Monogamie als mogelijkheid

Hij wordt al genoemd in het rijtje grote vaderlandse schrijvers, tussen Nescio en Wolkers. Inderdaad, veel seks in zijn laatste roman, maar het gaat over meer dan dat.

Nee, alsjeblieft niet wéér vragen hoe autobiografisch zijn tweede roman is. Philip Huff (27) wil liever 'gewoon' over zijn boek praten. Niemand in de stad, eind januari verschenen, is inmiddels in herdruk en werd goed tot heel goed gerecenseerd in NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer en de Volkskrant (en neergemaaid in Het Parool, dat ook). Huff werd naar aanleiding van zijn tweede roman vergeleken met Nescio, en door zijn eigen uitgever bij de redactie van de Volkskrant aangeprezen als de nieuwe Jan Wolkers, vanwege 'de talrijke seksscènes'.


Huff maakt het wel heel lastig géén vragen te stellen over het autobiografisch gehalte van Niemand in de stad. Zijn hoofdpersoon heet Philip Hofman en was net als Huff lid van het Amsterdams Studenten Corps. Hij woont in een studentenhuis met twaalf andere jongens - net als Huff, tot een aantal jaar geleden.


Huff: 'Ik vind het vervelend als het boek en mijn leven door elkaar worden gegooid. Ik werd een keer geïnterviewd op Radio 1. De interviewer zei ineens: ja, maar jij hebt een slechte band met je moeder. Ze bedoelde de hoofdpersoon in mijn debuutroman Dagen van gras. De moeder uit het boek wordt mijn moeder en mijn moeder wordt de moeder uit het boek. Dat is gewoon niet waar. Dus heb ik het liever over het boek, want dan is tenminste duidelijk waar het over gaat. Al zijn allebei mijn boeken ontegenzeggelijk enorm autobiografisch.'


Niemand in de stad gaat, ondanks die seksscènes ('het studentenleven leunt nu eenmaal op drie pilaren: sekszucht, drankzucht en studie'), over veel meer dan dat. Huff: 'Ik begon met een kort verhaal over een groep jongens die een reisje naar Praag maakt. Toen dacht ik: eens kijken wat ze beleven als ze weer in Amsterdam zijn. Ik werk niet met schema's, ofzo. Maar als je op een gegeven moment wat langer bezig bent, als je er wat dieper in zit...'


Huff - lang, blond, opgewekt, baardje van een paar dagen - onderbreekt zichzelf: 'Philip! Niet als een voetballer praten! Toen ík wat langer bezig was, toen ík er wat dieper in zat, dacht ik: ik schrijf een boek over drie vrienden die worstelen met verwachtingen. Verwachtingen van hun vaders, van en over hun vriendinnetjes en vriendschappen. Het boek gaat over veel meer dan 23 borrelnootjes in je voorhuid stoppen (een waargebeurd verhaal, bezweert Huff, SB). Dat zien de meeste lezers wel, gelukkig, maar niet allemaal. Philip krijgt bijvoorbeeld last van brandend maagzuur. Waarom denk jij dat dat is?'


Omdat hij met problemen rondloopt waar hij zich geen raad mee weet.

'Dat denk ik ook. Maar er zijn ook mensen die zeggen (met zeer bekakte tongval): het is een boek over het corps, die gozer moet zóveel zuipen dat hij gewoon last krijgt van brandend maagzuur.'


Waarom heb je hem een naam gegeven die zoveel lijkt op je eigen naam?

'De hoofdpersoon uit Dagen van gras heet Ben van Deventer, en toen vroeg iedereen ook hoe autobiografisch het was. Dus in feite maakt het niet uit. Tijdens het schrijven bén ik in mijn hoofd die ik-figuur, ook als het een 50-jarige vrouw is. Als de andere personages tegen mij praten, noemen ze me Philip. Later verander ik de naam, maar toen dit boek klaar was, dacht ik: wacht even, deze gozer héét gewoon Philip!'


In welke zin verschilt Philip van jou?

'Heb je even? Ik heb broers en zussen, hij niet. Hij gaat vreemd, hij heeft een - al klinkt dat erg man-van-40-met-een-meisje-van-30 - affaire. Als dat meisje in verwachting raakt, geeft hij niet thuis. Nou wil ik van mezelf geen barmhartige maken, maar ik heb ten eerste nooit zo'n affaire gehad en ten tweede denk ik dat ik in zo'n geval iets meer compassie zou tonen.'


Waarin lijkt hij op je?

'Philip voelt zich soms prettig in een groep, maar soms versterkt die groep juist zijn eenzaamheid. Daarin lijkt hij onwijs op mij. Niemand in de stad gaat ook over de vraag of monogamie een mogelijkheid is als je de hele tijd met lekkere wijven in de kroeg staat. Dat probleem heeft mij vijf jaar beziggehouden.'


Philip Hofman wordt 'De Monnik' genoemd, omdat hij zo braaf is.

'Daarin lijk ik misschien wel een beetje op hem.'


Je drinkt geen alcohol, bijvoorbeeld.

'Dat klopt.'


Hoe is dat, als lid van het corps?

'Als je op vrijdagavond hier in De Pels zit, is ook iedereen dronken. Ik ga niet ontkennen dat er bij het corps veel gezopen wordt. Ik ga ook niet ontkennen dat de sociale druk om te drinken groot is. Ik heb gewoon niet de behoefte gehad om te drinken. Nooit.'


Het begint toch niet met een behoefte, maar met nieuwsgierigheid?

'Ik ben er nooit nieuwsgierig naar geweest. Ik nam een keer een slok bier en vond het smerig. En, ongetwijfeld speelt dat mee, ik weet dat alcohol grenzen wegneemt. Daar moet je maar net zin in hebben, en dat had ik niet. Het had niet eens zozeer te maken met dat mijn vader iets te veel dronk en daar soms onaardig van werd. Als een vriendje van 16 dronken tegen me kwam aanhangen, vond ik dat net zo erg. Iedereen drinkt voor dat roezige gevoel dat je van alcohol krijgt. Dat was voor mij geen wervende factor.'


Je bent nooit dronken geworden?

'In het derde of vierde studiejaar zei mijn vriend Jan: stel dat je wilt schrijven over dronkenschap, moet je dan niet één keer dronken zijn geweest? Dat vond ik eigenlijk ook, dus toen ben ik op een camping in Spanje dronken geworden. Naast een tentje, zitten en drinken. Bier en twee glazen pure gin. Ik was behoorlijk lam. Ik dacht niet: dit ga ik herhalen. Maar ik weet nu wel hoe het was.'


Waarom werd je lid van het corps?

'Mijn vader zat bij het corps. Dat was voor mij een reden om geen lid te willen worden. Tijdens mijn middelbare schooltijd zat ik veel boeken te lezen en REM te luisteren. Toen ik in Amsterdam ging studeren, dacht mijn zes jaar oudere zus: hij gaat daar weer vijf jaar op z'n kamertje zitten met z'n cd's. Dus reed ze me op een woensdagmiddag naar Amsterdam en zette ze me af naast de sociëteit. Ze zei: als je vanavond niet thuiskomt met een bewijs van inschrijving, hoef ik je voorlopig niet te zien.'


Dacht je niet: waar bemoei je je mee?

'Dat is erg interessant, maar nee. Ik dacht: mijn zus houdt van me en heeft zelf bij een studentenvereniging gezeten. Ik had alleen maar vooroordelen, gebaseerd op hoe mijn vader over het corps praatte - de beste tijd van je leven, die clichés. Ik hoop toch echt niet dat ik op mijn 40ste denk: was het maar vijftien jaar geleden en zat ik nog maar in dat stinkende hol.'


Onder invloed van zijn zus werd Huff lid. Hij beloofde haar dat in ieder geval te blijven tot na de ontgroening. 'De ontgroening is niet eens echt zwaar, maar wel te dom voor woorden. Zit je daar een boterham te eten met pindakaas en drópjes. Op zo'n moment denk je: hoe ga ik me ooit kunnen verhouden tot mensen die anderen pindakaas met dropjes laten eten?'


Had je zus gelijk met haar advies, achteraf?

'Ze had gelijk omdat ik het bij het corps leuk heb gehad. Anders had ze óók gelijk gehad. Dan had ik het geprobeerd en was het niets voor mij geweest. Het corps is niet voor iedereen een goede plek. Het uitvalpercentage ligt hoger dan de meeste mensen denken.'


Wat is er leuk aan het corps?

'Je maakt een heleboel mee als je met twaalf jongens op een huis woont. Het is leuk om een keer in een rechte lijn naar huis te lopen. Als er iets in de weg staat, zoals een auto, klim je daar overheen, en als je onderweg water tegenkomt, een gracht bijvoorbeeld, moet je zwemmen.'


Is dat niet net zo kinderachtig als een boterham met pindakaas en dropjes eten?

'Natuurlijk. Het is hartstikke kinderachtig, maar Koninginnedag is ook hartstikke kinderachtig. Nou en? Ik vind het verschrikkelijk dat, nu ik 27 ben, de gesprekken met mijn vrienden steeds vaker over werk gaan. Vroeger was over onze studie praten het laatste wat we deden. Inhoudelijk, dat soms wel, maar nooit: ik had laatst een voortgangsgesprek, nou, dat was niet best. Ik vind het totáál niet boeiend om te praten over wat mijn vrienden verdienen of over met wie op de afdeling ze ruzie hebben, maar ik vrees dat het bij de levensfase hoort.'


Tijdens zijn studie was Huff de chauffeur van Martin Bril. Hij liet hem een van zijn eerste korte verhalen lezen. 'Ik vond het zelf goed, maar aan de andere kant: al die mensen die bij X-Factor komen auditeren, denken óók dat ze kunnen zingen. Ik dacht: ik kan aan Martin vragen of het wat is.'


Huff stuurde het verhaal aan Bril - geven durfde hij niet. De eerstvolgende rit zei Bril niks. De keer daarna weer niet. Na twee weken stuurde hij een mail. 'Daarin stond: Philip, ik vind het goed geschreven en dat is een pak van m'n hart, eerlijk gezegd, want anders had ik een nieuwe chauffeur moeten zoeken. Martin zei dat ik het moest opsturen naar een literair tijdschrift. Toen het werd gepubliceerd, zei hij: let op, nu gaan de uitgevers bellen. Dat gebeurde. Martin vroeg of ik was gebeld door zijn eigen uitgever, de Bezige Bij. Dat was niet zo. Dus hij begon de Bezige Bij te bellen, in de auto, terwijl ik er naast zat. Zei hij: hebben jullie De Gids gelezen? Daar staat een verhaal in, misschien is het iets voor jullie. Een paar dagen later had ik een mail van de Bezige Bij.'


Ik las een interview waarin je zei dat je je uitgever had beloofd dat je tweede boek meer seks zou bevatten dan je debuut.

'Dat was een soort grapje. Daar heeft de uitgever niet op aangedrongen. Nadat ik de eerste versie had ingeleverd, zeiden ze juist dat het wel érg veel was, de seks. Ik schaam me er niet voor, maar ik heb vriendjes en vriendinnetjes die dit boek niet aan hun vader of moeder durven te geven.'


Het debuut van Huff, Dagen van gras, is verfilmd en onlangs verscheen de zesde druk. Het boek - over een jongen die na drugsgebruik in een psychose belandt - bevat nauwelijks seks. 'Naar aanleiding van Dagen van gras werd ik op de radio geïnterviewd door Daphne Bunskoek. Ik was 24 en op een niet-seksistische manier is Daphne Bunskoek gewoon écht een lekker wijf. Ik zat daar, en vlak voor de uitzending zei zij: ik vond het een prachtig boek. Zo'n soort platitude, weet je wel. Dus ik zei: o, leuk, heb je het gelezen? Ja, zei ze, ik las het in één keer uit, maar ik vond dat er iets te weinig seksscènes in zaten. Tijdens de uitzending zat ik vervolgens alleen maar te stotteren.'


Tegen zijn redacteur zei Huff dat hij zijn tweede boek aan Daphne zou opdragen. 'Dat zou dan een boek vol seks worden, zei ik voor de grap. Kort na die radiouitzending zag ik Daphne Bunskoek joggend in het Vondelpark. Ik glimlachte naar haar, maar ze keek dwars door me heen. Geen idee meer wie ik was. Toen stond ik weer even met beide benen op de grond.'


De hoofdpersoon Philip worstelt met het al dan niet doorzetten van de relatie met zijn jeugdliefde. Jij verbrak je eigen relatie vorig jaar.

'Ik ben nu 27, we hadden 7 jaar een relatie en het is al een tijdje uit. Dus in zekere zin is dat ook een jeugdliefde.'


Het liep stuk omdat je geen kinderen wil, en zij wel.

'Zij is vijf jaar ouder. Vrouwen kunnen niet op hun 50ste beslissen dat ze een kind willen. Dat is heel oneerlijk. Ik heb ooit tegen haar gezegd dat ik helemaal geen kinderen wil, nooit. Maar eigenlijk weet ik alleen dat ik nú geen kinderen wil. Ik kan niks beloven. Het was een rare en verwarrende beslissing. In het hier en nu is het, met een stom woord, fijn. Je hebt samen een leuke geschiedenis, en die toekomst ziet er eigenlijk ook best goed uit. Behalve dat je over dit onderwerp wezenlijk van mening verschilt. Ik zou het nu misschien anders aanpakken, en zeggen: we zien wel. Hoewel dat eigenlijk ook niet kan. Het is een volledige valide wens van een vrouw om een kind te willen krijgen.'


Huff woonde een tijdje bij een vriend en is net verhuisd naar een pand aan een gracht in de Jordaan. 'Het is nog niet echt gezellig. Ik heb nog nooit zoveel verantwoordelijkheid genomen dat ik zelf een citruspers heb moeten aanschaffen. Een matras of een bank - daar moet je dan ineens een méning over hebben. Ik ben nu voor het eerst mijn eigen spullen aan het verzamelen.'


Een soort mijlpaal.

'Het is net zoals 50 worden. Een mijlpaal, maar het had van mij nog wel even mogen duren. Het valt me best zwaar. Ik word niet gelukkig als ik in een matrassenwinkel sta. Ik word 's ochtends wakker en denk: ik wil schrijven. Ook dat is lastig. Mijn vriend Jan gaat elke dag met de trein naar Utrecht en loopt een afdeling op. Hij heeft een baas boven zich, dus dat is de baan die hij moet ambiëren, en daarvoor moet hij beter presteren dan de collega's die naast hem zitten. Ik heb geen blauwdruk. Soms denk ik aan alle boeken die er al zijn. En daarna denk ik, gelukkig alleen soms: wie zit er in godsnaam te wachten op een boek van Philip Huff?'


CV Philip Huff


Geboren:28 september 1984 Opleiding:Bachelor en Master Geschiedenis (cum laude), Bachelor en Master Wijsbegeerte (cum laude), beide aan de Universiteit van Amsterdam. 2009:Debuutroman Dagen van gras (genomineerd voor de Academica Debutantenprijs en de Grote Jongerenliteratuurprijs) 2011:Scenariobewerking Dagen van gras voor One Night Stand, televisiefilm


(VPRO) 2008 - 2011:Korte verhalen voor onder meer Hollands Diep, ELLE, De Gids,


VPRO Gids en Passionate Magazine 2012:Niemand in de stad


'Huffs jongens zijn de erfgenamen van Nescio's vriendenclubje uit De uitvreter (1911). Lees je de een, dan hoor je hoe de ander in 2012 had kunnen klinken.'


Uit de recensie van Daniëlle Serdijn over Niemand in de stad van Philip Huff in de Volkskrant (****).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.