Mooie en droevige vondsten in Antwerpen

Het Antwerpse AMVC-Letterenhuis herbergt brieven, bustes en manuscripten van schrijvers en letterkundigen uit België. Via de internetsite (http://museum. antwerpen. be-/amvc – letterenhuis) is de databank Agrippa te bezoeken, en daarnaast bericht het voorbeeldige tijdschrift Zuurvrij (dat tweemaal per jaar verschijnt) de lezer over de onderzoeken en tentoonstellingen die er plaatsvinden....

Arjan Peters

In korte artikelen, aangenaam van toon en vrij van literatuurwetenschappelijk jargon, wordt de lezer met gepaste trots deelgenoot gemaakt van opmerkelijke vondsten in archieven en nalatenschappen. Zo diepte Peter Balcaen uit de papieren van André Demedts een ongepubliceerd gedicht op van Gaston Burssens (1896-1965), dat direct een plaats verdient in de grote bloemlezingen.

Demedts was een verzamelaar van autogrammen, en op zijn verzoek stuurde Burssens hem begin 1958 het handgeschreven Posthuum Gedicht. Door middel van humor en zelfironie tracht Burssens zijn doodsangst te sublimeren: 'Als ik niet dood ben laat mij sterven,/als ik gestorven ben houd mij dan hier./In Maagd en Stier kan ik niet meer geloven./Als ik geloof in wat ik niet kan loven/zend mij dan weg van hier (...) En toch is er geen vuur dat kan ontsteken/de woorden die mij hier ontbreken/om méér te zeggen dan ik weet.//Er werd geen enkel woord geschreven/van deze woorden die men woorden heet/en woorden zijn gebleven.Prominent aanwezig in deze Zuurvrij is de ongenaakbare treurwilg Karel van de Woestijne (1878-1929). Niet alleen wordt een publicatie aangekondigd over de grootse debuutbundel Het vader-huis (precies een eeuw geleden verschenen), en wordt in de sectie 'Aanwinsten' gemeld dat het Letterenhuis in het bezit is gekomen van zijn 'gipsen dodenmasker en dito afgietsel van de handen', maar ook vertelt Bert van Raemdonck over de tijd dat de droefgeestige dichter vader werd.

Half december 1904 had het kind moeten komen, maar het weigerde 'van de pinnen te komen'. Het jammerende paar (”t Is een lanterfant') werd dan eindelijk op 4 januari 1904 voor het wachten beloond, toen zoon Paul ter wereld kwam. Kerngezond. Zoniet de moeder Mariette, hetgeen Karel prompt neerslachtig maakte: 'Ontsteking der eierstokken (ovaires) die onvermijdelijk buikvliesontsteking ten gevolge hebben moet – en dan is 't gedaan. Wij hebben, de dokters en ik, al heel weinig hoop.'

Zij kwam er bovenop, maar toen werden 'de baker en de meid' weer ziek, waardoor Karel moest zorgen voor drie zieke dames en een pasgeboren baby. Ook als hij niet dichtte, was Van de Woestijne een moeilijk verslaanbare leed-magneet.

Dezelfde speurneus Van Raemdonck trof in de nalatenschap van de Franstalige Belgische historicus Eugène Baie een getypte brief aan uit 1922 van Rudyard Kipling, auteur van The jungle book (1894) en winnaar van de Nobelprijs in 1907.

Het is een simpel verlaat bedankje voor de toezending van een boek van Baie aan Kiplings adres. Maar er gaat een drama schuil achter de terloopse opmerking dat Kipling tot dan van België alleen 'the desolated areas of the Salient and the sea-coast' kende.

Daar had hij namelijk gezocht naar het lijk van zijn enige zoon John, in 1915 als 18-jarige luitenant voor de Britten omgekomen in de oorlog.

Pas in 2002, 66 jaar na de dood van vader Rudyard, liet het Britse Ministerie van Defensie weten dat het de laatste rustplaats van John Kipling had ontdekt; gestorven in Frankrijk tijdens de strijd om Loos.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden