Momentistische generatie Nix lijdt gewoon aan escapisme

'DE kloof in jezelf, de kloof tussen generatiegenoten en de kloof tussen jongeren en ouderen zijn slechts geprojecteerde overblijfselen uit het ideologiedenken....

FEMKE HALSEMA

Oorspronkelijk staat deze, uit de Verenigde Staten overgewaaide, term voor een literaire stroming van hoofdzakelijk jonge schrijvers die zich kenmerkt door een uitzichtloos levensgevoel en politieke apathie. Zoals ook door Booij en Van Bruggen bevestigd wordt, gaat het om jongeren die vooral geteresseerd zijn in uiterlijke symbolen, uitsluitend op zoek zijn naar persoonlijke bevrediging en niet langer geboeid worden door 'de grote verhalen' en de bestaande politieke partijen.

Het is de verloren generatie van de jaren tachtig die, door het ontbreken van een toekomstperspectief en de lust om de samenleving te veranderen, zijn tijd doodt met sex, drugs en criminaliteit. Booij en Van Bruggen kunnen zich scharen in een traditie van opstandige jongeren die het etiket dat een oudere, kritische generatie hen opplakt, omvormt tot een geuzennaam.

De schrijvers willen de lezer doen geloven dat het momentisme van de generatie Nix een welbewust gekozen levensstijl is van jongeren die geen zin meer hebben in de afgelebberde ideologieën, de zekerheden en vastgeroeste relatiepatronen van hun ouders. Momentistische jongeren kiezen voor onzekerheid, voor tijdelijkheid en individualiteit. Uiterlijk vertoon, het najagen van korte kicks, consumentisme et cetera, zijn geen ontwrichtende verschijnselen; hierin schuilt 'de kracht van deze tijd'.

De vraag is of jongeren inderdaad welbewust onzekere, tijdelijke posities kiezen. Of is het veeleer zo dat het consumentisme en het uiterlijk vertoon die de mentaliteit van jonge mensen lijkt te kenmerken ee defensieve houding is als gevolg van een zich verhardende en 'jeugd-onvriendelijke' samenleving?

In zijn proefschrift De verschuiving, waarover de Volkskrant eveneens op 6 juni berichtte, stelt Hans van Ewijk dat jongeren door de oudere generaties vaak nog uitsluitend als een problematische economische categorie worden gekwalificeerd. Het jeugdloon is te hoog, ze voldoen te weinig aan opleidingseisen en zijn in te grote getale werkloos. Jongeren zijn sinds het economisch herstelbeleid van de jaren tachtig - in plaats van een voorhoede voor vernieuwing - een mikpunt voor bezuinigingen geworden. Bezuinigingen die gelegitimeerd worden door van jongeren een negatief beeld te schetsen. Ze zouden lui, egoistisch en materialistisch zijn.

Volgens Van Ewijk hebben niet de jaren zestig, maar de jaren tachtig de meest fundamentele veranderingen met zich meegebracht voor de positie en benadering van jongeren. Er wordt hen weinig ruimte meer gelaten voor het verwerven van een eigen identiteit; het verwerven van een maatschappelijke positie staat centraal.

Een ander somber geluid klinkt uit het Scholierenonderzoek van 1992. Hieruit blijkt dat 49 procent van de jongeren de veranderingen in de maatschappij te snel vindt gaan en 41 procent verwacht dat de toekomst voor hen moeilijk wordt.

'Momentisme' is voor een kleine groep jongeren wellicht een bewuste keuze voor een levensstijl. Booij en van Bruggen vergeten echter dat consumentisme en het najagen van kicks voor veel jongeren een vorm van escapisme is (als negatieve variant van momentisme). De toekomst is voor veel jongeren - en wordt ook zo ervaren - weinig aanlokkelijk. Het perspectief op werk is niet groot en door de druk die van buitenaf op hen uitgeoefend wordt, zijn de mogelijkheden om de eigen persoonlijkheid te ontplooien verminderd. Zoals ook Van Ewijk opmerkt, zijn bovendien de verschillen tussen jongeren groter geworden doordat voor een kleine elitaire groep de kansen wel degelijk zijn toegenomen.

Booij en Van Bruggen maken de fout niet de belevingswereld van jongeren te schetsen, maar het beeld dat de oudere generatie hiervan heeft en stimuleert. Jongeren kiezen helaas niet allemaal vrijwillig voor onzekerheid: ze kunnen door de economische en maatschappelijke situatie waarin ze zich bevinden soms niet anders.

Juist hierom verdienen Booij en Van Bruggen echter steun met de plaats die ze opeisen voor jongeren in het politieke en maatschappelijke debat. Het dilemma waar zij zichzelf voor plaatsen - als roergangers van een 'nieuwe generatie' - is hoe een heterogene groep te activeren. Een groep die niet alleen in sociaaleconomisch opzicht sterk varieert, maar waarvan de leden bovendien in hoge mate individualistisch zijn.

Jongeren voelen zich misschien helemaal geen deel van de generatie die Booij en Van Bruggen met flair beschrijven. Een generatie die misschien ook niet bestaat en niet meer is dan een kunstmatige categorisering naar leeftijd van volstrekt uiteenlopende en onverenigbare individuen.

Maar in de huidige politieke context waar veel maatregelen ongunstig uitpakken voor de diffuse groep van jongeren, verdient een poging om een nieuwe strijdbare jeugdbeweging - die de bestaande jongerenbewegingen in zich herbergt - te starten, alle steun. Zij zou de strijd aan kunnen binden met een samenleving die weinig plaats voor jongeren inruimt en een politiek klimaat waarin jongeren sluitpost op de begroting dreigen te worden.

Een voorwaarde voor nieuw en breed gedragen elan is dat de voorhoede zich rekenschap geeft van de verschillende uitgangsposities die jongeren innemen en zich niet alleen beperkt tot de groep waartoe ze zelf behoren: hoogopgeleid en kansrijk.

Femke Halsema

De auteur is sociale wetenschapper.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden