Mondiale monnikenrage: Zingende Benedictijnen uit Spanje zijn sociologisch mirakel

Twaalfhonderd toeristen per dag kreeg het voorheen zo rustige Benedictijnerklooster in Silos te verwerken, sinds het onvoorziene verkoopsucces (zes miljoen stuks) van de cd Canto Gregoriano - een wondermiddel tegen stress, zoals de STER-spot bij de opvolger Canto Noël verkondigt....

DE PATERS VAN Santo Domingo de Silos hebben een bewogen jaar achter de rug. De kroniek in het jongste nummer van hun vriendentijdschrift, Noticias de Silos, onthult dat op 2 mei pater Pierre Bruyer uit Luxemburg in Silos arriveerde voor een verblijf van maar liefst drie maanden. Een profvoetballer van de club Valladolid kwam in juni de paters twee hammen bezorgen, omdat zijn team niet gedegradeerd was naar de tweede divisie. En op 2 juli was er zoals elk jaar weer feest van Santa Isabel, waarbij in het dorp gedanst werd.

Met geen woord rept de pater-chroniqueur van de tienduizenden die zich hebben verdrongen in de kerk van de paters van Silos, aangezogen door de wereldhit-cd Canto Gregoriano. Dát thema heeft pater Bernardo-Recaredo voor zijn rekening genomen, in een hoofdstuk onder de titel 'Marketingtechniek en de Eigen Waarden van de Gregoriaanse Zang'.

De silosmanía die de dubbel-cd van EMI teweeg heeft gebracht, leidde in het noord-Castiliaanse dorpje Silos en de omringende heuvels tot verkeersopstoppingen. In het hoogseizoen telde pater Bernardo-Recaredo zo'n twaalfhonderd toeristen per dag. En dat voor 'muziek van meer dan duizend jaar oud, uitgevoerd door non-professionals, uit een gemeenschap van geestelijken die niets weten van markt en publiciteit'. En bedenk dan nog eens - de firma heeft het klooster nauwkeurig op de hoogte gehouden - dat zestig procent van de kopers van de cd niet ouder is dan 25 jaar.

De paters-Benedictijnen van Silos hebben de bussen niet zonder bedenkingen het dorp zien binnendraaien. Padre Lorenzo, de prior, zag de Silos-toeristen al vroeg in het voorjaar met dubbeldekkers tegelijk aankomen. Rond de kerst en in januari verschenen er Australische, Japanse, Amerikaanse, Indonesische televisieploegen. Padre Lorenzo en de abt, Clemente Serna, konden de aanvragen niet meer aan. Ontwrichting dreigde voor de kruiden- en bijenteelt, de boekverzorging en het gebed. Besloten werd tot een interviewstop. 'Maar kom rustig luisteren', roept Padre Lorenzo door de telefoon.

De stem die de Nederlandse tv-kijker in STER-spots bij het beeld van een volle asbak toebrult dat er weer een 'nieuwe cd' is van de zingende monniken van Silos (Stress? Overspannen? Kom tot rust bij de Spaanse monniken), vertelt er niet bij dat de opnamen van deze tot Canto Noël herdoopte 'kerstrelease' al twaalf tot veertien jaar oud zijn. De vorige hit van de monniken, inmiddels voorzien van de sticker Original International Bestseller, werd zelfs nog voor een groot deel opgenomen in 1973, in de nadagen van Franco.

De paters verschenen toen nog op Hispavox, een vooral in Spaanse operettes gespecialiseerd label. Hun eenvoudige uitvoeringen van hymnen en responsoria - de zang van Silos legde het af tegen het vloeiende gregoriaans van Franse abdijen als die van Solemnes - vond in bescheiden oplagen haar weg naar muziekhistorici en excentrieke liefhebbers. Misschien ook een beetje naar het volksdeel dat met afgrijzen kennis had genomen van de besluiten van het Tweede Vaticaanse Concilie, dat in 1965 toestemming gaf tot mis- en gebedsdiensten in andere talen dan het kerklatijn.

In het splinternieuwe hoofdkwartier van EMI-Spanje aan de rand van Madrid - de multinational Thorn-EMI slokte Hispavox acht jaar geleden op - heeft de verbazing over de mondiale monnikenrage plaatsgemaakt voor de trots van de marketeer.

Het was 'uitbrengen van de juiste zaak op het juiste moment', legt Rafael Perez Arroyo minzaam glimlachend uit. Dat er in een jaar tijd bijna zes miljoen herpersingen van de monnikplaten over de toonbank zouden gaan, inclusief het miljoen dat Canto Noël zes weken na de lancering begint te naderen, dat had zelfs EMI niet gedacht. Toch was het opzet, zegt Arroyo. De eerste monniken-cd werd in november '93 gepresenteerd aan popverslaggevers en discjockeys. 'We hadden 20 duizend exemplaren klaarliggen. Binnen een maand zaten we al op een half miljoen.'

ARROYO ZIET 'een tendens, niet een mode'. 'Het berust op een typische behoefte van de post-industriële samenleving. De behoefte van een cultureel ontwikkelde middenklasse in de grote stad. Niet op zoek naar wortels, maar naar nieuwe wortels. Niet op zoek naar een geloof, maar wel naar de bevrediging van een spiritueel instinct.'

Inderdaad, zangbeluste novicen heeft de cd-rage de monniken van Silos niet opgeleverd. Wel, bezweert Arroyo, een reeks overboekingen namens EMI, op grond van de royalty-paragrafen in het oude Hispavox-contract. Abt Serna en zijn congregatiegenoten sturen het geld door, weet Arroyo, 'naar de Derde Wereld en naar kloosters die armoede lijden'.

Tv-presentatoren en dj's aller landen reageerden intussen 'opmerkelijk goed', en maakten de wereld luidruchtig de Spiritus domini deelachtig die de stresslijders van het aardse paradijs zo lang was onthouden.

'Een sociologisch wonder, maar niet onverklaarbaar', meent Arroyo. Het Salve regina als pijnstiller. Gradualen en antifonen als het unplugged alternatief voor de house. Arroyo: 'We zijn ons concept van de liefde kwijt. We willen iets om ons leven mee te vullen.'

Andere platenlabels hebben het nakijken. Philips en Sony brachten de zang van Russisch-orthodoxe koren op de markt. Elders werd Franse en Bulgaarse monniken nieuw leven ingeblazen. Deutsche Grammophon meent zand in de ogen te strooien met monniken uit Montserrat en Münster am Schwarzach. Maar de platenkoper heeft geen boodschap aan andere of betere monniken. Hij wil de monniken van Silos, de EMI-monniken. 'Het publiek koopt geen produkten, maar symbolen', glimlacht Arroyo. 'Silos is een merknaam geworden.'

Nooit geweten dat een landschap een reiziger bij de neus kan nemen, maar sommige heuvels in de provincie Burgos kunnen dat. Langs de route van Caleruega naar Silos liggen links van de weg getraliede hutten of kooien, uitgehakt in een glooiing van rode aardkluiten. Even verder volgt een decor van mystieke ongenaakbaarheid. Halverwege, waar de rots gespleten is als een geitehoef, opent de tunnel zich voor het daglicht, en voor de bedding van iets dat bij zware regenval de gedaante moet hebben van een razende torrent.

Voorbij de tunnel smelten de associaties met Sean Connery, Umberto Eco en het ruwe hellingendecor van De naam van de Roos snel weer tot niemendal, hernemen de heuvels een morsig soort lieflijkheid, en geeft een bord van de wereldlijke overheid aan dat de weg naar Silos voor 51 miljoen peseta's wordt verbreed.

Het is 20 december, de sterfdag van Santo Domingo, de naamheilige van het klooster. Hij stierf in 1073 na een 33-jarig regime van wonderen en goede werken. Kloostergebouwen zette hij neer. Christenslaven kocht deze abt vrij uit de kerkers van de zeer naburige Moor. Aan hem is de mis gewijd die onder bisschoppelijke leiding zal worden gecelebreerd. De monniken van Silos zullen zich hopelijk hebben gewapend met een portie ordinariumgezangen en een rijk uitbottend Alleluia in de naam van de heilige Domingo.

EEN BRITS camerateam, dat zich heeft gehuld in donkerblauwe jassen en glimmend zwart schoeisel, wordt de toegang tot de kloosterkerk ontzegd. De controlepater bij de ingang is op het gebied van camera's onverzettelijk. De rode waxinelichtjes aan de voeten van het beeld van de heilige Domingo, ontstoken door honderden dikgejaste dorpelingen, zullen de Britse kijker worden onthouden.

De kerk is een sobere zandsteenkleurige ruimte, waar de monniken van Silos dagelijks om half zeven hun vespers zingen en 's avonds de completen, waar ze hun vroeg-ochtendlijke metten prevelen en voor het ontbijt de lauden induiken (volgens padre Lorenzo is de praktijk van de metten en lauden in Silos muzikaal niet van belang). Hun zetels ter weerszijden van het altaar - 84 kistvormige stoelen, afgeschoten door puntige armleuningen - wijzen op een indrukwekkende koorpopulatie.

Het orgelfrontje rechts is even sober uitgevoerd als de crucifix achter het altaar. Het laat, enigszins jankend, een preludium horen. Daar komen de monniken, tien in bruine pijen, achttien roomkleurig; een handvol als assistent-celebrant, hun gemijterde abt Clemente Serna omstuwend. De congregatie blijkt zorgwekkend uitgedund. Voor de gemiddelde leeftijd, zo te zien even in de veertig, hoeft Silos zich niet te schamen. Twee hoogbejaarden hebben een conditie die hen vergunt reeds voor de viering hun plaats in te nemen. De anderen, van zwartharig en grijs naar kaalhoofdig, en uitgerust met zwarte of goudkleurige brilmonturen, buigen monter voor het altaar, waarbij het introïtusgezang met onverbiddelijke timing doorgaat.

Het probleem is dat de organist niet wil ophouden. Hij begeleidt kyrie, gloria, credo en sanctus, de hele boel, met knarsende orgelpunten en akkoordcadenzen. Het druist in tegen alles wat gregoriaans kan heten; niet vanwege het knarsen, maar omdat een orgel in het gregoriaans, waarin de eenstemmige zang onbegeleid dient voort te zweven op het ritme van het latijnse woord, eenvoudig niets te zoeken heeft.

We hopen dat het piepende orgel is ingezet om de parochianen te vriend te houden en zonodig muzikaal de weg te wijzen. De parochie blijkt zich, aangemoedigd door kwieke dirigeergebaren van padre José Luis, eigenlijk heel kranig te weren in het kyrie. Nog kraniger weren de Spaans-schelle sopranen en raspende baritons uit de streek zich in een parochielied over de slavenbevrijder en ketenenverzamelaar San Domingo - dat ons langverbeide Alleluia kennelijk uit de liturgie heeft gedrukt.

De stijlvastheid van de pater-organist moet worden betwijfeld. De communio, waarin de monniken in vastberaden ganzemars de beker en de ouwel nemen, blijkt hij op te luisteren met een variatie in lutherse stijl, waarbij de rechterhand af en toe het spoor bijster is. Maar verder is het orgel een onmisbare hulp. De ongekunstelde zelfverzekerdheid die de monniken in 1973 lieten horen onder leiding van pater-dirigent Ismael Fernandez de la Cuesta (en anno 1982 nog enigszins onder diens opvolger Francisco Lara in hun nu tot Canto Noël bestempelde Hodie Christus natus est) is in de wisselzang afwezig. Ze kunnen het niet meer, is de spijtige conclusie, als een naast ons zittende novice in roodbruin windjack het boekje laat zien waarin de Benedictijnen van Silos de gezangen voor hun voormalige abten hebben neergelegd.

CLEMENTE SERNA, padre Lorenzo en hun broeders lijden er niet onder. De roomkleurige pijen worden afgeworpen in een naar groene zeep en mottenballen geurende consistoriekamer; het is tijd voor een praatje met de familieleden en vrienden die onder de door Santo Domingo verzamelde slavenkettingen samendrommen.

De heilige verscheen lang na zijn dood nog in Moorse kerkers. 'Zelfs als geest wist hij gevangenen te bevrijden', vertelt de novice in het roodbruine jack als we het graf bezichtigen van Serna's verre voorganger. Bij invallende duisternis houden we bij dit graf nogmaals halt. Nu in het gezelschap van driehonderd dorpelingen, 35 monniken en Clemente Serna, en een beeld van de heilige Domingo dat door parochianen in de kloosterhof wordt rondgedragen. Het zijn de parochianen die het vocale element op gang houden bij deze processie, en bij het kussen van de zilveren heiligenstaf die Clemente Serna voor allen hoog houdt.

De Madrileense koormeester Ismael Fernández de la Cuesta, geen pater meer sinds hij halverwege de jaren zeventig uittrad, bevestigt telefonisch dat de monniken van Silos in zijn tijd numeriek aanzienlijk sterker stonden. Van zijn bezetting doen er nog maar vijf mee. 'Het gregoriaans in Silos heeft helaas geen toekomst.'

Volgens Perez Arroyo van EMI zijn de oude Silos-opnamen, voorzover de moeite waard, op. Er is wel nog een Silos-plaat van de Spaanse staatsradio en -tv RTVE. Opnamen 1972, net uitgekomen. Nu al honderdduizend verkocht, door acht tv-spots per dag. 'Maar die zijn vooral in ons voordeel', meent Arroyo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden