronden.

Een echt gemiste kans bevat het examen, vindt hij, in de vragen 24 tot 26. De teksten 4 en 5 beschrijven beide de zelfmoord van Seneca, op last van zijn vroegere leerling keizer Nero, in 65 na Chr.

‘Maar de beschrijvingen van Cassius Dio en Tacitus verschillen nogal. Het zou me niet verbazen als de waarheid ligt bij Cassius Dio’s versie, volgens welke Seneca zijn vrouw gelast met hem zelfmoord te plegen, zelfs haar aderen opensnijdt. Maar Tacitus maakt van Seneca een exemplum van deugd, die haar smeekt in leven te blijven. Alles om Seneca een held te laten zijn tegenover het monster Nero.’

Die teksten zijn boeiend, maar de vragen gaan jammerlijk helemaal langs deze interessante tegenstelling. ‘De grootste misser van het examen.’

Zo gaat Pfeijffers hart uit naar de tekstkeuze, maar schrikt hij van het niveau van de vragen. Ach, beseft hij, Ovidius citerend, non bene conveniunt nec in una sede morantur majestas et amor (liefde en waardigheid gaan niet goed samen).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden