Monumenten van hoogmoed

Een vriend van mij probeerde eens een suppoost van het Stedelijk Museum te verleiden tot een discussie over de vraag of een daar hangend abstract werk, dat voor het ongeoefende oog inderdaad een wat rommelige indruk maakte, wel het predikaat 'kunst' verdiende. Het kostte hem bijna zijn relatie met een studente van de kunstacademie die zich zelden zo had geschaamd. Het beoordelen van kunst is een vak apart en kan daarom maar beter aan professionals worden overgelaten. Die les indachtig heb ik de laatste jaren de nieuwbouw van het Stedelijk met een gepast stilzwijgen gadegeslagen.


Maar nu is het officieel. In TheNew York Times maakte architectuur-recensent Michael Kimmelman gehakt van de reusachtige witglanzende badkuip op het Amsterdamse Museumplein. Kimmelman, volgens zijn Wikipedia-pagina de 'meest scherpzinnige kunstcriticus van zijn generatie', verklaarde nog nooit zoiets 'ridicuuls' te hebben gezien. Een bezoek aan de (nog altijd) prachtige collectie is als 'het horen van Bach gespeeld door een man in een clownspak'.


Hij bestempelt de nieuwbouw van het Stedelijk als een droevige nageboorte uit een periode waarin geld geen rol speelde en alles dat opviel goed was. Knarsetandend keek kunstzinnig Amsterdam naar het Guggenheim in Bilbao en de Tate in Londen. De wereld keek steeds minder naar Amsterdam.


Als veel ontwerpers proberen architecten met hun creaties de tijdgeest te vangen, of deze zelfs een stapje voor te zijn. Anders dan bij reclameposters of bankstellen zit bij gebouwen veel tijd tussen ontwerp en uitvoering en valt het resultaat niet eenvoudig aan te passen. Het maakt de architect kwetsbaar voor koerswijzigingen van de tijdgeest.


Dat de tijdgeest snel en drastisch kan veranderen weten ze ook aan de Amsterdamse Zuidas. Eind jaren negentig zette het nieuwe ABN Amro-hoofdkantoor daar de toon. Waar economen doorgaans ondernemers zien als de motor van economische ontwikkeling en de bankier (in de woorden van Schumpeter) als 'de brug waar de ondernemer overheen loopt', ontdekten bankiers in die jaren juist de ondernemer in zichzelf. Het ABN Amro-hoofdkantoor belichaamde het nieuwe ontketende bankieren. De uit zwart natuursteen opgetrokken hoekige torens herinneren nog aan de statige en betrouwbare bank van weleer. Uit die strenge torens ontsnappen golven van grijs kunststof en glas, symbool van de ontembare ambitie om meer te zijn dan 'een brug'.


Een ambitie die de samenleving de bankiers graag gunde. In 2005 kroonde Elsevier Rijkman Groenink tot 'Nederlander van het Jaar'. In 2006 bereikte hij de vierde plaats op de Volkskrant-top -100 vanwege de talrijke nevenfuncties die de topman van een topbank toekomen, zoals het voorzitterschap van de Raad van Toezicht van het Stedelijk. Een museum dat hoognodig eens moest uitbreiden, liefst een beetje opvallend.


En zo kijken de Amsterdammers nu aan tegen twee ongemakkelijke iconen van een tijd die te mooi was om waar te zijn. Voor het Stedelijk geen glitter, glamour en internationale erkenning, maar vernietigende kritieken, ontslagen, gesteggel over subsidies en openingstijden. Aan de Zuidas straalt de staatsbank niet de dienstbaarheid uit die ze stelt na te streven.


De komende magere jaren zullen de gebouwen pijnlijk uit de toon vallen. Monumenten van de hoogmoed die leidde tot de financiële crisis, zoals overal in de westerse wereld lege kantoorgebouwen en niet afgebouwde villawijken dat zijn.


In Madrid staat de 'Poort van Europa': twee scheve wolkenkrabbers, een technologisch hoogstandje, symbool voor de ongekende investeringsmogelijkheden van het nieuwe Spanje. Daarin probeert nu Bankia, de grootste Spaanse probleembank, zich met veel Europese steun staande te houden.


Over vijftien jaar zullen de subprime- en eurocrisis nog slechts begrippen zijn uit een ver en haast vergeten verleden. Nieuwe financiële innovaties bieden dan weer ongekende groeimogelijkheden. Bankiers zullen bezweren dat het die keer echt anders is, dat schulden dit maal best tot ongekende hoogte mogen stijgen.


Anders is in ieder geval dat de Nederlandse bankiers en hun toezichthouders elke ochtend worden geconfronteerd met de in grijs kunststof en glas vereeuwigde gesneefde ambities van weleer. 's Avonds, bij het verlaten van het Concertgebouw, zien ze de van hoogmoed overlopende badkuip aan de overzijde van de straat. Als deze heren en dames daardoor net iets voorzichtiger zijn en net iets eerder in de rem knijpen, dan verdienen deze beide gebouwen zich alsnog dubbel en dwars terug.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden