Mondige arbeider als kwelgeest van links

‘De evidente broederschap tussen de linkse intelligentsia en het proletariaat ging op zolang men zich mocht bekreunen om onmondige arbeiders in de verpauperde volksbuurten van het land, maar die verdampte alras toen diezelfde arbeider in Marbella de polonaise stond te dansen in een door Antwerpenaren gerunde taverne (*) Voor de...

Deze scherpe waarneming, die het uiteenvallen van de voor de 20ste eeuw kenmerkende alliantie tussen (autochtone) arbeiders en linkse politiek beschrijft, is te vinden in Pleidooi voor Populisme, een essay – de uitgever noemt het Pamflet – van de jonge Belgische auteur David van Reybrouck. Die titel dekt bij nadere beschouwing de lading niet, want Van Reybrouck is helemaal geen pleitbezorger voor wat hij ‘duister populisme’ noemt.

Wel pleit hij ervoor om de angst, de boosheid en de frustraties onder laag opgeleide autochtonen, die de brandstof leveren voor het rechtse populisme, serieus te nemen en niet spottend van de hand te wijzen. Hij vindt het onjuist om ‘populistische leiders alleen maar als rattenvangers van Hameln te zien. Ze zijn ook de vaandeldragers van bestaand maatschappelijk ongenoegen.’

Met deze aansporing om het populisme te erkennen als kritiek op zwakke plekken in het huidige democratisch bestel treedt Van Reybrouck in de voetsporen van een politiek denker als Jacques de Kadt die in Het fascisme en de nieuwe vrijheid hetzelfde bepleitte ten aanzien van het opkomende fascisme. De Nederlandse socioloog Dick Pels volgt in De geest van Pim een soortgelijke gedachtegang.

Als voornaamste oorzaak van de opmars van het populisme en de neergang van sociaal-democratisch links ziet Van Reybrouck de cultuurkloof tussen hoog en laag opgeleiden. Die kloof strekt zich zo zoetjes aan uit tot het hele leven.

De twee groepen hebben niet alleen een uiteenlopend kennisniveau en verschillende beroepen, ze luisteren ook naar andere muziek, kijken naar andere tv-programma’s, onderhouden nauwelijks nog onderling contact en hebben een heel andere waardering voor de gangbare, democratische politiek. Laag opgeleiden zijn de (veelal hoog opgeleide) politici steeds meer gaan wantrouwen en voelen zich aangesproken door de vertolking van hun grieven door populisten.

Deze analyse is zeer de moeite waard. Dat geldt minder voor de remedies die de auteur aanbeveelt: meer lager opgeleiden in het parlement, volksverheffing en ruimte maken voor een vorm van populisme dat de democratische grondwaarden erkent – dat laatste lijkt op de kwadratuur van de cirkel. Toch prikkelt Van Reybroucks essay tot doordenken over manieren om de vervreemding van een deel van de bevolking van democratische politiek tegen te gaan.Anet Bleich

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden