interview

Mooi, denk ik: man met kroon en implantaten'

Van de 298 slachtoffers van de MH17-ramp zijn in de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum inmiddels 193 lichamen geïdentificeerd. De Belgische forensisch tandarts Eddy De Valck is een van de mensen die helpt van nummers weer namen te maken. 'Dit is het laatste wat we voor hen kunnen doen.'

Witte linten aan het hek bij de kazerne Beeld anp

'Toen de lichamen bij ons kwamen, waren ze een nummer. Toen ze weggingen, hadden ze weer een naam. Dat is het laatste wat we voor de slachtoffers van de MH17-ramp kunnen doen. En het is ook het enige wat we voor de nabestaanden kunnen betekenen: hun dierbaren teruggeven zodat het rouwproces kan beginnen.'

Het is donderdag 24 juli, iets na 8 uur in de ochtend, als Eddy De Valck (61) de eerste bodybag ziet verschijnen uit een van de veertig kisten die de avond ervoor in evenzovele zwarte lijkwagens is gearriveerd. De Vlaamse forensisch tandheelkundige draagt een wit pak, net als de tientallen pathologen, vingerafdrukspecialisten en andere deskundigen die zich verzameld hebben in de Hilversumse Korporaal Van Oudheusdenkazerne. Elk specialisme heeft zijn eigen snijtafel. In de lucht hangt de doordringende geur van formaline. Hun opdracht: de slachtoffers van de MH17-ramp hun identiteit teruggeven.

'De dag ervoor heb ik mijn rampentas gepakt. Die staat standaard klaar zodat ik altijd wegkan. Ik heb mijn praktijk overgedragen aan mijn vrouw - ook tandarts - en stapte in mijn auto. Eenmaal in de buurt van Hilversum passeerde ik de haag van rouwende mensen en de bloemenzee. Ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk. Die beelden dwingen je tot stilte. De gevolgen van de ramp werden toen echt voelbaar.'


Tatoeages

'Eenmaal binnen in de zwaarbeveiligde kazerne, nadat ik de militairen met honden en mitrailleurs was gepasseerd, zette ik de knop om. Ik zeg het altijd zo: ik schakel alle boxen in mijn hoofd uit om geen emoties toe te laten. Alleen de technische box, die van de forensisch tandarts, blijft open. Ik onderzoek op dat moment geen lichamen meer, geen mensen, maar tanden. Ik kijk naar een gebit en denk: oh, dit is goed, want deze man heeft kronen én tandimplantaten. En als hij dan ook nog eens een tatoeage blijkt te hebben, ben ik tevreden. Door die combinatie van kenmerken kan zo iemand makkelijk geïdentificeerd kan worden. Als je geen afstand neemt, kun je dit werk moeilijk doen. Dan word je te emotioneel en loop je het risico fouten te maken.

'Nadat we gebrieft waren over de werkwijze, werden donderdagochtend de eerste lijkkisten gescand. We moesten weten of er één heel lichaam of verschillende stukken in een kist zaten. En of er misschien iets van metaal of raketresten bij zaten. Die zouden van betekenis kunnen zijn voor het strafrechtelijk onderzoek naar de daders. Daarna werd de bodybag eruit gehaald en droegen politieagenten het lichaam naar de eerste snijtafel. Zaten er meerdere lichaamsdelen in één kist, dan werd elk deel apart behandeld. Je weet immers niet of de losse arm en het losse been bij elkaar horen.

'Eerst werden, als dat mogelijk was, vingerafdrukken afgenomen. Vervolgens ging het lichaam naar het tweede station. Daar werden persoonlijke bezittingen respectvol verwijderd. Sieraden, portemonnees, kleding. Alles werd gefotografeerd en gedocumenteerd. Daarna was de patholoog aan de beurt om het lichaam te onderzoeken en te beschrijven, en nam de DNA-deskundige genetisch materiaal af. Ik stond bij het laatste, het vijfde station: de tandentafel. Daar registreerde ik alle gebitskenmerken en maakte ik röntgenfoto's van tanden en kaken.

'Zo werkten we in vijf teams, met elk vijf opeenvolgende snijtafels, in een grote ruimte die deed denken aan een oude kapel. Als iedereen binnen een team zijn werk gedaan had, werd alles nogmaals gecontroleerd: zijn alle stappen goed doorlopen? Zijn de documenten correct en volledig ingevuld? Is het unieke nummerplaatje aanwezig? Als dat zo was, kon het lichaam terug in de kist, terug naar de koelcontainer.

Forensisch tandarts Eddy de Valck Beeld An-Sofie Kesteleyn

Klein wereldje

'Tussen de tafels door liepen psychologen. Zij observeerden ons, of iedereen het wel aankon. Ze maakten her en der een praatje: 'Heb je wat interessants gezien? Iets wat tot de identificatie kan leiden?' Zo probeerden ze de sfeer ontspannen te houden. Ik heb niemand zien instorten. De meesten in de kazerne werkten, waren ervaren. Er waren deskundigen uit zeven verschillende landen, velen van hen kende ik al. Je komt elkaar immers bij elke grote ramp weer tegen. Onze forensische wereld is een kleine wereld.

'Ik was een van de eerste forensisch tandartsen van België en heb van alles gedaan: van de tsunami tot Dutroux. Ik ben als lid van het Belgische identificatieteam na 11/9 zelfs in het vliegtuig van onze koning naar de Verenigde Staten gevlogen, om te helpen. België hoopte internationaal te scoren door onmiddellijk hulp te sturen - want ja, de inzet van rampendeskundigen is voor een regering niet alleen een kwestie van centen, maar ook van politiek. We zijn helaas niet verder geraakt dan IJsland. De Amerikanen lieten op dat moment geen buitenlanders toe, dus vloog het vliegtuig van de koning weer huiswaarts.

'Als een ramp gebeurt, sta ik klaar. Maar ook als er onbekende moord- of verkeersslachtoffers zijn, word ik gebeld. Of als de politie een beetsporenanalyse wil hebben. Zo ben ik twee keer medeverantwoordelijk geweest voor de veroordeling van overvallers die zo dom waren in een stuk chocola te bijten op de plaats delict en het vervolgens niet helemaal op te eten. Dan belt de politie mij en maak ik een 3D-afdruk van de reep. Die afdrukken bleken in twee gevallen te matchen met het gebit van een van de verdachten.

'Als je één keer een lichaam hebt gezien, weet je: je kunt dit of je kunt dit niet. Je hebt mensen die perfect zijn opgeleid, alles in theorie kennen, maar afhaken zodra ze geconfronteerd worden met het eerste lijk. Ik heb dat niet, nooit gehad. Dat betekent niet dat ik niet moet verwerken wat ik allemaal zie. Het blijft fysiek en emotioneel een zware baan, je hebt een klankbord nodig.

'Daar was ik me bij mijn eerste ramp, het gekapseisde schip, the Herald of Free Enterprise in 1987, niet van bewust. Toen zag ik in vier dagen tijd 123 lichamen voorbij komen. Ze hadden maanden in het water gelegen, dat doet bepaalde dingen met een lichaam. De eerste weken na de ramp droomde ik daar bijna elke nacht over. Die dromen gingen niet over een opgezwollen lijk, een lichaam dat een deel van zijn hoofd miste of een kindje in vakantiekleding. Maar het ging wám, wám, wám - als dia's flitsten de lichamen voorbij. In mijn dromen onderzocht ik ze keer op keer, samen met mijn Britse collega's, ik droomde zelfs in het Engels. Pas toen ik na anderhalf jaar op een congres een presentatie gaf over the Herald of Free Enterprise, viel er een last van mijn schouders. Toen besefte ik: ik kan dit, maar ik moet er wel over praten.

'In de kazerne, onderling, hebben we relatief weinig over MH17 gepraat. Aan het eind van de dag dronken we nog een biertje met elkaar, en gingen naar bed. In onze slaapkamers hoorde je de generatoren van de koelcontainers. Maar het terrein was groot. Als je in de slaapkazerne of de eetruimte was, werd je - op het geluid van de generatoren na - niet met de reden van onze aanwezigheid daar geconfronteerd.

'De eerste dagen sloten we onze werkdag af met de aankomst van een nieuwe lichting lichamen. De organisatoren wilden alle slachtoffers met respect behandelen. Op het vliegveld in Eindhoven werden de kisten door militairen uit de vliegtuigen gedragen en naar de lijkwagens gebracht. Als ze bij ons in Hilversum aankwamen, stonden wij klaar. Dat was indrukwekkend. Alle teams mooi in het gelid. Samen met vijf andere hulpverleners stapte je om de beurt naar voren. De lijkauto gaat open, je pakt de kist en brengt hem naar de koelcontainer. Een ander indrukwekkend moment was te horen dat het eerste lichaam geïdentificeerd was. Het nummerplaatje maakt dan plaats voor een naamplaat en het lichaam kan terug naar de familie.

'Vrijdag werd bekend dat inmiddels 193 van de 298 slachtoffers zijn geïdentificeerd. Het matchingsproces is nog volop bezig. Maar ons werk zat er begin augustus al op, nadat we 400 menselijke resten hadden onderzocht. Wij, in de kazerne, waren verantwoordelijk voor de zogenoemde post mortem-gegevens (na het overlijden, red.), oftewel we moesten alle gegevens van de lichamen documenteren. Deze worden vervolgens vergeleken met de ante mortem-informatie (voor het overlijden, red.), die verzameld werd bij nabestaanden door een ander deel van het team. En dat is nu net het weke punt in dit systeem: de ante mortem-gegevens - denk aan DNA uit haarborstels of van nabestaanden, vingerafdrukken op gebruiksvoorwerpen of tandartsdossiers - moet je wel kunnen vinden en ze moeten kloppen. Dat is soms moeilijker dan je denkt. Zo heb ik een keer bij een brand waarbij twee broertjes waren overleden, meegemaakt dat de moeder ons apart nam: of we discreet wilden omgaan met het DNA. Ze was er niet zeker van dat haar man de vader van de oudste was. Hij bleek later wel de vader van de oudste, maar niet van de jongste. Ook het tandartsdossier klopt niet altijd. Het komt soms voor dat tandartsen andere of lucratievere ingrepen declareren dan ze daadwerkelijk hebben uitgevoerd.




Een rouwwagen komt aan bij de Korporaal van Opheusdenkazerne Beeld anp

Eindelijk rust

'Alle beschikbare gegevens worden in een computerprogramma gestopt. Dat zoekt een match tussen post mortem- en ante mortem-informatie. De computer zegt niet: dit is hem, maar geeft de mate van overeenstemming aan: hoe waarschijnlijk is het dat dit lichaam van die persoon is? Dan wordt alles met de hand nog eens zorgvuldig beoordeeld door diverse specialisten.'

De MH17 was niet mijn eerste vliegtuigramp. In 1995 was ik betrokken bij het onderzoek naar een neergestort vliegtuig in Roemenië. Daarbij zijn veel Belgen omgekomen. Destijds ging het om een veel kleiner rampgebied dan nu, iets van van 300 bij 200 meter. Anders dan nu, kon het search- en rescueteam dat systematisch uitkammen. Zelfs toen lukte het niet alle lichamen te vinden. Maanden later nog kreeg ik stukken kaak en tanden toegestuurd, gevonden door boeren die hun land hadden omgeploegd.

'Als de wapenstilstand standhoudt en het weer veilig is, zal een nieuw team naar het rampgebied in Oekraïne gaan, op zoek naar degenen die nog niet zijn gevonden. Het wordt moeilijk. Het gebied is 10 vierkante kilometer groot, er heeft een oorlog gewoed, tanks zijn er doorheen gereden en planten zijn weer gaan groeien. Ik vrees dat niet van alle slachtoffers resten gevonden zullen worden.

'Ik zie mezelf als een schakeltje in het identificatiesysteem. Een cruciaal schakeltje, net als alle anderen. Door ons tandheelkundige werk kan met zekerheid worden gezegd of iemand is gevonden of niet. Eén keer, nadat de identificatie van de meisjes in de zaak-Dutroux was afgerond, hoorde ik de vader van Ann, een van de slachtoffertjes, op tv zeggen dat hij nu eindelijk kon rusten. Dat was voor mij een zeer mooi moment. Daar doe je het voor.'

Eerste voorlopige onderzoek wijst geen verantwoordelijke aan

Dinsdag verschijnt het eerste, voorlopige, rapport over de MH17-ramp van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Daarin worden de eerste bevindingen over de oorzaak van de ramp met de MH17 op 17 juli gerapporteerd. Het definitieve rapport laat waarschijnlijk nog een jaar op zich wachten. In het voorlopige rapport zal meer duidelijk worden over de gegevens uit de zwarte doos. Zo is er onderzoek gedaan naar de gesprekken in de cockpit van Malaysia Airlines en wordt ook meer bekend over technische aspecten, zoals vlieghoogte en -route. De vraag of de 298 inzittenden van het toestel de crash bewust hebben meegemaakt, zal nog niet worden beantwoord. 'Dat is een lastig te beantwoorden vraag, we gaan ons best doen die in ons definitieve rapport te beantwoorden', aldus een woordvoerder. Meer informatie over de oorsprong van de raket die het passagierstoestel neerschoot, wordt morgen evenmin bekend. En ook de vraag of de luchtvaartmaatschappij gewaarschuwd had moeten worden over de gevaren van het oorlogsgebied zal nog niet beantwoord worden, noch de vraag wie verantwoordelijk is voor de ramp. 'Wij onderzoeken de oorzaak van de ramp en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken. We zoeken niet naar een dader', aldus een woordvoerder van de Onderzoeksraad. Dat laatste doet het Openbaar Ministerie. Justitie begon onlangs met tien officieren van justitie en 200 politieagenten het grootste strafrechtelijk onderzoek ooit. Bij het onderzoek zijn naast Nederland ook Groot-Brittannië, België, Duitsland, Australië, Maleisië, de Filipijnen, Canada, Nieuw-Zeeland, Indonesië, Oekraïne en de Verenigde Staten betrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden