Mooi geweest

De EU kwam onder unieke omstandigheden tot stand. Nu die zich niet meer voordoen verwordt Europa van een potentiële oplossing tot een reëel probleem, meent Joris Cammelbeeck....

EEN Nederlandse schrijver heeft eens gezegd dat als je een probleem wilt oplossen je het eerst groter moet maken. Dacht hij aan de Europese Unie?

Zeker is dat de EU deze formule al ruim veertig jaar en steeds roekelozer toepast. Sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (1957) door de Zes - Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg - en de uitbreiding met Groot-Brittannië, Denemarken en Ierland (1973), Griekenland (1981), Portugal en Spanje (1991) en Oostenrijk, Zweden en Finland (1995) is zij inmiddels uitgegroeid tot EU van de Vijftien. In de volgende eeuw komen er nog dertien landen bij, waaronder Turkije.

Mogelijk geworden door de Tweede Wereldoorlog en bedoeld om een definitief einde te maken aan de Frans-Duitse animositeit ontwikkelde de EEG zich tot een vrijhandelszone met de embryonale trekken van een politieke federatie. Dat gebeurde onder unieke omstandigheden. Geholpen door dollars van de VS, vrijgesteld van hoge defensielasten door de Amerikaanse veiligheidsparaplu en niet gehinderd door de last van het nog zwaarder verwoeste Oost-Europa, kon de EG door de Koude Oorlog uitgroeien tot een ruimte van welvaart en vrede.

Om te evolueren tot een federatie, een doel dat nooit werd geformuleerd om stagnatie te vermijden, werd een even doeltreffende als gevaarlijke methode gebruikt: een politiek van voldongen feiten. En die methode wordt nog steeds gebruikt door een elite van politieke leiders en eurocraten, toegejuicht door insiders en eurofielen. Kritiek wordt routineus afgedaan als euroscepsis.

Door een voortdurende economische groei, meer persoonlijke en publieke welvaart accepteerden de burgers van de Gemeenschap de nadelen. Die bestaan uit een miljarden verslindend landbouwbeleid, corruptie, bureaucratisering en als constante een steeds groter wordend democratisch tekort.

Als een boot met steeds meer roeiers, maar zonder stuurman, stevent Europa af op zijn onbekende, maar steevast als 'noodzakelijk' omschreven vage bestemming. Onomkeerbare besluiten worden genomen terwijl de unieke omstandigheden waaronder Europa tot stand kwam zich drastisch wijzigden.

Zo is de goedkope energie die de EEG in de jaren vijftig en zestig zelf (steenkool) nog in grote mate produceerde, na de oliecrises uit de jaren zeventig, stukken duurder geworden. Stagflatie en werkloosheid deden opnieuw hun intrede. Spoken uit het interbellum, waarmee de vaders van Europa dachten te hebben afgerekend, doken opnieuw op.

Toch ging de uitbreiding met nieuwe leden onverminderd door. De opdracht, de stichtingsmythe van een uitdijend Europa, moest worden gered. 'Zonder die mythe zouden de middelen (...) waarmee dit 'Europa' tot stand is gekomen immers niet meer zijn dan even zovele praktische oplossingen voor specifieke problemen', concludeert Tony Judt in zijn boek Een grenzeloze illusie?

Toen tien jaar geleden de Muur viel, verdween daarmee weer een factor die het Europese project mogelijk had gemaakt. Opnieuw meldden zich kandidaatleden aan. Enorme problemen en vooral kosten tekenden zich af.

Op dit moment is het aantal lidstaten dat geacht wordt de kosten van uitbreiding te betalen beperkt tot vier van de oorspronkelijke Zes. Zelfs het rijke Luxemburg is netto-ontvanger.

Geconfronteerd met het probleem van stagnerende verdieping door Brits verzet, greep Brussel opnieuw naar het beproefde recept van het voldongen feit, de Europese Munt Unie. Die gedachte werd omhelsd hoewel in Maastricht afscheid was genomen van de fatamorgana, een federatief Europa. Als volleerde marxisten, gepokt en gemazeld in de leerstellingen over onderbouw en bovenbouw, werd een economisch middel aangewend om een politieke ambitie naderbij te brengen.

De Europese methode zegevierde opnieuw. Bij gebrek aan consensus over een blauwdruk werd gekozen voor een top down-aanpak en bleef de EU een wissel trekken op de welwillendheid en de desintresse van haar burgers. Hoe lang nog?

Want tegenkrachten laten van zich horen: boeren, stemmers op extreem-rechtse partijen, oud-links en andere verliezers in de intussen getrimde verzorgingsstaten. Zij zijn beducht voor economische en culturele mondialisering en zien de nationale staat als een verdedigingslinie. Een sociaal Europa laat nog steeds op zich wachten, beleidsconcurrentie is troef. De rijke regio's in Europa rammelen aan hun ketenen. Zij ervaren het supranationale Europa als een bevrijding, de solidaire natiestaat als een gevangenis.

En nu ligt er dan ook nog sinds Helsinki het besluit tot de oprichting van een Europese strijdmacht. Alweer een vrucht van de methode. Omdat een gemeenschappelijke buitenlandse politiek pas mogelijk wordt op grond van andere besluitvormingsprocessen, wordt gehoopt dat doel via zo'n leger alsnog te bereiken.

Wat begon als een historisch wenselijk project en gestalte kreeg onder uitzonderlijke omstandigheden - die niet meer bestaan - is een dogma geworden. Zonder gemeenschappelijke taal, cultuur, duidelijk territoir, publieke opinie, grondwet, parlement en regering, krijgt de EU de contouren van een steeds groter probleem. Een probleem dat bijna niet meer groter kan worden gemaakt en daarmee dus een echt probleem is geworden. Dat kan van de nationale staat nog niet worden gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden