MONUMENT VAN KOLONIALISME HERLEEFT

Aan de rechteroever van de Commewijne wordt met Nederlands geld Frederiksdorp opgeknapt, een voormalige koffie- en cacaoplantage uit 1760. Een monument van kolonialisme zoals er in het binnenland van Suriname weinig meer zijn te vinden....

door Jeroen Trommelen

Ruim driehonderd plantagewoningen moeten er in de 17de en 18de eeuw gebouwd zijn in Suriname, de een nog groter en mooier dan de ander. De verblijfplaatsen van de eigenaar of beheerder van de suiker-, koffie en cacaoplantages waren het pronkstuk van de productieve landerijen. Ze werden opgetrokken in koloniale stijl en bij voorkeur neergezet met uitzicht op de rivier.

Kracht en welvaart moeten ze hebben uitgestraald, maar te verifiëren valt dat tegenwoordig niet meer. Bij een vaartocht over de huidige Commewijne- en Surinamerivier is er vrijwel niets meer van terug te vinden. De plantages zijn overwoekerd, de houten huizen vervallen of verdwenen.

Halverwege de 18de eeuw had Suriname bijna vijfhonderd plantages in bedrijf. Daarvan zijn er welgeteld twee over die de gewassen van toen nog produceren. Op de plantages Peperpot (van de Surinaamse overheid) en Katwijk (particulier) worden op kleinschalige akkertjes nog koffie en cacao verbouwd. Suikerrietplantages bestaan helemaal niet meer. Mariënburg - een eeuw geleden samen met de gelijknamige suiker- en rumfabriek het grootste verwerkingsbedrijf in de Cariben - wordt nu gesloopt en verkocht als schroot. Wie de indrukwekkende bedrijfshal met antieke stoommachines van Werkspoor nog wil zien, moet snel zijn.

Het grootste deel van het koloniale erfgoed aan de oevers van de Surinaamse rivieren lijkt daarmee bijna van de aardbodem verdwenen, tot verdriet van historici aan beide zijden van de oceaan. Maar het tij keert, want zowel in Nederland als in Suriname neemt de belangstelling voor historisch erfgoed toe. Als gevolg daarvan is onlangs in elk geval één plantage gered: Frederiksdorp aan de rechteroever van de Commewijnerivier.

Eind vorig jaar stelde het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een kleine 400 duizend euro ter beschikking om de historische gebouwen op de plantage te restaureren. Met de vorige Surinaamse regering onder president Wijdenbosch wilde Nederland geen zaken doen, maar na overleg met de huidige regering is snel met de uitvoering van het plan begonnen. Het eerste deel van de renovatie wordt vermoedelijk komende maand opgeleverd.

Frederiksdorp is genoemd naar de oorspronkelijke eigenaar, de Duitser Johann Friederich Knöffel. Niettemin geldt het als een uniek voorbeeld van Surinaams-Nederlandse geschiedenis, temeer omdat de plantage in vroeger dagen een veel bredere functie had dan de aanplant van koffie en cacao alleen.

In de loop van de 18de eeuw werden er een ziekenhuis, een politiepost en een gevangenis gevestigd. De laatste twee zijn kort na 1860 gebouwd na de afschaffing van de slavernij, toen veel nieuwe 'vrije' arbeidscontractanten naar het gebied trokken. Het merendeel van de oude overheidsgebouwen wankelt, maar staat nog overeind. Net als de rond 1750 gebouwde plantage- en dokterswoning. Staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur bezocht Suriname eind vorig jaar en omschreef de voormalige plantage-politiepost als een 'monument van kolonialisme'.

Vanuit Paramaribo kost het een uurtje om er te komen. Een auto hobbelt in drie kwartier naar het voormalige Mariënburg, waar een veerbootje de oversteek maakt richting Margaretha. Aan de overkant wacht een blanke Nederlander, de oud-TRIS-militair Anton Hagemeijer, die al een kwart eeuw eigenaar van de plantage blijkt te zijn. Zo leeft de koloniale geschiedenis van Frederiksdorp voorlopig dus nog even voort.

Hagemeijer werd in 1962 naar Suriname uitgezonden en had geen zin de tropen te verlaten nadat hij daar trouwde en kinderen kreeg. De renovatie van Frederiksdorp was zíjn idee, zegt hij, terwijl hij bij elke jaloeziedeur en stukje houten vloer een historisch verhaal afsteekt.

Hij kocht de plantage in 1975 kort voordat Suriname onafhankelijk werd. Toen was het een vervallen zootje. De dammen waren stuk en het water stroomde naar binnen. 'Mijn eerste aanschaf was een dragline om dat te repareren en droge grond onder de voeten te krijgen. Dat is allemaal gelukt. We zijn een citrusplantage begonnen met wat veehouderij erbij. Daar hebben we al die jaren redelijk van kunnen leven.'

Zo bedacht hij ook de toekomstige bestemming van de gebouwen tot toeristenoord, waardoor het project zichzelf te zijner tijd financieel moet kunnen bedruipen. Maar verder is hij het helemaal met Van der Ploeg eens. 'Als je weet hoeveel gebouwd erfgoed er in Suriname al verloren is gegaan, moet je alles wat resteert héél zorgvuldig koesteren.'

De Surinaamse overheid bemoeit zich vrijwel niet meer met de rechteroever, waar anderhalve eeuw geleden duizenden slaven en contractarbeiders gewoond en gewerkt hebben, maar die sindsdien langzaam leegloopt. 'De regering huldigt het standpunt dat men hier niets onderneemt omdat de mensen wegtrekken. Terwijl ook het omgekeerde het geval kan zijn.' De eerste elektriciteitsaansluiting verscheen pas zeven jaar geleden in Frederiksdorp, na een donatie van de Belgische regering.

Net als op de meeste andere plantages is overigens ook op Frederiksdorp niets terug te zien van de tropische gewassen koffie en cacao die er vanaf 1760 en 1893 werden verbouwd. De helft van de plantage is zwamp (moeras) waar alleen voor vissers iets te halen valt. De sinaasappelbomen waarmee de familie het hoofd een tijdje boven water heeft gehouden, zijn er ook niet meer. De overige wilde begroeiing wekt geen associatie met de strak omlijnde plantage die er in het verleden is geweest.

De attractie, erkent Hagemeijer, zit vooral in de gebouwen aan de rivier waarlangs de toekomstige toeristen zich zullen moeten vermaken. Zonder te kunnen zwemmen in de Commewijne overigens, want die stroomt er te hard. Vissen en jagen kan wel. 'En tochtjes maken per boot, fiets of te paard. Eventueel naar de overkant, waar Fort Amsterdam en Mariënburg liggen. Ook voor Surinamers zelf moet het een betaalbaar uitstapje worden. Een reis naar het échte binnenland kunnen zij niet te betalen; je kunt nog beter een weekje Malaga boeken.'

Hij wijst op de renovatie van de 18de-eeuwse dokterswoning, die vrijwel voltooid is en die hij en zijn familie zullen betrekken. Daarna kan de oude plantagewoning zelf worden aangepakt, en vervolgens komt het 'toeristenoord' aan de beurt dat in de voormalige politiepost annex gevangenis wordt gevestigd.

Misschien is dit nog wel het mooiste deel van de plantage. De drie dubbele woningen en commandantswoning met voor die tijd ruim gebouwde veranda's staan op hoge neuten (palen) in een U-vorm. Ze zijn waarschijnlijk ontworpen door de architect, topograaf en bestuurder J. Cateau van Rosevelt, die van 1862 tot 1867 chef was van het Surinaamse bouwdepartement. De hele politiepost bleef inclusief gevangenis in gebruik tot 1980, nadat er al jaren nauwelijks meer iets te doen was voor de wetshandhavers.

Opmerkelijk genoeg staat geen van deze gebouwen op de Surinaamse monumentenlijst en geldt Frederiksdorp evenmin als beschermd dorpsgezicht. 'Zover zijn we helaas nog niet', verzucht directeur Stephen Fokké van de stichting Gebouwd Erfgoed in Paramaribo. Officieel kent Suriname 244 beschermde historische gebouwen, allemaal in Paramaribo zelf. Ook het historisch fort Nieuw Amsterdam aan de monding van de Commewijne- en Surinamerivier wordt een dezer dagen voorgedragen voor de lijst. Dat wordt het eerste project buiten de hoofdstad.

Fokké zegt het niet met zoveel woorden, maar de financieel daadkrachtige Nederlandse actie in Frederiksdorp roeit een beetje door de eigen Surinaamse prioriteiten heen, hoewel de directeur het natuurlijk een 'zeer waardevol project' vindt. 'Bovendien zou het, nu de eerste fase klaar is en de rest dringend toe is aan renovatie, ook wel gek zijn die achterwege te laten.'

Vooralsnog blijft de aanpak echter een uitzonderlijk geval. Voor de restauratie van de vele historische gebouwen in Paramaribo heeft de dienst 'nul gulden' beschikbaar, zegt de directeur. Het initiatief om te restaureren moet komen van particulieren, die dat ook regelmatig doen hoewel er geen direct voordeel tegenover staat.

Tot voor kort lag zelfs de boete op het slopen of vernielen van een historisch pand nog op het prijsniveau van 1963: vijfduizend Surinaamse guldens. De inflatie had van dat bedrag slechts tweeëneenhalve euro overgelaten. In de nieuwe wet is het bedrag opgerekt naar tien miljoen, omgerekend vijfduizend euro, en daarmee misschien nog steeds geen garantie tegen kaalslag. 'Maar je moet niet alleen streng willen optreden. Los van de sancties gaat het vooral om het stimuleren van eigenaren om hun erfgoed te behouden.'

Doel is geheel oud-Paramaribo, met zijn vele houten monumenten in unieke tropische bouwstijl, aan te wijzen als beschermd stadsgezicht. Dat is een noodzakelijke stap om de historische binnenstad geplaatst te krijgen op de Werelderfgoedlijst van de Unesco, wat op zíjn beurt weer nieuwe financiële middelen kan aantrekken uit het buitenland. Fokké, wiens kantoor gesponsord wordt met Nederlands ontwikkelingsgeld, zit er met smart op te wachten. Zonder de oude kolonialen zelf zit een redding van de koloniale erfenis er niet in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden