Mompelend achter een zakdoek

F.B. Hotz (1922-2000) was zo verschrikkelijk verlegen, dat de enkeling die met hem kennismaakte er bloednerveus van werd. Die verlegenheid was bescheidenheid, gepaard aan een grote afkeer van bemoeials....

Maarten 't Hart - deze week geridderd - liet zich niet afschrikken. Hij en de dichter Anton Korteweg wilden in 1977 de schrijver van het beste boek van 1976, Hotz' debuut Dood weermiddel en andere verhalen, interviewen voor het tijdschrift Maatstaf. Hotz voelde daar niks voor, maar een schriftelijk interview, dat ging wel. De nieuwsgierige 't Hart kwam op de fiets de vragen brengen in Oegstgeest.

Die eerste, met pijnlijke stiltes verlopende ontmoeting - Hotz mompelde wat vanachter een grote, witte zakdoek - was het begin van een regelmatige omgang tussen de twee schrijvers, ook al 'overliepen' ze elkaar tot Hotz' opluchting niet en liet Hotz zich in brieven aan zijn oom Herman Kunst niet vleiend uit over 't Harts werk. Maar dat stond diens bewondering niet in de weg. Hij schreef mooie stukken over de verhalenbundels die volgden. Toen Hotz, inmiddels allang 'Frits', in december 2000 stierf, sprak hij aan het graf.

'Het was veel meer dan ik dacht, wat ik over Hotz geschreven heb', zei Maarten 't Hart bij de presentatie van het bundeltje met verspreide stukken over Hotz, De man met het glas, in boekhandel De Kler in Oegstgeest. Ze vormen een liefdevol portret van een fenomenale schrijver, en een bijzonder mens. Ook over het zorgvuldig verborgen leven van Hotz kwam 't Hart stukje bij beetje iets te weten: over de tragedie van Hotz' huwelijk bijvoorbeeld, waarover hij schreef in zijn roman De vertekening. Hotz liet 't Hart verschillende versies lezen, die steeds verder van de gruwelijke werkelijkheid af kwamen te staan, en in zijn ogen minder goed werden. Dat moest dan maar, vond Hotz, ter bescherming van zijn zoon Jeroen.

Aardige anekdotes tekende 't Hart ook op. Hotz vertelde hem eens dat hij als jongetje van acht in een laantje in Oegstgeest een blinkend voorwerp zag liggen. Hij bukte om het op te rapen. Op dat moment stonden er twee jongetjes voor zijn neus. ' ''Blijf af!'', schreeuwde de jongste. Nadat hij met een stok Frits preventief een lel had gegeven, wierp hij zich op het voorwerp.' Het bleken de twee buurkinderen Wolkers te zijn. De jongste van het duo, 'die later minstens zo vaardig de pen zou hanteren als de stok', was Jan. Van het jongetje dat de mep kreeg, zijn prachtige tekeningen opgenomen in dit boekje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden