Monument voor de zuinigheid

Decennialang veranderden Maria van den Brink en haar zusters niets aan hun boerderij in Putten. Toen Maria overleed in 2003 werd hun onderkomen een museum....

Nell Westerlaken

Zonder het te beseffen richtte Maria van den Brink een monument op voor haar eigen leven. Ze deed hiervoor letterlijk niets. Decennialang liet zij vrijwel alles bij het oude in haar boerderij, en het oude wordt, zoals bewezen, vanzelf weer interessant.

De kalender van het veevoederbedrijf in haar keuken hangt op januari 2003, maar de tijd was al eerder gestold dan die maand waarin Maria doodging als laatste van drie ongetrouwde zusters. Na het overlijden van broer Gerrit in 1970 zetten Geertje, Steventje en Maria de elektrische wasmachine aan de straat, herstelden de houten wastobbe-met-wringers in ere en zeiden tegen elkaar: ‘Wie goan weer werken zoals pa ’t ons hef geleerd .’

Kinderen, neven en nichten hadden de zusters niet, en zo kwam de erfenis na het overlijden van Maria in handen van ongeveer driehonderd nabestaanden die allemaal instemden met de verkoop van de boerderij aan de gemeente Putten. Daarvoor moest onder anderen een verre achternicht worden opgespoord die zonder vaste woon- en verblijfplaats door Zimbabwe zwierf.

De boerderij uit 1907 van de ‘Erven Van den Brink’, zoals de zusters de telefoon opnamen, werd schoongemaakt en opgeknapt, maar alles bleef staan waar het stond in 2003; de charme van De Mariahoeve schuilt erin dat het tegen wil en dank een museum is. De hooivorkennostalgie waar heemkundige musea weleens aan lijden is grotendeels achterwege gebleven. Die vorken zijn er, maar ze liggen slordig in de schuur zoals ze daar al decennia liggen.

De clivia’s voor de ramen zijn de clivia’s van Maria. De weckpotten in de kelder met boontjes, vlees en stoofperen, de fles met frambozen op brandewijn: gevuld door Maria. 97 was ze bij haar overlijden. Het verhaal wil dat ze ooit een bedankje kreeg van een vrouw aan wie ze een weckpot had geschonken. ‘Ik heb die nog geweckt toen jij in de wieg lag’, zou Maria hebben gezegd. De vrouw was 42.

‘ Zuinigheid met vlijt’, het zou de zusters tekortdoen. Eerder was sprake van een compromisloos fanatisme waarvan wrekken en consuminderaars onder de indruk zullen raken. Zelden zal een telefoon zo weinig zijn gebruikt als het bakelieten toestel aan de muur. De kale planken onder het vloerkleed zijn typerend voor de Erven: waarom zou je schilderen op een plaats die niemand ziet, dat kost maar verf.

De kledingstukken aan de waslijn boven de kachel zijn honderd keer versteld. De poepdoos, in de koeienstal, heeft een houten garenklosje als deurklink en de ladder naar de hooizolder is een ingenieus timmerwerk van bijeengezochte takken. Daarop klom Geertje zelfs als hoogbejaarde nog naar boven om tegen de warme schoorsteen verlichting te zoeken voor haar reumatiek.

De zelfgemaakte worsten werden dichtgeprikt met een sleedoornstekel en de papieren kaft van de bijbel is aan de binnenkant vastgezet met een naald en een draadje oude katoen: bespaart plakband. Zo veel creativiteit vind je alleen nog bij inheemse volkeren die nauwelijks toegang hebben tot westerse goederen.

Maar arm waren ze niet, de Erven van den Brink, althans vanaf de jaren vijftig niet. Daarvan getuigt de heerde, de mooie kamer. Die heeft alles wat een boer decennia geleden tot een boer in goeie doen maakte. De familie had een aardig effectenbezit in de jaren zestig. De zusters weigerden aow; nergens voor nodig, of misschien mocht het niet van de HEERE.

Op de schouw staan borden van Delfts blauw, er is een Friese staartklok, een kabinet met stapels linnengoed en gebreide borstrokken, een Franse secretaire, en over de tafel ligt een kleed met Perzische motieven. Het is zo’n interieur waaruit moderne Nederlandse ontwerpers als Jurgen Bey en Hella Jongerius inspiratie halen.

Toch wringt het. De zusters keerden de tijdgeest, de wereld, de rug toe, maar nu ligt hun leven open voor nieuwsgierige zielen. Een magere troost is dat voyeurs in de 21ste eeuw er wellicht wat opsteken. Foodies kunnen in het bakhuis aan de petroleumstellen zien dat slow food van alle tijden is. Het nestje kalkeieren – waarmee werd voorkomen dat de kippen overal op het erf hun eieren legden – getuigt ervan dat niet al het Nederlandse pluimvee meteen na Cornelis Jetses’ dood in 1955 werd opgesloten in legbatterijen.

Elders op de Veluwe kun je voor veel geld primitief kamperen om ‘terug te keren naar de basis’. Die basis werd tot 2003 met verbetenheid bewaakt door Maria van den Brink. Alleen de Friese staartklok tikt niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden