Molukse treinkaper vertelt relaas

CORNELIS THENU was 18 jaar toen hij en zes andere Molukse jongeren uit Bovensmilde bij Wijster de stoptrein naar Zwolle kaapten en de machinist en twee passagiers doodden....

In het boek staat niets wat een krantenlezer met een beetje geheugen zich niet meer zou kunnen herinneren. Nóg vreemder is dat het boek bij voorbaat een ontvangst kreeg (documentaire op televisie, twee pagina's NRC Handelsblad) alsof het schokkend nieuwe inzichten bood, zelfs alsof het hoe en waarom van de erin beschreven terroristische actie voor het eerst echt werd onthuld.

Zou zowel het ene als het andere te maken kunnen hebben met een paar psychologische gevoeligheden van de tegenwoordige tijd, de cultuur van slachtofferschap bijvoorbeeld en de obsessieve drang naar erkenning en verwerking van iets uit een ver verleden?

De treinkaping bij Wijster in december 1975 was voor Nederland de eerste politiek gemotiveerde terreurdaad van eigen, binnenlandse makelij. En een trein met passagiers als object van gijzeling was helemaal nieuw in het internationaal terrorisme van die dagen.

Bovendien kwam de Molukse kapingsactie voor de Nederlanders en bijna alle Molukkers volledig uit de lucht vallen. En direct al drie doden, van wie twee als gevolg van regelrechte executies, en na twee dagen ook nog de bezetting door Molukse jongeren van het Indonesische consulaat in Amsterdam en de gijzeling van de daar aanwezige personeelsleden en bezoekers, waarbij één dode viel.

Binnen twee jaar ging er opnieuw een schokgolf door Nederland, toen Molukse jongeren weer een trein kaapten (bij De Punt) en tegelijkertijd de kinderen en onderwijzers van een school in Bovensmilde in gijzeling namen.

Opnieuw werden ook de Nederlandse samenleving en het staatsbestel min of meer gegijzeld. Na drie weken maakte de regering er gewapenderhand een eind aan, waarbij in de trein zes kapers en twee gegijzelden de dood vonden.

Het jaar daarop, 1978, was het ten derden male raak toen drie Molukse jongeren het Provinciehuis in Assen overvielen en een gijzelaar doodschoten.

Deze actie, een laatste terroristische oprisping uit de hoek van radicale Molukse jongeren, duurde slechts twee dagen.

Al met al heeft 'de Molukse kwestie' vanaf eind 1975 tot begin jaren tachtig in Nederland in het brandpunt van de belangstelling gestaan. Door de kapingen, door de processen tegen de kapers, door de demonstraties, door de comités, de overlegorganen, de Kamerdebatten en alles wat nu eenmaal hoort bij het ritueel van harmonisatie en (gesubsidieerde) normalisatie van verstoorde verhoudingen in Nederland.

Vanaf de komst van de ongeveer vierduizend Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen naar Nederland, in 1951, tot de geweldsuitbarstingen in de jaren zeventig verkeerde de Molukse bevolkingsgroep in de marge van de Nederlandse maatschappij. Letterlijk (in kampen en woonoorden) zowel als figuurlijk, met dat anachronistische onafhankelijkheidsideaal voor de Zuid-Molukken - dat alleen in rechts-religieuze kring warme sympathie ontmoette; voor de overige Nederlanders waren Manusama en de jaarlijkse toogdag in de Haagse Houtrusthallen met rellen bij de Indonesische ambassade eigenaardige RMS-folklore.

Het lijkt erop dat net zo plompverloren als ze uit de lucht kwam vallen in 1975 de Molukse kwestie er naderhand weer in verdwenen is, inclusief wat met een eufemisme 'de gebeurtenissen van de jaren zeventig' werd genoemd.

Hoe is het anders te verklaren dat na een kwart eeuw het relaas van de voormalige treinkaper Cornelis Thenu kan worden opgediend als nieuw en verdiepend inzicht biedend in dat wat hem en de Molukkers in Nederland dreef? Terwijl het bijna precies zo door hem en zijn mededaders al was verwoord tijdens de rechtszittingen en zijn neerslag heeft gevonden in de mediaverslagen destijds. Terwijl al in 1980 zijn mededader van de Wijster-kaping, Abé Sahetapy, zijn ervaringen in een autobiografisch boek had verwoord, Minnestrijd voor de RMS, dat nauwelijks aandacht trok.

Hoe kan het dat Korban van Cornelis Thenu daarentegen in een warm bad van interesse lijkt te vallen? Terwijl hij in zijn boek nauwelijks iets van zijn persoon bloot geeft. En terugblikkend ook afstand houdt tot de ouders en vrienden uit zijn jeugd, zijn kameraden in de trein, zijn medegevangenen in Veenhuizen en Scheveningen. Daarin is hij altijd consequent geweest, want zo stond hij indertijd ook voor de rechtbank en zo gedroeg hij zich al die jaren in de gevangenis.

Overigens laat zich dat uiterlijk onaangedane van zijn stijl ('het derde slachtoffer viel') ten dele verklaren door het feit dat het Maleis waarin hij het manuscript schreef, voor hem geen schrijftaal is. Waardoor ook in vertaling wrakke zinnen in het boek zijn terechtgekomen: 'De dreiging van een gewelddadige ontzetting bij beide acties door mariniers voelden we aan.'

Thenu's ene reden om Korban te schrijven was om zich alsnog zonder excuses in het openbaar uit te spreken over zijn daden. De andere: schriftelijke vastlegging van een onderdeel van de geschiedenis van Molukkers in Nederland waaraan in eigen kring slechts omzichtig wordt herinnerd.

Sietse van der Hoek

Cornelis Thenu: Korban, het verhaal van een Molukse activist.

De Arbeiderspers; 192 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 295 4821 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden