MOOI IS GEEN CRITERIUM

Ze ontwerpen spijkerbroeken en wegwerp-T-shirts, maar net zo lief een in een stoel geïntegreerde stofzuiger of behang. De vaak hilarische producten van het Duitse duo BLESS zijn vooral in musea te zien, maar toch gaat het hen om de bruikbaarheid....

Daags voor de opening van hun tentoonstelling in museum Boijmans Van Beuningen zit Ines Kaag (36) te knopen aan een eindeloze wirwar van bont versierde elektriciteitssnoeren. De kabels zijn niet slechts een fraaie oplossing voor de hier en daar nodige stroom, maar ook 'de verbindende factor van de hele tentoonstelling', aldus Kaags collega Desirée Heiss (35). 'Oeuvretentoonstellingen hangen zo vaak als los zand aan elkaar', zegt ze.

De statige ruimtes in Boijmans worden in handen van BLESS een gezellige zooi, en in de opbouwfase slingeren de kledingstukken, tassen, zonnekleppen, een hangmat van bont, gymschoenen en andere modeachtige accessoires overal rond. Maar wordt het een typische modetentoonstelling?

'Je hoort ons niet zeggen dat we mode maken', zegt Kaag later. Wat dan wel? 'We maken producten waar we zelf behoefte aan hebben. Goed, de dingen die we maken zijn vaak wel van textiel of leer of bont, dus de vergelijking met mode is snel gemaakt. Dat is natuurlijk ook niet zo verwonderlijk.'

Want de twee dames die zich samen 'BLESS' noemen, studeerden mode: Heiss in Wenen, waar Vivienne Westwood en Helmut Lang haar docenten waren. 'Vooral Helmut was geweldig als leraar', zegt ze. Kaag studeerde in Hannover en had minder inspirerende docenten, maar zette toch door. 'Voornamelijk om mijn ouders een plezier te doen. De modewereld leek me toen al tamelijk gruwelijk. De gedachte om bij een groot modebedrijf achter de tekentafel te belanden, mijn God!'

Ze kwamen elkaar in december 1993 tegen, en een paar jaar later, na hun afstuderen, begonnen ze BLESS. 'We waren allebei te verlegen om iets in ons eentje te beginnen', aldus Kaag, en zelfs samen zetten ze niet meteen in op een glamourcarrière. Kaag: 'We wilden absoluut nooit een ''nieuwe modesensatie'' worden. Alles behalve dat.'

En toch, in beperkte modekring werden ze dat snel. Het eerste product dat ze maakten, was een blonde pruik van konijnenbont, model Rod Stewart. Het ging ze niet alleen om de pruik als product, maar net zo goed om de verpakking, de fotografie en de manier waarop die pruik een mogelijk publiek zou bereiken, en dus plaatsten ze, als totaal onbekend merk, een advertentie in een aantal internationale modebladen. Ze kregen drie telefoontjes: van een dame die zo'n pruik als skimuts wilde hebben, van het Parijse modewarenhuis Colette, en modeontwerper Martin Margiela nodigde BLESS uit om pruiken voor zijn eerstvolgende modeshow te maken.

Zo zat BLESS meteen in de kunstzinnige modehoek. En daar zijn ze, in de perceptie van velen, gebleven. BLESS presenteert zijn nieuwe collecties tegenwoordig tijdens de damesmodeshows in Parijs. Je ziet de kleren van BLESS in modebladen. 'Nou ja, niet in ELLE', merkt Heiss op. Kaag: 'En toch, voor ons is dat wat wij maken echt geen mode. We zouden ons heel erg vervelen in de mode, denk ik.'

Daar kwamen hun klanten ook snel achter. Na modieuze items als de pruik, wegwerp-T-shirts, een doe-het-zelf-sneaker en leren beenwarmers was Living-Room Conquerors, BLESS no. 07 (alle collecties hebben een naam en een nummer) een serie hoezen en kussens om over eetkamerstoelen te draperen - een oplossing voor wie uitgekeken was op z'n meubilair maar niet direct de hele stoel wilde weggooien. 'De paar modewinkels die onze ontwerpen inmiddels verkochten, waren super teleurgesteld', zegt Kaag. 'Wat moesten ze met een meubelhoes? Maar voor ons was het heel belangrijk; we moesten wel het idee hebben dat we vrij waren om te maken wat we wilden.'

En daarmee zijn ze doorgegaan. Kaag: 'Op een gegeven moment zochten we een strijkijzer, en dan kom je erachter dat alle strijkijzers lelijk zijn. Zelfs als je bereid bent grof geld uit te geven aan een strijkbout van Philips krijg je iets lelijks. Toen hebben we een collectie Design Relativators, BLESS no. 17 gemaakt; onder andere een stofzuiger ingebouwd in een stoel, want zo'n opzichtige, knalrode stofzuiger van Miele neemt maar een hoop loze ruimte in de kast in.'

Waar denkt BLESS dat het succes van computergigant Apple vandaan komt? Is niet juist het feit dat ze mooie apparaten maken hun redding geweest?

Kaag: 'Daar heb je een punt.'

Heiss: 'Maar de spullen van Apple zijn echt mooi, terwijl wij niet op zoek zijn naar iets puur esthetisch. Bij ons is ''mooi'' zelden een criterium. Voor ons geldt slechts de vraag waarom iets niet bestaat, en of wij het kunnen maken.'

De abstractie van hun oeuvre brak BLESS na de eerste experimentele jaren toch wat op; niemand wist precies waar je met BLESS aan toe was, en dus maken ze sinds 2002 'echte' halfjaarlijkse modecollecties. Kaag: 'Hoewel niemand dat direct door had, omdat de eerste collectie, BLESS no. 18, zo extreem onopvallend was: jeans en witte T-shirts. We wilden een paar ultieme basics maken, maar dan wel van de allerbeste materialen.'

Dat klinkt een beetje als een Martin Margiela-collectie, maar die vergelijking gaat niet op, vindt Kaag. 'Margiela zou altijd nog iets aan de coup of het patroon verfijnen. Wij maakten echt de meest lullige, normale basics.'

In de daarop volgende collecties gingen ze overigens wel spectaculairder te werk; in BLESS no. 19 toverden ze met breiwerk, en schakelden ze bijvoorbeeld in één paar handschoenen traploos van ragfijn garen naar superdikke wol over.

Het curieuze en vaak hilarische werk van BLESS liet zich al vanaf het begin goed tentoonstellen, maar de dames waren huiverig voor museale opstellingen van hun werk. 'Ik wantrouw kunstpubliek dat zegt dat iets prachtig is', vertelde Kaag zes jaar geleden, toen ze in Nederland was voor een tijdelijke BLESS-winkel in de Amsterdamse galerie Fanshop. 'We maken bruikbare objecten, dus is het leuker als mensen die ook echt kunnen kopen.'

Dat standpunt nemen ze nog steeds in, en toch lijkt BLESS naast hun halfjaarlijkse collecties (die maar in een handjevol exclusieve winkels ter wereld te koop zijn) vooral druk met een voortdurende tournee langs musea over de hele wereld. Heiss: 'Uitnodigingen van musea zijn te aantrekkelijk om af te slaan, maar we proberen wel elke tentoonstelling te koppelen aan het ontwikkelen van een BLESS-product. Dan houden wij er ook nog iets tastbaars aan over.' Zo maakten ze voor een tentoonstelling in Stockholm een paar houten opbergdozen in de vorm van kledingstukken (Wooden Cloths Shaped Boxes, BLESS no. 24), ontwierpen ze voor een galerie in Leipzig een serie hangend meubilair (Perpetual home motion machines, BLESS no. 22) en laten ze in Boijmans Van Beuningen niet alleen oude producten zien maar ontwikkelden ze ook behang (Wallscapes, BLESS no. 29).

'Het fotobehang laat BLESS-producten in hun dagelijkse omgeving zien, want hoe saai is het om al je spullen op poppen en in vitrines te tonen', zegt Kaag, terwijl behangers het nieuwste product uit de BLESS-catalogus op de muren van de monumentale hal van Boijmans lijmen, waarna de middeleeuwse heiligenbeelden die er normaal staan weer terug op hun plek kunnen en zo in de wereld van BLESS lijken te zweven; oud en nieuw houden het goed bij elkaar uit.

Het behang bewijst eens te meer dat BLESS geen kunst maar spullen maakt - zelfs de expositie zelf, het behang, is vanaf nu dus te koop.

Soms doet BLESS denken aan het Nederlandse Droog Design, waarmee ze ook wel eens contact hadden. Maar de vergelijking gaat volgens Heiss en Kaag niet helemaal op. Droog bemiddelt tussen markt en ontwerpers terwijl BLESS een extreem persoonlijke uiting van de twee maaksters is. Ze hebben een paar vaste medewerkers en een eindeloze stoet stagiaires, maar in hun contract staat dat BLESS ophoudt als een van de twee er mee stopt. Niet dat ze plannen in die richting hebben. Je kunt je terecht afvragen of het conceptuele commentaar op mode en ontwerp tot in eeuwigheid blijft werken, maar daarom zijn Kaag en Heiss wel zo blij met de minder opvallende basis van hun bedrijf. Kaag: 'De media halen uit onze laatste collectie misschien zoiets spectaculairs als een vlechtenpruik met geïntegreerd vest, maar wij zijn net zo blij met de supersimpele, onopvallende kasjmier sweaters die we maken. En omdat het ons niet interesseert om het 'modeding van het seizoen' te maken hoeven we dus ook niet elk halfjaar naar een commerciële knaller op zoek. Het is voor ons veel interessanter om een jas te maken waar de koper na een paar jaar nog steeds zo blij mee is dat hij of zij een tweede koopt.'

'Ja, er gaat niks boven de houdbaarheid van kleding', zegt Heiss, die voor de gelegenheid een ingenieuze top van Margiela draagt; gemaakt van twee achterpanden van colbertjassen. Kaag gaat stoerder gekleed: spijkerbroek en een grijze trui van BLESS met een paar mottengaten erin.

Ze zijn extreem aardig en tamelijk ongrijpbaar. 'Wat vind jij?' is hun favoriete antwoord op vragen, en poseren voor een fotograaf doen Kaag en Heiss principieel niet. Ze wonen hemelsbreed duizend kilometer van elkaar: Kaag in Berlijn, Heiss in Parijs, ze hebben elk hun eigen studio. Ze streven geen supersterrenstatus in design na, maar één klassieker ontwikkelen zou natuurlijk wel leuk zijn. 'Iets waarvoor je alleen bij BLESS terecht kunt', zegt Heiss. Wat dat zou kunnen zijn? Kaag: 'Ik weet het niet. Zou het zo'n aangekleed verlengsnoer zijn? Zou kunnen. Ik denk dat het iets moet zijn dat nog helemaal niet bestaat, iets waar nog geen naam voor is. Iets wat 'de bless' kan gaan heten. Kun je het je voorstellen? Dat je naar de winkel gaat en zegt: 'Doet u mij graag de bless.' Dat zou toch vermakelijk zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden