Mooi vertellen moet

Frits van Oostrom, specialist in de Middeleeuwse literatuur, succesauteur ook, stapt over van Leiden naar Utrecht. Daar wil hij met studenten de diepte in....

HIJ WIL MÉÉR zijn dan een neerlandicus die alles weet van de Middeleeuwse literatuur. En je hoeft het hem niet eens te vragen. De verslaggever gaat zitten en Frits van Oostrom, de Leidse hoogleraar Nederlandse Letterkunde tot de Romantiek die vanaf 1 januari 2002 de eerste universiteitsprofessor wordt aan de Universiteit Utrecht, steekt van wal.

'Mijn overstap wortelt in de behoefte niet alleen meer neerlandistisch onderwijs te verzorgen', verklaar hij. Breder wil hij gaan, de klassieke disciplines overstijgend. De actualiteit moet er meer bij worden betrokken. En ja, geeft hij even later toe, hij wil zijn studenten dichter op de huid zitten. Om niet alleen docent te zijn, maar ook - ergens, een beetje - een opvoeder. 'We hebben ons te veel in de professionaliteit verschanst.'

In Utrecht, waar Van Oostrom als 'superprof' alle mogelijkheden krijgt zijn eigen onderwijs en onderzoek in te richten, ziet hij een kans om dat 'bredere onderwijsideaal' vorm te geven.

'Leiden is wat voorzichtiger. Dat is weldadig, maar levert ook het risico op dat je te zeer in het bestaande berust. Utrecht neemt vernieuwende initiatieven. De bachelor-opleiding wordt breed opgezet, je wordt niet met het pistool op de borst gedwongen tot hyperspecialisering.'

Het zijn opmerkelijke woorden. Als er iemand specialist is, dan Van Oostrom wel. In 1982, op zijn 29ste, was hij al hoogleraar in Leiden, gespecialiseerd in de Middelnederlandse literatuur. Grote bekendheid verwierf hij in 1996, toen hij de AKO-literatuurprijs won met Maerlants wereld, zijn vuistdikke studie over de dertiende eeuwse schrijver Jacob van Maerlant en diens leefwereld. Acht jaar lang had hij aan dat boek gewerkt.

Het werk baarde ook in vakkringen opzien. Van het leven van Maerlant is nauwelijks iets bekend. Maar Van Oostrom wist door minutieus onderzoek van zijn berijmde werken, zoals historische en ridderverhalen, een natuurencyclopedie, een rijmbijbel en een 'Spiegel Historiael', de Middeleeuwse leefwereld rond Brugge en het Zeeuwse Voorne, waar de schrijver had gewoond, te reconstrueren. Uit de literatuur van één man wist Van Oostrom een compleet beeld van een cultuur op te roepen.

Van Oostrom geeft toe: hij gaat graag de diepte in. Maar dat geldt voor zijn onderzoek. Daaraan verandert in Utrecht ook niet veel. Hij werkt sinds 1998 aan een minstens even ambitieus project als Maerlants wereld, een Nederlandse literatuurgeschiedenis van de Middeleeuwen, van de allereerste geschreven woorden ('Hebban olla vogala') tot de boekdrukkunst. Dat werk, met bijbehorende website, moet in 2005 gereedkomen. Hij is van plan er in Utrecht minstens zo hard mee door te gaan.

Nee, het onderwijs, daar zit 'm de grote verandering. De VPRO moest er aan te pas komen om hem dat voor het eerst te laten beseffen. In 1993 deed hij mee aan een programma volgens de Zomergasten-formule, waar hij een avond lang toelichting gaf bij film- en televisiebeelden die hij zelf had uitgezocht.

'Ik verbond die avond de hele wereld aan elkaar', zegt hij. Hij hield een tirade tegen organisatieadviseurs, vertelde over Huizinga als inspiratiebron. 'Ik heb nog nooit zoveel reacties gehad. Een studente zei: ''Het was prachtig, maar het is jammer dat we u nooit zo tijdens een college leren kennen.'' Ze had gelijk, maar in het reguliere onderwijs durfde ik toen nog niet zo breed uit te waaieren. Misschien moest ik daar ook wat ouder voor worden.'

Twee jaar geleden beleefde hij weer zo'n inzicht, een 'epifanie'. Ditmaal was hij een halfjaar gasthoogleraar aan de Harvard University. Daar werd over een veel breder terrein onderwijs gegeven. En de docenten, zo merkte hij, spraken met hun studenten ook over 'de dingen des levens'. Dat was ook niet zo verwonderlijk daar, want de studenten wonen vaak lange vliegreizen weg van hun ouders. Maar toch, het sprak hem aan.

In Utrecht wil Van Oostrom daarom nu op een soortgelijke manier lesgeven. Heel specialistisch twee Middelnederlandse bijbelvertalingen met elkaar vergelijken, maar dan wel zo dat er niet pasklare antwoorden worden gegeven, maar primair spannende vragen worden opgeroepen. En hij wil studenten individueel gaan begeleiden bij het schrijven van een essay, en daarbij veel met ze praten. Over wat ze nog meer bezighoudt.

Hij wil ook een onderwijsblok aanbieden waarin hij samen met studenten grote werken uit de wetenschappelijke literatuur bespreekt, om zo zijn leerlingen intellectueel te kunnen scherpen. Ondertussen moeten ze dan de kranten lezen, om de actualiteit te toetsen aan de grote denkers. Dat alles natuurlijk, met Van Oostrom als aangever en inspirator.

Het lijkt wel een missie, zo enthousiast vertelt Van Oostrom over zijn plannen. Maar heel plotseling komen ze bij nader inzien ook niet uit de lucht vallen. Wie Maerlants wereld heeft gelezen, weet dat het boek niet alleen een wetenschappelijke studie is, maar ook een verhaal dat leest als een trein, vol met terzijdes naar de moderne tijd. Wat dat betreft heeft Van Oostrom altijd al verder gereikt dan het kleine kringetje van Middeleeuwen-deskundigen.

'Populariseren' noemt hij het. En dat is heel iets anders dan populistisch zijn. 'Goed populariseren is ontzettend moeilijk. Je moet alles van een onderwerp weten, en je tegelijkertijd kunnen inleven in mensen die er niks van weten.' De grote neerlandicus Gerritsen, bij wie hij een intensieve leerschool doorliep, kon het, zegt hij. En de oud-hoogleraar klassieke en middeleeuwse filosofie De Rijk. 'Zijn materie is woestmoeilijk, maar hij geeft iedereen het gevoel dat het gaat leven.'

Zo wil hij het in zijn onderwijs doen, en zo eveneens in zijn boeken. Ook zijn geschiedenis van de middeleeuwse literatuur moet weer 'smaakmakend' worden, zegt hij. Waarom? 'Omdat ik zelf die weg ben gegaan, en weet wat het voor je kan betekenen. Niet dat ik wil dat iedereen zich verder verdiept, maar om het gevoel van reizen in de tijd te geven. Dat is het weldadige van historische kennisverwerving.'

En, geeft hij toe, om de mensen zo een spiegel voor te houden, om ook in zijn boeken 'een leraar te zijn'. Dat deed hij al in Maerlants wereld, waarin hij bijvoorbeeld betoogde dat de middeleeuwse gewoonte om kennis uit geleerde boeken over te nemen, helemaal niet zo veel verschilt van de hedendaagse praktijk als men wel eens denkt. Die behoefte om les te geven, is alleen maar groter geworden.

Je merkt het als je wat langer met hem spreekt. Dan is hij aan het praten over zijn liefde voor de Middeleeuwse literatuur, over de originaliteit die de middeleeuwers zochten in kleine variaties op de Arthur-legende, en zegt hij opeens: 'Dat heb ik liever dan de schreeuwerigheid van een Arnon Grunberg.' Want het is toch verschrikkelijk wat die vlak na de aanslagen in New York en Washington in NRC Handelsblad schreef? Dat hij hoopte dat er nog wel een goed restaurant open was.

'Dat vind ik moreel en esthetisch weerzinwekkend. Dan is de originaliteit een doel op zich geworden. Het is een vorm van zelfverheerlijking waarbij ik denk: geef mij Maerlant maar.'

En zo is de cirkel rond. Want Maerlant was niet alleen een bescheiden, bijna anonieme schrijver, maar ook iemand die in zijn heldendichten, zijn natuurencyclopedie, zijn wereldgeschiedenis overal kleine boodschappen achterliet voor zijn tijdgenoten. Net als Van Oostrom wil doen: 'Daarom heb ik ook zo'n gevoel voor zijn werk: dat zit vol verhalen met een impliciete moraal. En je hoopt natuurlijk dat die doordringt, omdat je zo mooi vertelt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden