Mooi wonen of leren

Vroeger was de Nederlandse student een lapzwans en zijn Amerikaanse collega een brok ambitie. Hoe duur studeren in de VS ook is, zo groot is dat verschil nu niet meer....

Om me te herinneren hoe het leven als student ook alweer was, moet ikeen tijd terug, naar de tijd dat ik zelf op het Lambert ten Katehuis inAmsterdam rondzwierf, op de vakgroep Neerlandistiek, die begin jarentachtig werd overgebracht naar het veel grotere PCHoofthuis op de Singel.Om de eenzaamheid van mijn piepkleine kamertje te ontvluchten, bracht ikde vele tijd die ik over had buiten mijn colleges door op de bibliotheekaldaar. Het was geen grote bibliotheek en het was dus zaak op tijd te komenom een plekje te bemachtigen. Maar op de een of andere manier hoort uitgaanen -slapen erg bij twintig-zijn en greep ik er soms naast. Dan dronk ikkoffie met medestudenten tot het lunchtijd was en er plaatsjes vrijkwamen.De dynamiek van die tijd was, kortom, niet indrukwekkend.

Ik heb het hier uiteraard over de tijd voor de invoering van detweefasenstudie. Mijn medestudenten en ik zagen er geen been in acht átien jaar op de universiteit door te brengen. De generatie na ons werkteal een stuk fanatieker, omdat ze nu eenmaal in die paar jaar hun (zwaarverkorte, eerlijk is eerlijk) programma moesten zien af te krijgen opstraffe van uitsluiting en armoede.

Mij was verteld dat het in de VS, en al helemaal op UC Berkeley,onvoorstelbaar anders was. De ambitie was er enorm, en elke student hadal veel moeten overwinnen om de sprong naar dit Mekka van de universitairewereld te maken. Zo veel elan was iets om naar uit te kijken, zeker met eenverleden als het mijne (al ben ik uiteindelijk, jawel, echt!, wel degelijkafgestudeerd, in een razende en bevlogen eindspurt).

De eerste indruk van onze groep studenten, meest undergraduates,overtuigde me tot mijn verbazing niet direct van hun enorme werklust enbevlogenheid. De studenten die naar onze colleges kwamen, waren behoorlijktrouw, maar hun inbreng was wat aarzelend. Niets menselijks was hun vreemd,en een gat in de ochtend slapen en klagen over de werklast was ook hun nietonbekend. Pas gaandeweg viel me op dat mijn sombere eerste indruk van eenpoel vol starende vissen die naar mij keken alsof ik een koraalrif was,niet klopte. Iedereen bleek uiterst welbespraakt, indien daartoe voldoendeuitgedaagd.

Men verwachtte alleen dat de kennis die Leon en ik hier zouden brengener met bordenvol bij hen zou worden ingelepeld - quod non. Wij hoopten opdiscussie, vragen, kritische inbreng, terwijl zij naar toetsbare kennissmachtten - en dat misverstand verdween nooit helemaal.

Toen ik eindelijk de gelegenheid had met een paar studenten te praten,bleek dat er vele, zeer uiteenlopende wegen naar de campus hadden geleid.Natuurlijk waren er de kinderen van rijke ouders (een semester aan UCBerkeley kost voor een niet-Californische student maar liefst 15 duizenddollar, voor iemand uit Californië rond de 2500 dollar), maar er waren erveel meer die zich hierheen gevochten hadden zonder ouderlijke hulp, vanuitWisconsin, Ohio, of downtown Los Angeles, via beurzen, lees: via extreemgoede cijfers van lagere school tot college. Toelatingsexamens zijn hierdoodgewoon en ongehoord zwaar.

Het is daarom niet zo verwonderlijk dat de keuze voor een school hiervan cruciaal belang is, en dat betekent hier meteen een keuze voor locatie.De moeders van schoolgaande kinderen die ik sprak, worstelen er stuk voorstuk mee. Een vrouw die in een leuke betaalbare buurt woont, moet daar wegomdat haar kinderen de schoolgaande leeftijd hebben bereikt en de publiekescholen er niet goed zijn. Privé-scholen kosten minstens vijftienhonderddollar per maand per kind. Daarbij word je als ouder verondersteld mee tedoen met stille veilingen en fundraising om armere leerlingen aan een plekte helpen, schoolreisjes te financieren en de school te onderhouden. Niette betalen.

De meeste mensen hier maken overuren en zijn permanent aan het sparenvoor de opleiding van hun kinderen. Ze dragen saaie kleren, wonen in kleinehuizen, eten zo goedkoop mogelijk, alles om hun kinderen naar een goedeschool te laten gaan, de lagere of highschool. Alleen in dure wijken staangoede publieke scholen. De kwestie is dus in het algemeen: of een duurhuis, of een dure school. Voor de meesten komt de publieke school in eengewone buurt niet in aanmerking, een beetje naar analogie van de gemengdebuurtscholen waarmee Nederland worstelt. Gemengde, arme scholen zijn eenbroedplaats van gangs, drugs en geweld, zegt men. Bovendien wordt hetniveau bedreigd door de taalachterstand van de Latino's en andereimmigranten die daar komen.

Maar een van mijn studenten, CC genaamd, logenstraft met verve deaanname dat privé-scholen beter zijn dan publieke. CC ging haar helelagereschooltijd lang naar een publieke, uiterst gemengde school in eenarme buurt in Los Angeles en leerde er naar eigen zeggen vele malen meerdan haar leeftijdgenoten op privé-scholen. Ze leerde er Spaans van deLatino's in haar klas, spijkerde zelf andere kinderen bij in Engels, moestimproviseren met kleuren en plakken, vanwege het geringe lesmateriaal, enga zo maar door.

Toch lukte het haar de wurgend moeilijke examens te halen die nodigwaren om op Berkeley terecht te komen. CC zit in mijn klas, is slim envrolijk, geeft kinderen schaakles om geld te verdienen en heeft bijna haareerste roman af. Ze is 19 jaar oud. Waarmee ik terug ben bij ambitieus,bevlogen en slechten van barrières om op Berkeley te komen. Ja, het ishier anders dan in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden