Monnikenwerk in de Jezuïetenberg

Recreërende jezuïeten maakten eind negentiende eeuw van een mergelgroeve in Maastricht één grote ondergrondse kunstgalerij. De groeve - de Jezuïetenberg - is sinds 1996 Rijkscultuurmonument en thans Monument van het Jaar....

Begin 1800 werden de verlaten mergelgroeven in de Cannerberg bij Maastricht een toeristische attractie. Gidsen voerden nieuwsgierigen door een kilometerslang labyrint. Meer dan zachte geelbruine wanden, onvermijdelijke graffiti en spookachtige schaduwen die carbidlampen op de muren wierpen, was er niet te zien. Tegen 1815 begonnen gidsen zelf wanden te beschilderen - vaak onaanzienlijk amateurwerk. De eerste gids, Pierre Moors, portretteerde er de toenmalige regering van het Koninkrijk der Nederlanden. Maar vanaf 1840 beginnen tekeningen professioneler te ogen. Het 'Huisje in de Alpen' bijvoorbeeld van ene Molkenboer, een Maastrichtse kunstschilder.

Slechts een fractie van de 450 'kunstwerken' in de Cannerberg is te bezichtigen. Een tocht langs alles zou uren vergen, en dat houdt geen mens in de kille krochten uit, want veel werk is niet interessant genoeg. Een rondgang beperkt zich vrijwel uitsluitend tot jezuïetische kunstoefeningen. De jezuïeten waren in 1852 na de opheffing van het verbod op de orde naar Maastricht teruggekeerd. Op de Cannerberg bouwden zij het buitenhuis Campagne, waar de paters-in-spe een dag per week behoorden te recreëren. Menigeen zocht zijn ontspanning in het 'bergwerk' - het maken van muurschilderingen.

De Duitse jezuïet Korndorffer vervulde een pioniersrol. Bij kaarslicht verkende hij sinds 1889 het gangenstelsel in de oude mergelgroeve - kilometer na kilometer. Het kostte hem ruim een jaar. Achter zijn rokken volgden theologiestudenten die - talent of niet - de muren begonnen te beschilderen. 'Wat u hier ziet, is uniek', zegt Peter Houben, gids van de Stichting Jezuïetenberg. Van de ruim honderdduizend groeven op de aarde zijn er volgens de Technische Universiteit van Delft slechts een paar beschilderd. 'Deze groeve heeft de meeste werken van allemaal.'

De naar schatting vierhonderd jezuïeten die in de berg gewerkt hebben, waren over het algemeen geen scheppende kunstenaars. 99 Procent van hun werk is 'namaak': kopieën van 'grote meesters', thema's uit de christelijke wereld, en beroemde bouwwerken. 'We kunnen spreken van een museum met een amateuristisch karakter', stelt Peter Houben. De jezuïeten waren kosmopolieten die overal in de wereld het zielenheil verkondigden. Veel werk in de ondergrondse galerij is gemaakt door aankomende SJ'ers die vanuit verre landen in Maastricht theologie kwamen studeren.

Zo kerfde de jonge Indonesische priesterstudent Hardawirjono tussen 1952 en 1955 met grote precisie de Garuda, het rijkswapen van Indonesië, in de mergelwand. De Hongaarse pater Solymar vereeuwigde het wapen van Hongarije in het 'Maastrichtien' zoals de Maastrichtse mergel heet. Theoloog Pieter Smulders vereeuwigde het mondiale netwerk van de jezuïeten , beginnend met een landkaart van 'missiegebied' Java, vervolgens Europa, Azië, Afrika en de Amerika's. Pater C. Ligthart bewees de 'globalisering' van de jezuïeten met, in pasteltinten, de vertaling van de tekst Adveniat Regnum Tuum (Uw Rijk Kome) in 39 talen.

Andere paters richtten zich op de Oudheid. Zo is er een hal waar in 1905 twee machtige kerubs, de wachters bij het paleis van de Assyrische koning Sargon II (722-705 voor Christus), uit mergel zijn gebeeldhouwd. Het tafereel wordt gecompleteerd door een reliëf van Mardoek, oppergod der Assyriërs. De hoofden van farao Ramses en van de Boeddha, de Franse vestingstad Vauban, de Borobudur enz. maken van de Jezuïetenberg een ondergrondse herberg van alle wereldwonderen.

Hoewel veel van de schilderingen in de groeve een serieus karakter dragen, was er een enkele 'bergwerker' die op de humoristische toer ging. De Duitse jezuïet Korndorffer kopieerde een spotprent uit de Fliegende Blätter, waarop de dokter tegen een madam zegt: 'Uw man moet stoppen met roken. Maar daar heeft hij een sterke wil voor nodig.' Haar reactie: 'Die heb ik!'. Een ander jatte een aflevering van Godfried Bomans' strip in de Volkskrant: Pa Pinkelman en Tante Pollewop. Maar origineel is cartoonist 'Doppie' oftewel pater Wilhelmus Arnoldus Dopheide (1891-1975), die spotprenten-in-mergel maakte naar de actualiteit van zijn dagen in Maastricht.

De Jezuïetenberg is geen druipsteengrot, want die laatste wordt vaak gekenmerkt door grillige kalkafzettingen. Toch kent ook de Jezuïetenberg een stalagtietje. Op één plek druppelt namelijk water in de groeve en daar heeft zich boven aan het plafond een kalkstenen afzetting van een centimeter of tien gevormd: het enige Nederlandse stalagtietje. Driehonderd jaar heeft de vorming ervan gevergd. Om de gestage druppels op te vangen hebben de jezuïeten op de bodem een vijvertje gebouwd. Wellicht goed voor het wijwater van het kapelletje dat de paters hebben uitgehakt en waar - op speciaal verzoek - getrouwd en gedoopt wordt. Bovendien is er water nodig voor de ondergrondse refter waar de 'bergwerkers' plachten te pauzeren. Foto's laten jonge fraters in werkkleding en schorten zien, die van een simpel maaltje genieten.

De Jezuïetenberg is al sinds 1904 afgesloten om vandalen buiten te houden. Want van het vroege werk in de groeve is nogal wat gesneuveld, onder andere de buste van de jonge koningin Wilhelmina die in 1898 'vereeuwigd' was in mergel, maar in hetzelfde jaar onherkenbaar werd verminkt. Een romantische Italiaanse tekening over het kindje Jezus werd met ijzeren staven bewerkt. Honderden uren heeft de restauratie gekost. Niet alles bleef origineel. Gids Peter Houben: 'Christus heeft een nieuw duimpje gekregen en een nieuw voetje. Als je die kleine dingen niet restaureert, verloedert de zaak.'

Een poosje heeft de Stichting Jezuïetenberg hedendaagse kunstenaars de gelegenheid geboden in de groeve te werken. Daarmee is zij gestopt. Peter Houben: 'Als we tweehonderd jaar verder zijn, zal menigeen uitroepen: ''Kijk, dat is van 1954!''. Met het verstrijken van de tijd, krijgt alles een nieuwe waarde. Wij proberen daarom nu alles te laten zoals het nu is. We halen niets weg, en proberen van wat er is de betekenis terug te vinden. Niets is zomaar gedaan, zelfs al heeft een bezoeker alleen maar zijn naam in de muur gekrast.' Veel jezuïeten hebben zich ondergronds vereeuwigd met hun eigen portret en profile, 217 van de ruim vierhonderd die er hebben gewerkt. Eeuwen kunnen zij er voortleven, want in het klimaat in de mergelgroeve gaat niets verloren tenzij door mensenhand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden