Monddood?

Secretaris-generaal Sweders van Wijnbergen van Economische Zaken heeft in het openbaar zijn twijfels geuit over de haalbaarheid van het regeerakkoord....

PETER DE GREEF; WIL THIJSSEN

E. Nordholt, adviseur van politiezaken en oud-hoofdcommissaris van de politie in Amsterdam: 'Haha! Ik moet lachen omdat u bij mij komt met deze vraag. Daar wil ik graag de nu volgende wijsheid over zeggen: Het is veelal niet de vraag of een ambtenaar iets mág zeggen, maar veel interessanter is de vraag of het niet zijn plícht is om zaken aan de orde te stellen. Ik ben van mening dat iedere ambtenaar die iets in de publiciteit brengt, zich deze vraag van tevoren moet stellen, en er vervolgens de volle verantwoordelijkheid voor moet nemen. Denk daar maar eens goed over na. Haha'

EZ-journaal, orgaan van het ministerie van Economische Zaken, nr. 24, 29 augustus 1998: 'Ambtenaren mogen niet zomaar op verzoeken van de media tot het verstrekken van informatie ingaan. Ook hier beslist de minister of de directie Voorlichting. Hieronder valt ook het voeren van achtergrondgesprekken met de pers. Ambtenaren die zich niet aan deze regels houden, kunnen straffen opgelegd krijgen. Deze staan omschreven in het ARAR (hoofdstuk 8) en variëren van een schriftelijke berisping of een vermindering van de vakantierechten tot het onthouden van periodieken of ontslag.'

J. de Savornin Lohman, woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken: 'Van Wijnbergen geeft geen commentaar. Hij heeft geen spreekverbod gekregen, maar na de uitspraken van de minister in het debat wil hij niet meer reageren.'

Minister Jorritsma dinsdag tijdens het debat: 'Ik wist van tevoren niet van de interviews af. Toen ik daar gistermorgen achter kwam, heb ik stappen ondernomen om te voorkomen dat mij dat in de toekomst nog een keer zou overkomen. (. . .) Er kunnen natuurlijk niet onder mijn verantwoordelijkheid uitspraken worden gedaan die twijfel zaaien over het regeerakkoord, waar ik, tot in de boezem van mijn apparaat, volledig achter heb gestaan. Dat kán gewoon niet.'

P. Frissen, hoogleraar Bestuurskunde aan de Katholieke Universiteit Brabant: 'De reactie van Jorritsma is weer veel te krampachtig. Wat willen we nou eigenlijk? Een moderne overheidsorganisatie? Zo ja, dan hoort daarbij dat elk lid van die organisatie een bepaalde eigenwijsheid toont. Ga je zwijgplichten opleggen zoals nu gebeurt, dan geef je aan dat jouw ministerie maar een doel dient: bewindspersonen uit de wind houden. Dat is tragisch, want de wereld zit zo niet meer in elkaar!

Dat besef is in de politiek echter nog niet doorgedrongen.

'Kijk naar wat er is gebeurd met Docters van Leeuwen. Echt een voorbeeld van een collectieve pavlov-reactie van de politiek: ga terug naar je hok, terug naar de decretencultuur, terwijl die man op justitie werd binnengehaald om het departement opener te maken. De politiek zou hem een genereus aanbod moeten doen en zeggen: Docters van Leeuwen mag terugkomen. '

Voormalig procureur-generaal A. Docters van Leeuwen: 'Ik wil niet meewerken en hoef ook niet te zeggen waarom niet. Een andere keer weer wel.'

M. Libosan, woordvoerder van oud-minister van Justitie W. Sorgdrager: 'Winnie Sorgdrager heeft mij te kennen gegeven dat ze helemaal niets meer met de publiciteit te maken wil hebben.'

E. Jurgens, hoogleraar Staatsrecht en PvdA-senator: 'De stevige aanpak van Jorritsma vind ik onbegrijpelijk. Net als alle Nederlanders hebben ambtenaren vrijheid van meningsuiting, tenzij hij een wettelijk geheimhoudingsplicht schendt. Dat is hier niet het geval. Van Wijnbergen geeft een analyse van de economische werkelijkheid zoals deze is veranderd na de krach in Rusland. Dat kan hem moeilijk ontzegd worden.

'Oud-generaal Couzy heeft zich een aantal jaren geleden ook eens de woede van het kabinet op de hals gehaald, toen hij hardop de vraag stelde of Nederland wel troepen in Bosnië moest inzetten. Dat is hem zeer kwalijk genomen. Ook toen heb ik daar mijn vraagtekens bij gezet. Couzy maakte een inschatting van de werkelijkheid en leverde daarmee een bijdrage aan het publieke debat.'

H. Couzy, generaal buiten dienst en oud-landmachtbevelhebber: 'Ik vind het een buitengewoon interessant onderwerp, maar ik wil in de luwte blijven. Ik reageer dus liever niet.'

Multatuli in Max Havelaar (1859): 'Havelaars voorganger, die wel het goede wilde doch tevens de hoge ongenade van de regering enigszins scheen gevreesd te hebben (. . .) had alzo liever met de resident gesproken over wat hij zelf verregaande misbruiken noemde, dan die ronduit te noemen in een officieel bericht. Hij wist dat de resident niet gaarne een schriftelijk rapport ontvangt, dat in zijn archief blijft liggen en later kan gelden als bewijs dat hij tijdig was opmerkzaam gemaakt op deze of gene verkeerdheid, terwijl een mondelinge mededeling hem zonder gevaar de keus laat tussen het al of niet gevolg geven aan een klacht.'

Peter de Greef

Wil Thijssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden