Monumentenstrijd rechts en ultrarechts

Waarom zet premier Orbán de bouw van een omstreden oorlogsmonu-ment door? Omdat ultra-rechts ook een monument heeft onthuld?

BOEDAPEST - In Boedapest houden ze van monumenten en dat is op het Szabadság tér - het Vrijheidsplein - goed te zien. Tussen de speeltuinen en de terrasjes bevinden zich welgeteld elf gedenktekens, niet slecht, zelfs voor een groot plein. En, moet de Hongaarse regering hebben gedacht, als er al elf staan, dan kan er ook nog wel een twaalfde bij.


En zo werd eind vorig jaar besloten op het plein een gedenkteken op te richten naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de Duitse bezetting. Het moet een plaats krijgen recht tegenover het monument ter ere van de Sovjethelden die Hongarije tijdens de Tweede Wereldoorlog 'bevrijdden'; de afrastering eromheen moet voorkomen dat anticommunistische vandalen er met de ster op de top vandoor gaan.


Het geplande monument zal niet minder omstreden zijn: Hongarije was een militaire bondgenoot van Hitler toen Duitse troepen in maart 1944 het land bezetten. Zonder de energieke steun van de Hongaarse autoriteiten hadden de Duitsers nooit in twee maanden tijd een half miljoen Joden naar Auschwitz kunnen deporteren.


In opdracht van de regering ontwierp de Hongaarse kunstenaar Péter Párkányi Raab een zeven-meter-hoog beeld waarop de aartsengel Gabriël wordt aangevallen door een uit de lucht vallende adelaar. De betekenis daarvan laat weinig aan duidelijkheid te wensen over: Gabriël is de beschermheilige van Hongarije; de adelaar het wapen van Duitsland.


De gevolgde procedure is typisch voor de manier waarop Hongarije bestuurd wordt sinds Orbáns partij Fidesz vier jaar geleden een absolute meerderheid veroverde in het parlement, meent Agnes Szöllössy, kunsthistorica van de Budapest Galéria.


Bij de keuze van het ontwerp had haar stadsinstelling inspraak moeten krijgen, maar dat gebeurde niet. Samen met haar directeur werd Szöllössy door de regering voor voldongen feiten gesteld. Ze is ervan overtuigd dat het omstreden ontwerp bedacht werd door een naaste medewerker van premier Orbán.


Het geplande monument zorgde voor een storm van protest. Historici spraken van geschiedvervalsing; vertegenwoordigers van de kleine joodse minderheid dreigden de door de regering geplande Holocaustherdenking te boycotten.


Maar veel indruk heeft het protest niet gemaakt. Volgens Daniel Köster, de vertegenwoordiger van de kunstenaar, heeft het omstreden monument de mensen aan het denken gezet, daar kan toch niemand iets tegen hebben. 'Het beeld wil toch niemand kwetsen.'


Het enige wat de tegenstanders van het monument gedaan wisten te krijgen, was uitstel van de onthulling ervan tot na de geplande Holocaustherdenking in mei. Normaal gesproken had het op 19 maart moeten worden onthuld, precies 70 jaar na de Duitse inval.


Orbán heeft niet de gewoonte naar zijn tegenstanders te luisteren. Dat hoeft hij ook niet, met een comfortabele tweederde meerderheid in het parlement.Door de parlementsverkiezingen van aanstaande zondag heeft hij nog minder reden dan anders. Hoewel zijn partij opnieuw afstevent op een absolute meerderheid, wordt zijn populariteit bedreigd door Jobbik, een extreem-rechtse partij die nauwelijk een geheim maakt van haar antisemitisme. Bij de verkiezingen van vier jaar geleden haalde de Beweging voor een Beter Hongarije 17 procent van de stemmen. Uit een recent onderzoek van Central European University-hoogleraar András Kovács blijkt dat een op vijf Hongaren de Joden liever zou zien vertrekken.


Antisemitisme

Het is een fenomeen waar de Hongaarse regering geen duidelijk antwoord op weet. Hoewel Orbán geen kans voorbij laat gaan afstand te nemen van het antisemitisme en zijn regering miljoenen uitgeeft aan de herdenking van de Holocaust, weigert hij afstand te nemen van het Hongaarse oorlogsverleden.


De beslissing voor het nieuwe monument werd genomen nadat een paar maanden op hetzelfde Vrijheidsplein door Jobbik een borstbeeld werd onthuld voor Miklós Horthy, de regent die toezag hoe de Hongaarse Joden naar Auschwitz werden gedeporteerd. Het bevindt zich in het portaal van een protestantse kerk van een met Jobbik sympathiserende dominee. Een glazen kast en een traliehekken moeten beletten dat het van zijn sokkel wordt gesleurd.


'Orbán haalt de schaduwen van het verleden naar boven', meent Szöllössy, de kunsthistorica. Twee weken geleden legde ze met andere tegenstanders van het geplande monument op een hoek van het plein herinneringen neer aan de vermoorde Joden. Ze zijn er blijven liggen, de steentjes, de kaarsen, de gebedenboekjes en de bloemen. Zelfs de twee lege stoelen staan er nog, met een bordje met foto's van vermoorde Joden: 'Hongaren vermoord door Duitsers én Hongaren.'


Mengeling populisme en patriottisme


Bij de parlementsverkiezingen van aanstaande zondag stevent de Hongaarse premier Viktor Orbán met zijn partij Fidesz opnieuw af op een parlementaire meerderheid. Dat heeft de anticommunistische conservatief te danken aan een mengeling van populisme en patriottisme. Na een omstreden grondwetshervorming en een belastingverhoging die vooral buitenlandse bedrijven trof, liepen de spanningen met de Europese Unie hoog op. De Hongaren hebben er weinig moeite mee. Dankzij de aanpak van de energiesector (die voornamelijk in buitenlandse handen is) betalen zij sinds vorig jaar een stuk minder voor gas en elektriciteit. De grootste bedreiging komt van de extreem-rechtse en antisemitische partij Jobbik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden