Mooie Solex minder prutserig

Solex: Low Kick And Hard Bop. Matador/Konkurrent...

Erkenning en bewondering is er vanaf het begin genoeg geweest voor Solex, het sample-fröbelproject van de Amsterdamse Liesbeth Esselink. Maar platen moeten je 'pakken', wil je echt van ze houden. Dat deed Solex Vs. The Hitmeister (1998) te weinig. Geinig, knap en hartstikke origineel, maar op afstand.

Op haar derde album, Low Kick And Hard Bop, trekt Esselink met succes de lijn door die ze op nummer twee, Pick Up (1999), al inzette. Solex blijft speels en weerbarstig, maar wordt steeds minder prutserig. Esselinks knip- en plakwerk met samples leidt nu tot springerige popliedjes die je zonder probleem op een feestje zou kunnen opzetten, zoals Have You No Shame, Girl?, het naar bossanova neigende Not A Hoot en Shoot Shoot!, met een jazzy deining en accenten van koperblazers.

Niet eerder wist Esselink haar (weliswaar intrigerende) moeilijkdoenerij zo goed te doseren en in balans te brengen met mooie, eigenwijze popsongs.

Ook leuk: de geschifte songtitels. Op het debuut kwam het woordje 'Solex' in elke titel voor; ditmaal is You Say Potato, I Say Aardappel één van de uitschieters. Een andere titel heeft een onverwacht macabere lading gekregen: op dit knappe album, op de historische 11de september verschenen bij een New Yorks platenlabel (Matador), staat een nummer dat Ease Up, You Fundamentalist! heet. Zoiets verzin je niet.

Röyksopp: Melody A.M. Wall Of Sound/Labels.

In verschillende popgenres rukken de Noren op. In de overwegend Engelse 'new acoustic movement' zijn er de Kings Of Convenience, op North Sea Jazz was Bugge Wesseltoft het goed bewaarde geheim en op Lowlands ontdekte eindelijk een groter publiek hoe beklemmend en goed de donkere rock van Madrugada live is.

Nu heeft Noorwegen ook al zijn eigen Air. Svein Berge en Torbjrn Brundtland heten ze - en de groepsnaam valt ook al niet mee: Röyksopp. Hun fraaie debuutalbum Melody A.M. kent één uitstapje in de richting van de clubhouse (Poor Leno), maar ademt verder nadrukkelijk de ambachtelijke synthi-sfeer van Airs Moon Safari, compleet met een incidentele, dromerige vrouwenstem (Anneli Drecker in Sparks) en zo'n onverwacht opduikend liedje dat van begin tot eind zang heeft (Remind Me, gezongen door King Of Convenience Erlend Oye).

Als je zulke voortreffelijke achtergrondmuziek kunt maken als So Easy en Eple, maar ook het wat dwingender Röyksopp's Night Out, dan moet het wel raar lopen wil Röyksopp niet het volgende tweetal worden bij wie regisseurs massaal komen bedelen om een filmscore. Het gebeurde Air al (The Virgin Suicides); Röyksopp zou zoiets ook wel verdienen.

Motorpsycho: Phanerothyme. Stickman/Sonic Rendezvous.

Gitaarband Motorpsycho, ook uit Noorwegen, maakte al eens een soundtrack, maar dan bij een film die niet bestond. Al tien jaar lang produceert de groep uit Trondheim een stroom onafgebroken singles en ep's die nauwelijks valt bij te houden, plus ongeveer eens per jaar een volledig album. Vooral de twee jongste albums, Let Them Eat Cake (1999) en het pas verschenen Phanerothyme, lijken geïnspireerd door zo ongeveer elke grote popartiest uit de jaren van hippies en psychedelica.

Motorpsycho is zo'n zeldzame groep die uit verschillende vaatjes tapt en toch geen retrobandje wordt. In B.S. en Landslide flirt de groep opzichtig met de prog-rock uit de jaren zeventig: strijkers, fluiten, symfonische overgangen en tussen hoog naar laag op en neer dansende zanglijnen. Riskant, maar Motorpsycho weet het overal vitaal en opwindend te houden. Dat lukt ze zelfs met de lange, rondtollende Doors-solo in Go To California, dat overigens een zuivere Crosby, Stills & Nash-melodie heeft. Volgende week is Motorpsycho in Nederland voor concerten.

Stereolab: Sound-Dust. Elektra/Warner.

Het Britse Stereolab is ook al zo'n productieve groep. Experimenteel materiaal en tussendoortjes verschijnen op het eigen Duophonic-label en 'reguliere' albums op Elektra (van Warner).

Sound-Dust is een van de mooiste uit de reeks, waarop de eenvoudige, maar altijd mooie zang van de Franse zangeres Laetitia Sadier beter uitkomt dan ooit.

De groep, waarin Tim Gane de voornaamste componist is, werd tijdens de opnamen zoals vaker geassisteerd door producer John McEntire en parttime bandlid Sean O'Hagan. McEntire voegde traditiegetrouw het jazzy gevoel toe dat ook de platen van zijn eigen band Tortoise kenmerkt, terwijl O'Hagan de arrangementen voor zijn rekening nam, zoals hij dat ook voor zijn band The High Llamas doet: in de traditie van Brian Wilson, Burt Bacharach en Ennio Morricone.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden