Monster- productie

Hij werd gewipt als regisseur van The Hobbit, maar nu slaat meester-monstermaker Guillermo del Toro terug met zijn blockbuster Pacific Rim.

Het filmwetboek dicteert dat je monsters slechts spaarzaam in vol ornaat dient te tonen, om zo de verbeelding van de kijker te prikkelen en het griezeleffect op te voeren. Meestal wordt Spielbergs Jaws als ultiem bewijs van die regel opgevoerd: enkel het deuntje (dun-dun, dun-dun) was al enger dan de uiteindelijke reuzenhaai.


Zo niet in Mexico.


'Het monster is de ster', stelde Guillermo del Toro (48) onlangs in een gesprek met een Canadese dagbladjournalist te Toronto, de stad waar hij het overgrote deel van het sf-spektakel Pacific Rim opnam, zijn door kolossale buitenaardse monsters en reuzenrobots bevolkte blockbuster die deze week uitgaat in de Nederlandse bioscoop. 'In Mexicaanse horrorfilms tonen we het monster liefst zo vaak mogelijk. Waarom? Omdat monsters duur zijn, dat is althans mijn theorie. Je wilt je geld terugzien op het doek.'


Voor hij zijn eerste speelfilm regisseerde, werkte de cineast tien jaar lang als special effectknutselaar en make-upartiest voor Mexicaanse film en tv-industrie. Hij begon onderop, als oproepkracht voor B en C-films: klanten belden vrijdagavond voor een monster dat maandag al moest worden gefilmd.


Onder het arthousepubliek is Del Toro vooral bekend van Pan's Labyrinth (2006), zijn sprookjesvertelling over een meisje dat de gruwelen van de Spaanse burgeroorlog ontvlucht in een duistere, door mythische wezens bevolkte onderwereld. Opvallend aanraakbaar en fragiel, oogden Del Toro's schepsels, van een beweeglijke faun tot een griezelig bleek gedrocht zonder oogholtes. Deze filmer verkoos echt materiaal - klei, latex - boven digitale effecten. Patroonheiligen voor imperfectie, zo noemt hij zijn creaties.


Pan's Labyrinth werd zesmaal genomineerd voor een Oscar en won het beeldje in de categorieën cinematografie, art directie en make-up. Sindsdien wordt de Mexicaan beschouwd als een vooraanstaand filmauteur, een meester-monstermaker die gelaagde Europese producties afwisselt met op de massa gericht Hollywoodwerk (Blade 2, Hellboy 1 & 2). Del Toro zelf ontwaart geen cesuur in zijn oeuvre, zo herhaalt hij in interviews; hij filmt simpelweg om het 12-jarige jongetje in zichzelf te bevredigen. Vindt die er niks aan, dan kan het niet goed zijn.


De jeugdige Del Toro was idolaat van horror; films, series, boeken, speelgoed - zijn inwonende oma meende dat haar kleinzoon bezeten was. 'Dat is een cliché', antwoordde de filmer toen een journalist hem vroeg naar die meer frivole, typisch Mexicaanse omgang met de dood, 'maar het is wel zo dat ik in mijn leven het nodige aan lijken heb gezien, zeker meer dan de gemiddelde burger uit de eerste wereld. Ik heb meegemaakt hoe mensen werden neergeschoten, heb zelf ook pistolen tegen mijn hoofd gehad.' Zijn werkplek bevond zich enige tijd pal naast een mortuarium. 'We deelden de ingang. Zo zag ik de levend verbrande, neergestoken en onthoofde lichamen voorbijkomen. Mexico is een zeer gewelddadige plek. Daar is wel iets van terug te zien in mijn films.'


Het katholieke gezin uit Guadalajara werd getroffen door een wonder: vader won de nationale loterij, en bouwde zijn fortuin verder uit middels een autodealer-imperium. Jaren later, toen Guillermo al successen vierde in Hollywood, werd zijn vader ontvoerd, waarbij de filmmaker onderhandelde over het losgeld. De zoon classificeerde de ervaring ooit bloedserieus als 'net wat minder erg' dan zijn eerste klus voor een Amerikaanse filmstudio; het door de notoire bemoeizuchtige Weinstein-broers gerunde Miramax.


Begin jaren negentig regisseerde Del Toro daar de horrorthriller Mimic, over een plaag van gemuteerde reuzenkakkerlakken. Een traumatische ervaring: de Mexicaan werd als te eigenzinnig beschouwd door zijn financiers, die prompt een tweede regisseur aanstelden om wat extra schrikeffecten toe te kunnen voegen. Del Toro: 'De kidnap van mijn vader was weliswaar grof, maar ging nog wel gepaard met enkele regels, waar de andere partij zich aan hield.'


Tegenwoordig woont Del Toro in Los Angeles, waar hij zijn monsters bedenkt en ontwikkelt in wat hij zijn mancave noemt: zijn tweede huis, of kasteel, dat van de kelder tot de nok is gevuld met horrormemorabilia, en een bibliotheek herbergt met antieke 17de en 18de-eeuwse lectuur over vampiers en geestverschijningen. De afgelopen jaren ondervond hij de nodige tegenslag: Universal trok de stekker uit zijn droomproject, de verfilming van de horrorklassieker At the Mountains of Madness, en het in financieel zwaar weer belandde MGM wipte hem na jarenlang voorbereidend werk uit de regiestoel voor de Hobbit-trilogie, om toch maar met de voor de Lord of the Rings-fans vertrouwde Peter Jackson in zee te gaan.


Dreunen die Del Toro nu te boven hoopt te komen met Pacific Rim, zijn eerbetoon aan het klassiek Japanse horrorgenre waarin Kaiju - door nucleaire tests gemuteerde monsters - uit de zee opstijgen om complete steden te verwoesten, met Godzilla als bekendste variant. De Mexicaanse regisseur liet zich onder meer inspireren door wezens uit de diepzee, waaronder de onooglijke koboldhaai, en omschreef de castingprocedure als een soort Idols voor monsters.


Tegenover de Kaiju strijden door mensen bemande reuzenrobots - zogenaamde Jaegers - waarvoor Del Toro zich dan weer verdiepte in oorlogsmaterieel uit de Tweede Wereldoorlog. Op verzoek van de studio, die de 200 miljoen dollar dure film zo breed mogelijk wilde uitbrengen, koos Del Toro ervoor de monsters te voorzien van blauwig bloed, wat minder eng oogt dan rood. Zo is de film nu ook geschikt bevonden voor de 12-jarigen, volgens Del Toro de kerndoelgroep. 'Ik hoop dat kinderen de film uitkomen en zeggen: ik wil een Jaegerpiloot worden. Dat is mijn droom.'


MEER JAGGER DAN BOWIE

Guillermo del Toro wist zich uit een anoniem bestaan als special effects- en make-upartiest te ontworstelen met zijn speelfilmdebuut Cronos, een opvallend origineel vertelde vampierfilm, die in 1993 veel lof oogstte op het Cannes Filmfestival. In diverse films werkte de Mexicaanse filmer samen met Doug Jones, die zich als acteur specialiseert in het spelen van vreemde wezens, veelal in pak. In Pan's Labyrinth was hij onder meer te zien als imposant gehoornde faun. Het speladvies van Del Toro luidde: 'Meer Mick Jagger dan David Bowie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden