Monique van de Ven

Ze had altijd al belangstelling voor het regisseren, maar door haar succes als actrice kwam het er niet van. Nu debuteert Monique van de Ven (55) als speelfilmregisseur met Zomerhitte....

Ze heeft niet alleen net zijn laatste boek verfilmd, Monique van de Ven (55) heeft ook Jan Wolkers’ blik geadopteerd. ‘Kijk, een buizerd!’, zegt ze, midden in het gesprek, wijzend naar de stip die hoog boven de kale bomen van haar tuin hangt te bidden boven een onzichtbare prooi. Ze moet er zelf om glimlachen. ‘Door Jan heb ik echt oog gekregen voor dat soort dingen.’

Wolkers is voelbaar aanwezig. In de hoek van haar huiskamer hangt een Wolkers-tekening van een robuust naakt. Uit 1952, haar geboortejaar. Ze kreeg het cadeau van haar man Edwin de Vries toen ze 50 werd. ‘Edwin is ’m speciaal gaan halen op Texel. Hij kreeg een prachtige zeefdruk mee, met daarop ‘Zomerhitte – in vriendschap. Jan Wolkers’. Daarna belde Jan geregeld op, lichtelijk bezorgd: ‘Hij hangt toch niet in de zon, hè?’’

De zeefdruk dateert uit 2002, drie jaar voordat Wolkers’ Boekenweekgeschenk Zomerhitte zou verschijnen. Wolkers vroeg Van de Ven het eerste exemplaar in ontvangst te nemen. Dat deed ze maar al te graag; wie kon dat beter doen dan zij, de actrice die in 1973 als 20-jarige debutant op slag beroemd was geworden door Turks fruit?

Maar ze wilde het boek wel eerst lezen. Na lezing wist ze: dit ga ik verfilmen. Wolkers reageerde aanvankelijk sceptisch. ‘Jan vroeg: ‘Kán jij dat dan?’ Een terechte vraag; als regisseur had ik nog nauwelijks iets gemaakt.’ Ze stuurde hem Mama’s proefkonijn (haar korte film uit 1996). ‘Kort daarna belde hij op: ‘Monique, prachtige film. Je kunt het.’’

Inmiddels is Zomerhitte – over een fotograaf die op een Waddeneiland zijn grote liefde ontmoet en daardoor in een misdaadverhaal verzeild raakt – klaar voor de bioscoop. Zes weken draaide ze op Texel, in de zomer van 2007.

Al die tijd leefde Van de Ven in een gelukzalige roes. ‘Alles kwam samen: Wolkers, de Waddeneilanden en ik die er een film over mocht maken. Het mooie van regisseren is dat je werkelijk overal bij betrokken bent. Vanaf het script en de gesprekken met Jan tot de casting, het draaien en de montage.’

Het mocht in elk geval niet te braaf worden, had Jan Wolkers haar op het hart gedrukt. Van de Ven mocht niets uit de weg gaan. Natúúrlijk moest Kathleen, gespeeld door Sophie Hilbrand, van Wolkers in de film stáánd masturberen. ‘Ik dacht aanvankelijk: we laten het haar wel zittend doen. Vrouwen doen zoiets niet staand. Dat is een mannenfantasie. Maar Jan was daar heel uitgesproken in. ‘Als het zittend gebeurt, wordt het van dat laffe Franse gedoe. Ze moet het in zichzelf gekeerd doen, met dezelfde hemelse uitstraling als de Venus van Botticelli.’’

Zomerhitte is een novelle van maar 92 pagina’s. Een groot verschil met Turks fruit, Kort Amerikaans en Brandende liefde (andere verfilmde boeken van Wolkers). Is zo’n dun verhaal wel voldoende om anderhalf uur film te schragen?

‘Edwin heeft er als scenarioschrijver nog een laag aan toegevoegd. De eerste scène speelt zich nu af in Afghanistan. Daar verliest Bob (de hoofdpersoon) zijn vriendin bij een aanslag. Sindsdien heeft hij geen vriendin meer gehad.’

Wolkers had geen probleem met de toevoeging. Al was hij er wel op tegen dat de hoofdpersoon Jan zou heten. Dan zou het te veel ‘één op één’ worden. ‘Verder heeft hij ons volledig vrijgelaten.’

Het was een enerverende onderneming, met een hoofdrolspeelster, Sophie Hilbrand, die nooit in een speelfilm had geacteerd. Van de Ven kwam er snel achter dat die ontbrekende acteerervaring juist Hilbrands kracht is. ‘Ik moest haar zoveel mogelijk laten gaan. Sophie is een dartel lammetje dat moet huppelen.’

Het resultaat is verbluffend, zegt de regisseur. ‘Sophie is een natuurtalent. Met daarnaast mensen als Waldemar Torenstra en Jeroen Willems mocht ik mijn handen dichtknijpen.’ Ze heeft zich erover verbaasd hoe goed Nederlandse acteurs zijn. ‘In de 35 jaar dat ik in het vak zit heeft er een ongelooflijke professionalisering plaatsgevonden. Acteurs zijn uiterst gedisciplineerd, komen uitstekend voorbereid op de set. Ze zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid, ze kennen hun rol perfect.’

Dat was vroeger wel anders. ‘Het script van Ademloos (uit 1982) besloeg hooguit tien velletjes. Er stonden niet eens dialogen bij. Paul Verhoeven zat tijdens de opnamen van Turks fruit ’s nachts nog scènes te herschrijven. Die kregen Rutger en ik dan in de auto pas te zien. ‘Probeer het maar gewoon.’ En wij waren die nacht voor de opname ook gewoon gaan stappen in Amsterdam. Daar dacht je helemaal niet bij na. Ik heb vroeger meegemaakt dat acteurs dronken op de set kwamen. Zoiets is nu volstrekt ondenkbaar.’

Wordt er ook beter geacteerd? ‘Absoluut. Vroeger was film iets dat je erbij deed. Even een filmpje meepikken. Nu bestaan er echte filmacteurs.’

Wie vind jij heel erg goed? Bijna zonder nadenken: ‘Carice! Jáá! Ik vind haar fenomenaal. Ze beheerst alle disciplines, alle registers.’

Ze is veelzijdiger dan jij was? ‘Ja.’

Wat kan zij beter? ‘Ze heeft een grotere beheersing van haar techniek. Carice kan bijvoorbeeld goed zingen. Ze heeft zich heel goed ontwikkeld. Ik ben op een gegeven moment blijven steken in ‘zo ben ik’. Dat heb ik natuurlijk wel genuanceerd en verder ontwikkeld, maar Carice is veel verder gegaan. Dat komt ook door de tijd. In de jaren zeventig werd die verfijning niet gevraagd. ‘In godsnaam, Monique, wel graag weer diezelfde natuurlijkheid.’’

Dat is, zegt Van de Ven, ook het verschil met Carice van Houten. Die is toneel blijven spelen. ‘Daar werk je om de zoveel maanden met een andere regisseur, die weer andere dingen van je vraagt. Daardoor blijf je dat instrument maar trainen. In feite is talent een soort spier; hoe vaker je ’m traint, hoe beter hij werkt. Ik ben altijd blijven doorwerken. Daarin heb ik me goed ontwikkeld. Maar bij Carice zie ik de finesse. Bij mij zijn het vooral de guts geweest, de puurheid.’

Achteraf beschouwd had ze meer toneel moeten spelen. ‘Het mooie aan toneelspelen is dat je doorlopend bezig bent met het technisch onderhoud van je talent. Bij een film pak je het elke keer weer even op. Het zijn momentopnamen. Dat blijven zoeken, blijven slijpen, daar is gewoon geen tijd voor.’

Heb je nooit gedacht: ik zou een jaar bij Toneelgroep Amsterdam willen spelen? ‘Dat heb ik vaak gedacht. Ik ben ooit door Ivo van Hove gevraagd voor een rol. Dat vond ik geweldig leuk. Maar ja, ik was net zwanger, dus dat ging niet door. Het zou me heerlijk lijken. Ik denk soms: ik ga vragen of ik er ’ns een tijdje stage mag lopen. Niet als actrice, maar door gewoon een tijdje in de zaal te zitten.’

Wat verwacht je daar dan van? ‘Ik heb zo’n behoefte om terug te gaan naar de basis van toneelspelen. Ik zie het aan Edwin, die op dit moment in het theater De pianist speelt. Die gaat naar zangles, naar spraakles. Dat is geweldig om te doen. Jezelf oefenen, beter maken.’

Alleen maar in de zaal zitten is dan wel erg weinig. ‘Het heeft te maken met de behoefte om te aanschouwen, om naar vakmanschap te kijken.’

En als ze je zouden vragen voor een rol? ‘Dan zou dat ik absoluut overwegen. Ik zou het buitengewoon spannend vinden.’

Welke regisseur heeft het meest uit je talent gehaald? ‘Paul Verhoeven. Die heeft mij met Turks fruit de grootste schop gegeven.’

Dat was het begin. Maar wie sleep uiteindelijk de diamant? ‘Nou ja, Nouchka van Brakel haalde een andere, frivole kant in mij naar boven. En Rita Horst liet met Romeo zien dat er een serieuze actrice in mij zit. Dat was een ommekeer in mijn carrière.’ Door Turks fruit werd je direct een fenomeen. Maar wie als icoon begint, speelt daarna per definitie in zijn eigen schaduw. ‘Dat was natuurlijk lastig. Ik moest vanaf dat moment altijd goed zijn, ik mocht niet meer falen. Als 20-jarige voormalige toneelschoolstudente moest ik opeens films gaan dragen.’

Kon je dat? ‘Jazeker. Dat zit in mijn karakter. Ik ben niet bang voor risico’s, ik vertrouw op mezelf. Dat was zeker in het begin zo. Vervolgens raak je je onbezorgdheid kwijt en merk je hoe moeilijk het vak is. Bij Keetje Tippel had Rob Houwer in mijn contract gezet dat ik zeven dagen per week 24 uur inzetbaar moest zijn. Daar hield hij zich stipt aan. We draaiden in Brussel. Op een gegeven moment zei Paul Verhoeven: ‘Luister, jongens, Monique is nu al twintig uur aan een stuk aan het werk. Ze moet naar bed.’ Dan zei Houwer: ‘Niks ervan, we draaien door. Staat in haar contract.’ Gelukkig namen Paul en cameraman Jan de Bont me in bescherming.

‘Het waren altijd gevechten. Toen ontdekte ik dat filmmaken ongelooflijk zwaar is.’

Wanneer wist je: ik beheers mijn vak? ‘In het begin heb je de overmoed van de jeugd. Daarna komt het besef dat je het niet uit je mouw schudt. Pas bij Romeo wist ik: ik beheers al die registers.’ Pas twintig jaar na je debuut. ‘Ja. Dat is ook niet zo gek; voor Turks fruit heb ik de toneelschool verlaten. Achteraf heb ik vaak gedacht: ik had gewoon veilig op die toneelschool moeten blijven. Ik miste de geborgenheid en de structuur van een opleiding. Na Turks fruit werd van mij verwacht dat elke film met mij net zo goed zou zijn. Dat lukt natuurlijk nooit Daar word je onzeker van. Mensen verwachten dingen van je die je niet kunt waarmaken. Je bent bang op een dag door de mand te vallen, dat het gebrek aan opleiding zich alsnog zal wreken.

‘Daarom vond ik het bijzonder om een paar jaar terug alsnog een diploma te krijgen van de toneelschool in Maastricht, samen met Willem van de Sande Bakhuyzen en Ger Thijs. Omdat ze vonden dat we ons toch wel bewezen hadden. Dat deed me meer dan ik gedacht had.’

Je honorarium voor Turks fruit bedroeg 6000 gulden. Was dat echt alles wat je eraan verdiend hebt? ‘Rob Houwer heeft er nog één keer 4000 gulden bovenop gedaan. En dat was het. Hoe vaak die film ook op tv is uitgezonden, hoeveel dvd’s er ook van zijn verkocht* ik heb nooit een cent gekregen. Onbespreekbaar. Dat deugt van geen kant natuurlijk. Ik heb 35 jaar speelfilms gemaakt en nooit één cent voor tv-uitzending daarvan ontvangen.’

Hoe kan dat dan? ‘Wij acteurs zijn superslecht georganiseerd. Acteurs zijn in Nederland te bang. Ze denken: als ik aan een protestactie meedoe, word ik straks nooit meer gevraagd.’

Dus moeten grote namen als jij die kar juist trekken. ‘Dat heb ik ook voorgesteld aan de FNV. Die wilde het graag. Maar in de praktijk is het ingewikkeld. Ik heb het door een goede advocaat laten uitzoeken. Die concludeerde dat een rechtzaak waarschijnlijk niet te winnen is, vanwege de precedentwerking. De rechter zegt hooguit: u krijgt alsnog 10 procent van uw toenmalige gage.’

Het is toch een principekwestie? Jij kunt je dat gevecht veroorloven, en je effent daarmee het pad voor minder beroemde collega’s. ‘Jawel, maar ik had geen zin in dat negatieve rotspel.’

Hoe is dat met Zomerhitte eigenlijk geregeld? ‘Daar heb ik me niet mee bemoeid. Maar ik vind dat acteurs standaard horen mee te delen in opbrengsten van tv- en dvd-releases.

55 is ze nu. Ruimschoots de moeder van het meisje dat ze ooit was. Ze is goed omgegaan met die afgelopen 55 jaar, vindt Van de Ven. ‘Ik heb me goed ontwikkeld. Door het vele wat ik gedaan heb loert misschien de oppervlakkigheid. Maar uiteindelijk voel ik me daar lekker bij. Ik ben nergens echt diep ingedoken, maar ik weet van alles in mijn vak wel een beetje. Dat heb ik in Zomerhitte gestopt.’

Ben je ook noodgedwongen gaan regisseren omdat je ouder wordt? ‘Dat speelt zeker een rol.

De interesse is er wel altijd geweest. Maar zolang ik zelf speelde kwam het er niet echt van.’ Want de periode tussen 50 en 60 is voor acteurs lastig; te oud om nog ‘jong’ te spelen en te jong om al overtuigend oud te zijn. ‘Ja, maar ik ben daar altijd realistisch in geweest. Ik zei vroeger al: ooit gaat dat komen. Daarom heb ik jaren geleden in Amerika directing workshops gevolgd. En hier ben ik drie maanden naar de Media Academie gegaan. Ik beschouw het als een mooi nieuw hoofdstuk.’

Jan Wolkers heeft een groot deel van de scènes van Zomerhitte nog kunnen zien. Hij was er enthousiast over, zegt Van de Ven. ‘En hij was erg blij met Sophie en Waldemar.’ Ze zag hem voor het laatst in september vorig jaar. Vlak voordat de boot naar Den Helder zou wegvaren, kwam ze hem en Karina nog even groeten. ‘Da’s ook sterk’, reageerde Wolkers.

‘We zitten net over mijn crematie te praten.’ Een maand later stond ze opnieuw in Wolkers’ atelier, nu naast de kist waarin de schrijver lag opgebaard. ‘Ik kon eigenlijk niet geloven dat hij dood was.’ Ze keek lang naar hem, streelde zijn dode handen. Nee, dat vond ze niet eng. De dood is haar in de loop der jaren vertrouwd geworden. Ze was nog geen 5 toen, op een bloedhete dag in juni, haar vader, directeur van de sociale werkplaats in Uden, thuiskwam en zich niet lekker voelde. Misschien kon hij maar beter even gaan liggen, opperde haar moeder.

Voor de zekerheid belde ze de dokter. Die kon niks vinden. Nog geen uur later was haar vader dood. Vervolgens zag ze hem terug in een kist, onder glas. ‘Hij was een soort Sneeuwwitje geworden.’ Gek, ze kan die dag tot in details terughalen. ‘Ik zie alles nog voor me: die kamer, dat licht*’ Haar vader werd 52.

Drie jaar geleden ging ze hem in leeftijd voorbij. ‘Onbewust ben je daar je hele leven mee bezig: zal ik dat wel halen, 52? Toen het eenmaal zo was, had ik een raar gevoel van overwinning. En ik realiseerde ik me ook wat hij had achtergelaten. Ik was nog geen 5, mijn broer en zus waren 8 en 9. Het drukt je met de neus op de feiten, op hoe kwetsbaar het leven is.’

In 1993 overleed jullie zoon Nino. Daarna zijn je man en jij lang in therapie geweest bij de Amsterdamse psychiater Louis Tas. Ben je daar een andere actrice door geworden? ‘In elk geval een ander mens. Als je lang met zo’n man als Tas praat, stuit je op merkwaardige conflicten in jezelf. Ik beschouw mezelf als een gelukkig mens. Ik vind mezelf een leuk en goed iemand. Maar waarom is er dan toch altijd die onzekerheid? Tijdens die gesprekken moest ik veel huilen. Er kwam enorm veel uit, zelfs nog verdriet om mijn vader. Uiteindelijk huil je om de gekke eenzaamheid die het leven behelst.

‘Als kind heb ik om de aandacht van mijn moeder moeten vechten. Ik was bovendien panisch dat er iets met haar zou gebeuren. Bijna elke nacht stond ik aan haar borst te luisteren of ze nog wel ademde. In die tijd is ook de kiem gelegd voor het acteren. Als meisje stond ik uren in mijn eentje voor de spiegel, bezig met liedjes of gedichtjes. In dialoog, met mezelf.

‘Tijdens de gesprekken met Tas realiseerde ik me dat die eenzaamheid nog steeds een deel van mij is. Inmiddels kan ik daar mee omgaan en vind ik het zelfs prettig. Ik heb een heerlijk leven met geweldige mensen om mij heen. Maar uiteindelijk ben ik alleen. Ik ben zielsgelukkig dat ik een kind heb. Maar ik ben me er ook van bewust dat Sammy op een dag de deur uitgaat. Dus probeer ik nu extra te genieten.’

Na de dood van Nino was er bijna geen interview waarin zijn dood niet ter sprake kwam. ‘Dat komt natuurlijk ook door interviewers. Jij begint er nu ook weer over.’

Hoe hard kwamen de columns aan van Theo van Gogh, die de spot dreef met jullie rouwvertoon? Haar gezicht verstrakt. ‘Daar ga ik niks over zeggen. Dat vind ik niet chic.’ Ze zwijgt geruime tijd, zegt dan: ‘Het heeft mij zo gekwetst. Mij mag je aanpakken, maar van mijn overleden zoontje blijf je af! Niks vrijheid van meningsuiting. Bullshit!’

Wat was 2 november 2004 voor jou voor een dag? ‘Een verschrikkelijke dag. Zoiets mag niemand overkomen.’

Je dacht niet: net goed? ‘Als ik dat al gedacht zou hebben, dan zou ik mezelf dat hebben verboden. Zo wil ik niet denken. Het gaat om een mens. Theo heeft ons heel erg pijn gedaan, maar hij heeft ons niet vermoord. Hij heeft ons achtervolgd, heeft eigenhandig afschuwelijke brieven in onze brievenbus gedaan. Om maar absoluut zeker te weten dat we het zouden lezen. Als hij een hartaanval had gekregen, zou ik gedacht hebben: God straft toch nog* Maar dit was zo beestachtig, dat wens je je ergste vijand niet toe.’

Droomde je erover? ‘Nou ja, ik heb wel veel scenario’s gedroomd. Waar we hém mee hadden kunnen kwetsen. Godzijdank was daar Louis Tas. Wij zijn twee jaar in therapie geweest om te zorgen dat we er niet op in zouden gaan. Hij heeft ons echt behoed voor verkeerde dingen.’

De maatschappij is sinds de moord op Van Gogh veranderd. Daar maakt ze zich vaak zorgen over, zegt Van de Ven. ‘Dat polariseren vind ik verschrikkelijk. Wat Geert Wilders doet, is abject. Als je mensen zo tegen de haren instrijkt en buitensluit dwing je ze om te reageren.’ Toch heeft ze daar als publieke figuur geen taak in, zegt ze. ‘Als acteur moet je je onthouden van dit soort bemoeienis. Je moet zo neutraal mogelijk blijven.’

Richard Gere neemt het toch ook openlijk op voor de Dalai Lama? ‘Ik vind dat je dat niet moet doen. Ik heb geleerd van Vanessa Redgrave. Het was moedig van haar om zich openlijk sterk te maken voor de Palestijnen, maar als actrice heeft ze er ontzettend onder geleden. Als mensen je niet meer los kunnen zien van je politieke overtuiging, ben je niet meer in te kleuren. Dat is voor een acteur gevaarlijk. Ik vind dat mensen van mij eigenlijk al veel te veel weten. Dat is niet goed. Iemand als Robert de Niro is transparant. Ik weet niets van hem; of hij een vrouw heeft, of hij kinderen heeft* geen idee. Daarom kan hij als acteur alles zijn. Dat is voor mij het ideaalbeeld.

Je probeert als acteur uiteindelijk toch het ultieme voertuig van de fantasie te zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden