'Mooie mensen in de nacht' BRET EASTON ELLIS HERHAALT ZICHZELF

UITEENLOPENDE schrijvers, van Willem Frederik Hermans tot Dennis Potter, hebben bij herhaling gesteld dat zij hun hele schrijversloopbaan lang hetzelfde stukje land zijn blijven omploegen, telkens op zoek naar een nieuwe manier om hetzelfde te zeggen....

En inderdaad, in de beste gevallen - waarvan de hierboven genoemde auteurs voorbeelden zijn - leidt het tot een steeds dieper en literair veelzijdiger verkenning en verwoording van een aantal ideeën en opvattingen. Zo ontstaat niet een reeks onderscheiden werken, maar een geheel dat meer is dan de som der delen. Natuurlijk kent het werk van de desbetreffende auteurs zijn literaire hoogtepunten, maar het bijzondere van zulke oeuvres is dat juist de mindere onderdelen ervan een meerwaarde krijgen, omdat zij naast hun eigen literaire merites onmiskenbaar hun bijdrage blijken te leveren aan het grote geheel. Een steen is meer dan een steen wanneer hij deel uitmaakt van een machtig bouwwerk.

Na drie romans (Less Than Zero, The Rules of Attraction, American Psycho) en een verhalenbundel (The Informers), kennen we Bret Easton Ellis als een auteur met een onmiskenbaar consistente thematiek. Zijn werk hekelt de oppervlakkigheid van het hedendaagse leven en vooral van de ideaalbeelden die ons worden voorgehouden door de reclamewereld en die van Hollywood (waarbij beide afgeleiden zijn van elkaar).

Het stelt de tirannie en hypocrisie van onbereikbare schoonheidsidealen aan de kaak, de lege verering van faam, de krampachtige wijze waarop een moreel en intellectueel vacuüm wordt gevuld met extreem aan modes onderhevig materialisme, of naar de vergetelheid wordt gesnoven en gespoten via eveneens sterk modegevoelige drugs. Het toont een nihilistische mens in een sadistisch universum, waarin het onderscheid tussen echt en onecht, tussen schijn en werkelijkheid, allang niet meer te maken is, als het al ooit heeft bestaan. Met alle, geduldig tot in de kleinste details beschreven gruwelijke gevolgen van dien.

Zo beschouwd is Ellis weinig minder dan een schrijvende denker annex moralist, wiens ideeëngoed verwant is aan - bijvoorbeeld - W.F. Hermans, met dit verschil dat Hermans een amoralistisch auteur was. En misschien is die verwantschap er tot op zekere hoogte ook wel. Toch zijn beide schrijvers onvergelijkbaar. Zeker, Hermans en Ellis herhalen boek na boek dezelfde boodschap, maar het verschil is dat eerstgenoemde dat telkens in andere bewoordingen deed, terwijl Ellis er genoegen in lijkt te scheppen zichzelf bijna letterlijk te herhalen. Waar Hermans een beroep deed op een zeer uiteenlopend scala van personages, plots, locaties, motieven en wat al niet, lijkt Ellis gevangen te zitten in steeds weer datzelfde wereldje van 'mooie mensen in de nacht', om Wim de Bie maar weer eens aan te halen.

Neem Ellis' nieuwe roman Glamorama - zijn eerste sinds acht jaar - en ontmoet hoofdpersoon Victor Ward. Victor is model: mooi, jong, beroemd en oppervlakkig. We kenden hem trouwens al uit The Rules of Attraction, toen hij nog student was. Victor voelt feilloos aan waar en wanneer hij zijn opwachting moet maken om zijn status te cultiveren, wat hij bij die gelegenheden moet dragen, zeggen, vinden, negeren, suggereren, denken - kortom: hij is een man van de wereld, of in elk geval van zijn wereld. Reeds na enkele pagina's van Glamorama weet de lezer zich op vertrouwd, al te vertrouwd, Bret Easton Ellis-terrein.

Vervolgens heeft Ellis een aardige verrassing voor zijn lezers in petto, want gaandeweg wordt duidelijk dat Victor's activiteiten min of meer doorlopend worden gefilmd, en zo krijgt de aloude tegenstelling tussen schijn en werkelijkheid (en de mate waarin beide in elkaar overlopen) op het niveau van de plot een extra dimensie. Dit wordt des te functioneler, wanneer Victor door een geheimzinnige opdrachtgever op de Queen Elizabeth II wordt gezet naar Europa, waar hij zijn voormalige medestudent Jamie Fields moet opsporen.

Victor's speurtocht voert hem naar verschillende plaatsen in Europa en doet hem belanden in een wereld van terroristische aanslagen, waaraan onder andere de Ritz in Parijs en een verkeersvliegtuig ten prooi vallen, en met geestdrift uitgevoerde martelingen die we, net als in American Psycho, breed en met verve krijgen voorgeschoteld. Bij wijze van ontsnappingsclausule wordt de lezer daarbij de keuze gelaten het beschrevene als werkelijkheid dan wel als fantasie te beschouwen. Er snorren immers filmcamera's, dus wie weet is het allemaal maar. . .

Met Glamorama bewijst Ellis wat we uit zijn vorige boeken al wisten, namelijk dat hij als stilist beslist kwaliteiten heeft en dat hij bovendien de moed heeft gebruik te maken van de diensten van een onsympathieke verteller-hoofdpersoon. Maar tegelijkertijd wekt hij met dit boek opnieuw de verdenking niet voldoende te zijn ontstegen aan wat hij in zijn werk pretendeert te hekelen.

De obsessieve drang om de lezer ad nauseam te confronteren met de uitwassen van zijn personages, of het nu om waslijsten met merknamen, namen van beroemdheden, seksuele activiteiten of martelingen gaat, suggereert een fascinatie die misschien net te groot is om tot een werkelijk overtuigende literaire evaluatie van zijn onderwerp te komen.

Ellis laat zich nog altijd meeslepen door zijn eigen boeken. Pas wanneer dat niet langer het geval is, is wellicht de beurt aan de lezer.

Hans Bouman

Bret Easton Ellis: Glamorama.

Picador, import Nilsson & Lamm; 482 pagina's; * 49,-.

ISBN 0 330 37208 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden