Monumentenzorg

Fat Possum is een jong label, gespecialiseerd in oude bluesartiesten. Labelbaas Matt Johnson wil het erfgoed van de Mississippi-delta veiligstellen....

Maar weinig poplabels zien het artiestenbestand uitdunnen door ouderdom. Bij het Fat Possum-label uit Oxford, Mississippi hoort het erbij. Fat Possum is het bejaardenhuis van de Mississippi-blues, een poplabel dat liefdevol aan monumentenzorg doet. T-Model Ford, R.L. Burnside, 'Mississippi Fred' McDowell, Paul 'Wine' Jones en vele anderen - ze vertegenwoordigen de ziel van de delta. Sommigen van hen maakten vroeger al platen; anderen speelden alleen in kroegen. Labelbaas Matt Johnson wil ze laten schitteren, zolang ze er nog zijn. Hij wil hun nalatenschap bewaken, ook als die op de valreep nog moet worden gecreëerd.

Neem Asie Payton, de man die in 1997 overleed, vlak nadat hij zijn debuutplaat had opgenomen; helaas net vóór die verscheen. Of Junior Kimbrough, de tandeloze bluesgitarist, die nog vijf platen voor Fat Possum maakte voor hij in 1998 stierf. Dit jaar verschenen van beide mannen postume compilaties. Zonder Fat Possum waren ze vergeten.

Een lange tournee door Europa viel de bijna 80-jarige zwarte bluesman T-Model Ford in 1999 al zwaar. Pas wanneer hij op het podium zat - beker Jack Daniels binnen handbereik en elektrische gitaar in de knokige knuisten - was hij in zijn element. Dan liet hij de luidsprekers prachtige, venijnig ronkende bluesriffs met punkimpact uitschreeuwen. Hij speelde stug door, tot zijn manager annex begeleider het plankier opstapte en hem in het oor fluisterde: T-Model, je zit er nu ruim een uur, tijd om te kappen. Yeah, awright, zei T-Model dan, en hij kuierde richting coulissen, leunend op zijn wandelstok. Nee, dat optreden ging prima. Het was het reizen dat hem zwaar viel.

Zijn gezondheid schijnt hard achteruit te gaan. Dikke kans dat die veranda in Mississippi de enige plaats is waar de rauwe blues van T-Model Ford nog live te horen zal zijn. Daarna moeten we het met zijn platen doen, uitgebracht door Possum.

Dit jaar meldde zich ook een flamboyante leeftijdsgenoot uit de sector soul op het label: Solomon Burke. Don't Give Up On Me is een plaat vol songs die grote songschrijvers (Dylan, Waits, Costello) speciaal voor hem componeerden. Ook zo kun je een oude vulkaan weer vuur laten spuwen. Soms hebben ze alleen wat liedjes en wat hulp nodig: singer/songwriter en producer Joe Henry nam Burke bij de hand. Rick Rubin deed hetzelfde voor de serie American-albums van Johnny Cash.

In jazzkringen is dergelijke monumentenzorg aan de orde van de dag: bekende en relatief onbekende oude muzikanten die door platenlabels worden benaderd om nog één keer te laten horen wat ze kunnen. In de popmuziek, waar de meeste muzikanten ver voor de pensioengerechtigde leeftijd op hun houdbaarheidsdatum worden gewezen, is het een relatieve zeldzaamheid.

Weliswaar maakte de Amerikaan Alan Lomax, de folk-archivaris die op 18 juli van dit jaar overleed, van monumentenzorg zijn levenstaak, maar in zijn ontzagwekkende Global Jukebox zijn anonieme, voorheen alleen mondeling overgedragen liedjes de monumenten. Díe wilde hij behoeden voor de vergetelheid, niet zozeer hun vertolkers.

Als een platenlabel zich dan eens richt op het oppoetsen van oude pophelden, lijkt opportunisme doorgaans het motief. Zoals bij het Britse rocklabel Eagle Records van zakenman Terry Shand. Idolen van middelbare leeftijd kunnen er hun nieuwe werk uitbrengen als de major-platenindustrie geen brood meer in ze ziet. Vooral de categorie seventies rock (Uriah Heep, Deep Purple, Yes) is goed vertegenwoordigd op Eagle, maar ook The Fall en sinds kort folkrockers The Levellers bouwen er af. De Eagle-bazen weten dat zij zichzelf niet zullen overtreffen, maar wel kunnen rekenen op een schare devote fans, wat een echte flop zo goed als uitsluit.

Het enige project waarmee het Fat Possum-label werkelijk verwantschap heeft, is geen platenlabel maar een gelegenheidsgroep: de Buena Vista Social Club, een project van Ry Cooder, die zelf consequent op de achtergrond bleef. Een erepodium moest het zijn, voor een generatie vergeten Cubaanse muzikanten en zangers. De wereld moest nog één keer horen tot wat voor moois ze in staat zijn.

Het titelloze Buena Vista Social Club-debuut (1997) werd een onwaarschijnlijke hit onder popliefhebbers van alle leeftijden, en ontketende een heuse Cuba-hype. Cuba zelf was de nieuwe oude sterren al vergeten, de rest van de wereld kende ze zelfs nog helemaal niet: Eliades Ochoa, Compay Segundo, Rubén Gonzalez, Omara Portuondo en natuurlijk Ibrahim Ferrer. Het duwtje in de rug dat Ry Cooder ze gaf, bleek voldoende om bejaarde popsterren van ze te maken. Verschillende Buena Vista-leden brachten succesvolle solo-albums uit.

Onvergetelijk zijn de beelden van Ibrahim Ferrer in New York, uit de film Buena Vista Social Club (1999) van Wim Wenders. Daar liep hij, de dunne man met platte pet. Zomaar in New York. Zijn familie zou hem eens moeten zien, tussen al die wolkenkrabbers. Nooit gedacht dat hij er ooit nog eens zou komen. Twee jaar later werd Ferrer uitgenodigd een nummer te zingen met de Gorillaz, de hippe animatiepopgroep van Blur-frontman Damon Albarn. Ferrer zong over een lome triphop/dub-beat. Hij zal zich hebben verbaasd over het feit dat je dat allemaal uit de computer kunt toveren.

Die prachtige, oprechte verwondering over wat ze op hun oude dag is overkomen, verbindt Ibrahim Ferrer (1927) uit Cuba met zijn collega T-Model Ford (1923) uit de Amerikaanse Mississippi-delta. Het is me wat, zouden ze glimlachend tegen elkaar zeggen als ze dezelfde taal spraken. Dankzij Ry Cooder en Matt Johnson kunnen we voor altijd luisteren naar hun muziek, die nu al als een nagelaten oeuvre kan worden beschouwd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden