Mont Ventoux: de kale puist

De reputatie van de Mont Ventoux reikt verder dan zijn hoogte (1.910 meter). De kale puist daagt uit tot een gevecht.

Een jongeman slentert op een avond door de straten van Dresden. Hij heeft niets om handen en besluit naar een opvoering van Die Meistersänger te gaan. Gewapend met een toneelkijker zit hij die avond op het balkon. Of hij wil of niet, zijn blik wordt getrokken door de glanzende kale schedel van een heer op de parterre. Alles in hem wil de kijker naar beneden smijten, naar dat kale hoofd. Met grote moeite weet hij zich los te rukken en rent hij de schouwburg uit. De kijker laat hij liggen.

Het verhaal is van Louis Couperus, het heet De Binocle, en het zou over de Mont Ventoux kunnen gaan. Kenners hebben het graag over de gestage klim, die geen tijd geeft te recupereren. Of over de wind, die met zeer hoge snelheden in het gezicht blaast, of de temperatuur, die ook hartje zomer snel kan dalen.

Allemaal waar. Maar de echte geschiedenis van de Mont Ventoux is – vrij naar Arnon Grunberg – de geschiedenis van zijn kaalheid.

Kaalheid doet wat met de mens. Wie angst wil inboezemen, scheert zijn hoofd. Of laat de natuur zijn werk doen, zoals gebeurde in het geval van de Ventoux, waar de laatste kilometers van de klim door een landschap van kale kalksteenbrokken leiden, veroorzaakt door de combinatie van hoogte, temperatuurschommelingen en vocht. De sprieten die er groeien, horen eigenlijk thuis in noordelijke streken als Spitsbergen.

‘Toch rukt de begroeiing op’, zegt ex-wielrenner en kind van de streek Eric Caritoux. ‘Aan de noordkant komen de herders met hun kudden niet zo hoog meer. Dan kan het snel gaan.’ Een begroeide top zou het einde van een mythe betekenen.

Elke ochtend kijkt Caritoux naar de berg, al zijn leven lang. Kastanjebruin, in blauwe gloed, goudglanzend, bleek of gehuld in mist – geen twee keer is de top hetzelfde. En als de wolken langs jagen, verschiet de berg naar donkergrijs. De berg is magisch, weet hij. Ooit ging hij op de Ventoux langlaufen, met zijn zwager. Die kreeg bovenop de berg een onbedaarlijke huilbui. Niemand kon vertellen waarom, de zwager zelf nog het minst.

Tussen 1974 en 1987, precies in de toptijd van Caritoux, deed de Tour de Ventoux niet aan. Er zou een arsenaal aan kruisraketten niet ver van de top zijn, ging het verhaal, met een ondergrondse verbinding naar een militair hoofdkwartier even voorbij Sault. De Tourhelikopters zouden defensiegeheimen in beeld kunnen brengen; daarom was er die onthouding.

De Tour geeft de natuur menselijke trekken, bergen en streken krijgen eigenschappen die bestreden moeten worden, noteerde de Franse filosoof Roland Barthes in 1955 in Mythologieën. De sterkste verpersoonlijking was volgens hem de Ventoux. ‘Het is de god van het kwaad, die grote offers vraagt.’

Vanwege dat soort verhalen gaat van de Mont Ventoux een onwaarschijnlijke aantrekkingskracht uit. ’s Ochtends vroeg melden zich de eerste groepjes toerfietsers in de straten van Bédoin, aan de voet van de berg. Ze kunnen koffie nemen op het terras van Le Relais du Ventoux, waar volgens de overlevering de Brit Tom Simpson in 1967 een cognac zou hebben gedronken voordat hij zich twee kilometer van de top doodreed.

Vanaf Bédoin is het nog 21,6 kilometer klimmen. Dat gaat van 300 meter omhoog naar het observatorium en de snoepstalletjes op 1910 meter, met een gemiddelde stijging van 7,5 procent. Ook veteranen, grootmoeders of mensen met obesitas gaan fietsend, rennend, op tandems of rollerskates de berg te lijf.

De toeloop is zo groot dat de omliggende gemeenten van de Ventoux een natuurpark willen maken, om zo de berg te beschermen. Na de etappe van 2002 lag er acht ton afval op de hellingen.

‘Kijk uit Ferdi, de Ventoux is geen berg zoals de andere’, voegde Géminiani in 1955 zijn medevluchter Ferdinand Kübler toe. ‘Maar Ferdi is geen renner als de anderen’, was het antwoord van de Adelaar van Adziwil. In de afdaling zou de grote Zwitserse kampioen drie keer vallen. Niet lang daarna stopte hij met fietsen.

Ook de tweestrijd tussen Marco Pantani en Lance Armstrong heeft mythische kwaliteiten. De Amerikaanse alleswinnaar en de Italiaanse bergkoning waren 13 juli 2000 samen veel sterker dan de rest van het peloton. Armstrong op zijn beurt was weer beter dan Pantani. Toch liet hij hem winnen.

‘Schande’, zeggen kenners.

‘Schande’, zegt ook Eddy Merckx, die zelf in 1970 aan het zuurstofmasker moest na zijn winst op de Ventoux.

Wie de overwinning laat liggen, zal nooit meer winnen, wil het verhaal. De Ventoux laat immers niet met zich spotten. De dag van vandaag zal uitwijzen of dat waar is. Er school in elk geval iets moois en rechtvaardigs in het gebaar van Armstrong. Hij bracht een ode aan het beeldrijm: Pantani en Ventoux, kale klimmer en dito berg.

Wie eenmaal in de ban is, keert terug. Veel toerfietsers op de Ventoux zijn recidivisten. Ook de jongeman van Couperus komt jaren later weer in Dresden. En weer wordt Die Meistersänger gezongen. Hij huurt een toneelkijker en ziet dan dat het de kijker is die hij ooit zelf vergat. Amper heeft hij zijn plaats ingenomen of het onvermijdelijke gebeurt, het is veel sterker dan hijzelf. Zijn hand grijpt de kijker en werpt hem met grote kracht naar beneden, waar die het hoofd van een kale oude heer vol raakt. ‘Zodat de hersens spatten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden