Monumentenzorg op internet

De Digitale Stad (DDS) was in 1994 voor veel Nederlanders de eerste kennismaking met internet. Kunstenaars, politici en activisten trokken er meteen naartoe....

BRUIN café Pleinzicht heeft een biljart en een scherm waarop je live naar PSV-FC Groningen kunt kijken. Geen omgeving waar je snel iemand uit de Amsterdamse internetwereld zult tegenkomen. Je zult er überhaupt niet zo snel iemand tegenkomen, want de kroeg is vrijwel verlaten en de barman zit er verveeld bij, met zijn voeten op een kruk.

Maar in een hoek zit een groepje twintigers, de harde kern van de Vereniging in Oprichting De Digitale Stad (VIODDS). Ze willen De Digitale Stad (DDS) overnemen, het 'internet-historisch monument' dat nu met sluiting wordt bedreigd. DDS kan behouden blijven, denken ze, als betaalde krachten worden vervangen door vrijwilligers die de servers onderhouden, mail beantwoorden en andere klusjes opknappen. Er zitten fanatieke nerds bij, die niets mooier vinden dan het onderhouden van het complexe systeem van DDS. En jonge romantici die verknocht zijn aan het idee van een niet-commercieel, publiek internet. 'De Digitale Stad is een gevoel dat heel diep zit', zegt woordvoerder Reinder Rustema (28), in het dagelijks leven mediaconsultant. In een paar weken tijd heeft de vereniging al bijna 400 leden geworven.

Voor veel Nederlanders was De Digitale Stad in 1994 de eerste kennismaking met internet. Je kon er al gratis mailen en inbellen toen nog niemand van Nina Brink had gehoord. Lange tijd was DDS ook de enige plek waar je gratis een homepage kon bouwen. 'Omdat er verder vrijwel niets was in Nederland, werkte DDS als een magneet op kunstenaars, politici en activisten die iets met internet wilden doen', zegt 'internet-antropoloog' Marianne van den Boomen, die vanaf het begin bij DDS betrokken was.

DDS werd opgezet door politiek-cultureel centrum De Balie en een groepje hackers die provider XS4ALL waren begonnen. De Stad belichaamde de idealen van deze internetpioniers. Zij vormden een platform voor burgers die het publieke debat zochten, met de overheid of met elkaar. Het virtuele debat zou de democratie weer nieuw leven inblazen. Daarnaast moest de Stad de macht van de traditionele massamedia doorbreken. Op internet kon elke Stedeling zijn ei kwijt, hoe controversieel en particulier hij ook te werk wilde gaan.

Maar nu ligt DDS er wat verkommerd bij. Het laatste nieuws op de site dateert, als liefdeloos achtergelaten zwerfvuil, van 2 november vorig jaar. Toen werd de redactie opgedoekt, wegens chronisch geldgebrek. 'Wie vandaag door De Digitale Stad wandelt, krijgt het gevoel dat hij een archeologische opgraving bezoekt', zegt Dennis Beckers van de vakgroep sociale informatica van de Universiteit van Amsterdam.

Het publieke deel van de Stad werd altijd gefinancierd uit andere activiteiten, zoals consultancy en het bouwen van websites. De stichting DDS had echter weinig geld voor onderhoud en vernieuwing, terwijl commerciële concurrenten als KPN in rap tempo internet veroverden. Om de dringende behoefte aan kapitaal te bevredigen, werd de stichting DDS vorig jaar omgevormd tot een commercieel bedrijf. Het leek een goed moment: de internethype bevond zich op een hoogtepunt, de beursgang van World Online leek het startsein voor een Nederlandse goldrush. Helaas werd 2000 een annus horribilis voor de internetwereld.

Volgens DDS-directeur Joost Flint scheerde ook zijn bedrijf een paar keer langs de rand van de afgrond. Om de financiën te saneren werden het internetcollege (een site voor middelbare scholieren) en de webhosting-activiteiten verkocht. DDS slankte af tot een overzichtelijk bouwbedrijf voor websites, met ongeveer twintig medewerkers. Het bedrijfje loopt goed, zegt Flint, maar is veel te klein om de complexe Stad met 70- tot 80 duizend actieve gebruikers te kunnen ondersteunen.

'Er moet ongeveer vijfduizend gulden per week bij. Dat kunnen we niet oneindig volhouden', zegt Flint. Maar de Stad, officieel DDS City genoemd, is ook weer 'te bijzonder om zomaar de stekker eruit te trekken'. 'De City is een cultuurhistorisch momument dat je wilt bewaren, net zoals je de eerste afleveringen van Ja Zuster, Nee Zuster wilt kunnen terugzien.'

Flint is nu in gesprek met een paar zakelijke partijen, zegt hij. Die zijn echter voorzichtig. De markt zit tegen, en met haar dwarse, alternatieve imago leent DDS zich ook niet voor al te opzichtige commercialisering. Overname door de VIODDS is een serieus alternatief, zegt Flint. 'Maar dan moeten we er wel vertrouwen in hebben. De risico's moeten beheersbaar zijn.' De vrijwilligers moeten de continuïteit van de City kunnen waarborgen. Want als het verkeerd loopt, raakt de merknaam De Digitale Stad beschadigd.

In zeven jaar van pionier tot monument, het is snel gegaan met DDS. In januari 1994 doopte de toenmalige loco-burgemeester Frank de Grave het 'groot digitaal Mokum': 'Ik roep de Amsterdammers op het debat aan te gaan, met elkaar, met de politiek en later ook met de wereld.'

DDS was meteen een doorslaand succes. Binnen de kortste keren was in heel Amsterdam geen modem meer te krijgen. De hoogdravende politieke ambities zijn echter nooit waargemaakt. 'Al snel bleek dat mensen meer geïnteresseerd waren in elkaar dan in de overheid. Wie zegt er nou: ''Joepie, er staat een nieuwe beleidsnota online!?'' Het napluizen van beleidsnota's is een vervelende taak die je graag aan anderen overlaat, tenzij er een HSL-trein door je achtertuin dreigt te denderen', zegt Reinder Rustema van de VIODDS. Uit de Digitale Stad zijn liefdes en vrienschappen ontstaan, maar de belangstelling voor gemeentepolitiek is sinds 1994 alleen maar verder afgenomen. Niettemin worden alle slogans over digitale democratie vrolijk herhaald, maar nu door de landelijke overheid.

Waarom is Monumentenzorg op internet nodig? Riekt de VIODDS niet naar heemschut, stoomlocomotieven en oude ambachten? De eertijds unieke diensten van DDS worden nu op talloze plaatsen aangeboden door andere bedrijven. Veel Stedelingen zijn zelfs naar commerciële providers overgestapt, omdat ze daar een grotere homepage mochten bouwen.

Volgens Reinder Rustema is er wel degelijk behoefte aan een publieke ruimte op internet. 'De belofte van internet was dat elke burger zijn passie zou kunnen uitleven, zijn eigen ding doen op het net. Bij commerciële providers is dat moeilijk. Als je een origineel idee voor een homepage hebt, kun je alleen maar hopen dat je niet al te succesvol bent', zegt hij. Corrie, de vrouw achter de bekendste Nederlandse webcam Cam@Home, moest weg bij UPC omdat zij te veel dataverkeer genereerde. Als 'datavluchteling' vond zij onderdak bij De Digitale Stad. Bovendien zullen veel gratis diensten binnenkort onderuitgaan, verwacht Rustema.

DDS probeerde de publieke ruimte op internet te redden door commercieel te gaan. Ironisch genoeg stortte juist op dat moment het commerciële internet - voorlopig - in. Alleen een terugkeer naar de niet-commerciële roots van het net kan uitkomst bieden, denkt Rustema. Een kleine, maar enthousiaste groep vrijwilligers kan DDS tegen relatief lage kosten overeind houden.

De VIODDS praat niet alleen met rijke sponsors, zoals XS4ALL-oprichter Felipe Rodriguez, maar zal ook bij de overheid aankloppen. Subsidie voor een internetprovider, het lijkt geen honderd procent kansrijke gedachte. Rustema: 'Waarom niet? Op internet moet een publiek domein blijven bestaan. Dat bestaat in de omroepwereld toch ook?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden