Mondhyena

Het ging mis toen ik, vier jaar oud, zenuwachtig de patiëntenkamer van tandarts Mes betrad. En hij, zodra ik mijn mond opendeed, bruusk met zijn duim een losse voortand uit mijn mond drukte....

Het ging kort daarna weer mis, toen ik, vanwege een uiterst besmettelijke ziekte, in allerijl werd opgenomen in het ziekenhuis. Mijn ontlasting diende met grote regelmaat te worden geïnspecteerd, en zodra ik moest diende ik op een belletje te drukken. Maar ik lag vastgebonden aan mijn bed en kon dus steeds nèt niet bij de bel. Zorgen. Paniek. Heimwee. 'En je gaat niet huilen als je moeder en vader op bezoek komen', commandeerde de strenge hoofdzuster. Terwijl ik dat juist hartstochtelijk van plan was.

Twee traumatische ervaringen die een levenslange angst voor medisch personeel tot gevolg hadden. Maar de geneesheren en geneesdames kruisten toch voortdurend mijn pad. Te vaak ziek, zwak en misselijk. Zou het aan mijn longen liggen? Aan mijn allergie voor alledaagse stoffen? Onderzoekje maar, in het ziekenhuis. Tien spuiten in beide armen. Leverde bijna twintig bulten op. Die uitslag stemde zelfs de specialist zichtbaar somber. Hij adviseerde toch maar een anti-allergiespuitkuur van een paar jaar. Zonder garanties voor de lange termijn. Ik huiverde - van een bloedprik ga ik al onderuit - en weigerde.

Sindsdien versleet ik hordes tandartsen en huisartsen, maakte ik een röntgenonderzoek niet af, voltooide ik - na een fikse voorhoofdsholte-ontsteking - het onderzoek naar poliepen niet omdat de specialist een ongelooflijke hork bleek te zijn. En ook de fysiotherapie die ik mij een tijdje geleden liet aanpraten hield ik na korte tijd voor gezien omdat de therapeut mij - aluminiumzak op de rug met hete substantie - vergat. Zodat ik, bedremmeld en pas half aangekleed, bij de balie moest gaan vragen of de behandeling soms al afgelopen was.

Als het niet heel erg noodzakelijk is laat ik medisch onderzoek aan mij voorbijgaan. Voor je het weet zit je in een wachtkamer vol steunende, doodzieke mensen. Ben je - nog voor er zelfs maar een ziektekiem is ontdekt - ziek verklaard. Gehospitaliseerd. Klaargestoomd voor tegenslag die zich, denk je plotseling, ook onherroepelijk aandienen zal.

Maar naar de mondhygiëniste ga ik wel. Dringend advies van tandarts Jacqueline dankzij wie ik in elk geval mijn tandartsangst overwon. Zij praat mij niet het plaatsen van kronen of het trekken van verstandskiezen aan als het niet beslist noodzakelijk is. Alles gaat in overleg. Haar wilde ik wel geloven toen ze zei dat het hoog tijd werd voor een bezoekje aan de mondhyena - de term is van een vriend met parelwitte tanden.

Zo kwam ik bij Monique. Bij Yvonne. En, sinds een paar jaar, bij Brenda, immer vriendelijk maar beslist. Mondhygiënisten zijn, is mijn ervaring, niet zo van het overleg. Ze spreken mij bestraffend toe. Maken, anders dan tandarts Jacqueline, geen grappen. Ik zie Oom Agent in een witte jas. 'Hebben we de tanden goed gepoetst?' Spiegeltje erbij, smerig goedje op de tanden dat de tandplak verpletterend zichtbaar maakt. 'Doe het nog eens voor!' Binnen een paar minuten heb ik het gevoel dat mijn gebit een ruïne is. (Zoals de inspecterende aannemer mij in no-time het gevoel geeft dat ik een bouwval woon.)

Laatst kwam ik door omstandigheden bij een nieuwe mondhygiëniste terecht. Intakegesprek van een uur. Eindeloze instructies. Slechts twee tanden behandeld. Drie vervolgafspraken gemaakt. Kwam de rekening voor de eerste behandeling: honderdvijfentachtig gulden. Dat wordt, rekende ik uit, bijna zevenhonderdvijftig gulden voor de gehele behandeling - acht keer zo duur als het halfjaarlijkse bezoekje aan Brenda. Meteen ook herinnerde ik me de martelgang die een vriendin ondergaat. Die loopt al anderhalf jaar bij de mondhygiëniste. Al haar tandvlees is inmiddels weggesneden en 'achterovergeklapt' - flappen heet dat, in mondhygiënistenjargon. Ze heeft na zo'n operatie dagenlang pijn, kan dan amper werken, gaf inmiddels een vermogen uit, en is toch nog niet tevreden over het zichtbare eindresultaat. 'Laat je toch niks aanpraten', schamperde ik laatst tegen haar, 'stop er toch mee.'

Ik kreeg weer ouderwets last van wegloopdrag. Zei de resterende afspraken af. Belde tandarts Jacqueline. 'Ik wil Brenda terug!'

Vorige week was ik weer bij haar. Tandsteen verwijderen, beetje polijsten. Ik laat me niks meer aanpraten, denk ik volkomen gerustgesteld. Geen geflap, geen gegriezel. Brenda pakt tot besluit het spiegeltje erbij. Tijd voor een nostalgisch stemmende demonstratie. 'Weet je nog hoe een tandenstoker werkt?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden