Mooi, traag tijdschrift

Mensen die met mensen praten, dat is de formule van het succesvolle Franse blad XXI. En voor fotografie is er speciaal 6 Mois.

'In Kosovo zaten we tijdens de oorlog in een perszaal regelmatig met z'n allen naar ons beeldscherm te turen. Internet begon net belangrijk te worden. We lazen reacties uit Londen, Washington, Parijs. En daarmee maakten we onze stukken. Terwijl alles daarbuiten, waar de echte oorlog aan de gang was, zich aan ons oog onttrok.'


Patrick de Saint-Exupéry (de schrijver van De kleine prins is zijn oudoom) volgde die oorlog als grand reporter voor de Franse krant Le Figaro. Voor hem was dat een moment van inzicht. Maar het zou nog jaren duren voordat hij zijn droom kon verwezenlijken: in augustus 2008 werd het eerste nummer van een nieuw tijdschrift gepresenteerd.


Het heet XXI (eenentwintig, naar de 21-ste eeuw) en alles eraan is ongebruikelijk. XXI is duur (15 euro), de artikelen zijn lang, het bevat geen foto's en al helemaal geen advertenties, maar betaalt zijn medewerkers goed. Het verschijnt elke drie maanden en je koopt het niet bij de kiosk, maar in de boekhandel. Het allervreemdste: XXI is een succes. Per nummer worden ongeveer vijftigduizend exemplaren verkocht, waarmee het vaak opduikt in de lijst met best verkochte boeken. Kennelijk is er een markt voor slow journalism.


Dat kan nog trager, dacht Saint-Exupéry onlangs. En hij lanceerde 6 Mois (Zes maanden). Een tijdschrift dat tweemaal per jaar verschijnt en juist helemaal vol staat met fotoreportages die doorgaans enkele tientallen pagina's beslaan. Ondanks de hoge prijs (25 euro) moet de eerste 6 Mois al worden bijgedrukt. Er zijn al veertigduizend exemplaren verkocht.


'We hebben de bladen gelanceerd zonder marktonderzoek, zonder te weten wie de potentiële lezers zijn', zegt Saint-Exupéry. 'En blijkbaar is dat mogelijk. Zes maanden voelde als een goed ritme voor een fototijdschrift.'


Samen met uitgeverij Les Arènes betrok XXI een maand geleden een nieuw pand, aan de rand van het Quartier Latin in Parijs. Op de begane grond is een winkel, waar ook debatten en publieke interviews kunnen worden gehouden. En boven is het kantoor van Saint-Exupéry. Het raam staat wijd open, de hoofdredacteur is een groot roker (en hoester).


XXI is geboren uit de krimpende markt voor kranten. 'De pers verliest terrein', stelt Saint-Exupéry vast. 'Daarmee nemen ook de mogelijkheden voor journalisten af. Wat ik bij Le Figaro deed, de brandhaarden van de wereld opzoeken, zal steeds moeilijker worden. Kranten worden, ook door de digitale mogelijkheden, steeds meer aan het bureau gemaakt.'


'De lengte van de artikelen is in een paar jaar zowat gehalveerd. En alles wordt opgedeeld: in kaders, inzetjes, infographics. Met als argument: mensen hebben geen tijd, we moeten de informatie verkorten en opdelen. Die redenering vind ik absurd: de krant is er juist voor mensen die nog willen lezen.'


Zo ontstond de gedachte aan een traag tijdschrift. De inspiratiebronnen zijn vertrouwd: The New Yorker, Harper's Bazaar, Granta, en de Franse tijdschriften Actuel,Vu en Regard. 'De Amerikanen hebben een mooie traditie in verhalende journalistiek. Maar in Frankrijk kon je die ook vinden.'


Dat verklaart ook de keuze voor boekhandels als distributiekanaal. Saint-Exupéry somt de veranderingen in het metier op: 'Titels zijn merken geworden, de lezer is een consument, de krant een product, een artikel is content. Tot dat universum willen wij niet behoren, daarom liggen we niet in de kiosk. We hopen op een emotionele band met het medium, en die vind je eerder in de boekhandel.' Aan die keuze hangt een prijskaartje: op boeken wordt in Frankrijk 3 procent meer btw geheven dan op kranten. Dat verlies neemt XXI op de koop toe. Desondanks is het tijdschrift vanaf het begin financieel in evenwicht.


'We gaan met XXI terug naar de fundamenten van het journalistieke ambacht', zegt de hoofdredacteur: 'Mensen die met mensen praten en daarover bericht doen. Voor fictie is daarbij geen ruimte. Alles is echt, zo staat het in het contract dat we met de auteurs afsluiten.'


Er zijn genoeg tijdschriften die hetzelfde pretenderen. Maar die bannen doorgaans niet de fotografie uit hun kolommen. 'Als je tekst en beeld combineert, wint de foto het altijd', vindt Saint-Exupéry. 'Je blik gaat daarheen, en keert niet terug naar de woorden. Dat wilden we voorkomen. Tekst en foto geven verschillende informatie.'


De artikelen in XXI worden geïllustreerd, maar de illustratoren baseren zich wel op foto's. En in elk nummer staat een getekende reportage, een stripverhaal over een tocht met een Iraanse vrachtwagenchauffeur of een stammenoorlog in Afrika.


De verhalen worden verteld aan de hand van mensen. 'De actualiteit van alledag is het schuim dat aanspoelt. Wij willen berichten over de golf die dat schuim veroorzaakt', zegt Saint- Exupéry. 'In Tunesië zijn we op zoek gegaan naar die ene groenteverkoper die, door zichzelf in brand te steken, de hele Arabische wereld in vuur en vlam zette. Dat verhaal wilden we publiceren.'


'Die rol speelt ook de postbode in Kaboel. Een zachtaardige man, wiens leven alleen maar oorlog kent. Want let wel: als de bom valt, gaan de mensen tweehonderd meter verderop gewoon door met boodschappen doen. Kranten schrijven over die bom, en wij over het leven met de kans op bommen. Voor een compleet beeld, heb je altijd afstand en een lichte verschuiving in het perspectief nodig. Die levert de postbode.'


Het aprilnummer van XXI begint met een verzuchting. De hoofdredacteur vraagt zijn ingezonden-brievenschrijvers vooral kritisch te zijn. Sterker: wie kritiek heeft, vergroot de kans op plaatsing. 'We hoopten op reacties zoals in The New Yorker, waar een ingenieur uit Minnesota of een vertaalster uit Honolulu een kleine technische verbetering aandraagt', schrijft hij. 'Maar wat we krijgen is fanmail.'


'Van kritiek worden we beter', zegt Saint-Exupéry. 'Maar kennelijk zit dat niet in de aard van onze lezers.' Aan het abonneebestand leest hij af dat die lezers overal wonen, ook buiten de grote steden. 'Dat zijn mensen die 30 kilometer moeten rijden naar de dichtstbijzijnde boekhandel.'


Wat wordt de volgende stap, een jaarblad? Hij lacht. 'Er is nog veel mogelijk. Maar we nemen de tijd. Het is allemaal nog heel vers, het eerste nummer is nog geen drie jaar oud. XXI is door de vele culturele referenties lastig te vertalen. Maar 6 Mois kun je ook in andere talen uitbrengen. Dat is een van de projecten waar we aan denken.' Een Nederlandse versie hoort ook tot de mogelijkheden.


Zou hij geen zin hebben voor zijn eigen blad op stap te gaan? Een pijnlijke vraag, zegt Saint-Exupéry. Je hebt twee soorten journalisten: de lopende en de zittende. Het eerste is leuker, maar ik ben van een lopende in een zittende journalist veranderd. Soms moet je kiezen, allebei tegelijk is niet mogelijk.'


XXI

Het voorjaarsnummer kondigt drie verhalen aan over 'de vierde leeftijd'. Drie nonnen van boven de 80 weigeren naar een rusthuis te gaan; een reportage over een tehuis in Montreuil waar bejaarden op peuters passen en een artikel over seniorendiefstal: steeds meer bejaarden stelen in supermarkten, dwangmatig of omdat ze armlastig zijn.Successchrijver Jonathan Littell reisde voor XXI naar Zuid-Soedan, smokkelaar Hassan bouwde een paleis in de woestijn en de postbode van Kaboel zoekt soms een week naar een geadresseerde. Tekenaar Renaud de Heyn maakte een beeldreportage over de hasjiesj-verbouwers bij Ketama in Marokko.


6 Mois

Het eerste nummer (voorjaar/ zomer 2011) heeft als hoofdthema China. Er zijn fotoreportages over een Chinese spijkerbroekenfabriek, over Chinese luxe-concubines en Chinese ondernemers in Afrika. Lessen Chinees zijn in Brazzaville bij studenten in trek. Schokkend is de zwartwit-reportage van meer dan zestig pagina's over het leven van de verslaafde aidspatiënt Julie. Fotograaf Darcy Padilla volgde haar van 1993 tot 2010 en legde ook haar einde vast. Verder: het leven van de Britse elite op Eton college en een tangokoppel in Buenos Aires dat met moeite overleeft.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden