Moluks monument moet weer gaan leven

Dankzij een gift van ruim een half miljoen euro kan het Moluks Historisch Museum, een van de weinige etnische musea in Nederland, zijn bezoekers straks dingen laten 'doen en beleven'....

'Tja, Simon Tahamata', zegt Erik Sportel (23), terwijl hij rondkijkt in de 'actuele ruimte' van het Moluks Historisch Museum in Utrecht. 'Een voetbalshirt ophangen van Giovanni van Bronckhorst of Danny Landzaat lijkt me wat actueler.' Sportel, voor het eerst in het museum, is een van de weinige bezoekers op een druilerige doordeweekse dag.

De actuele ruimte omvat een kleurrijke installatie met foto's en voorwerpen die het recente verleden van Molukkers in Nederland moeten markeren. Het oranje voetbalshirtje van Simon Tahamata - al sinds 1996 geen profvoetballer meer, en bovendien al jaren in het bezit van de Belgische nationaliteit - en een leren jasje van Max Papilaya, een van de treinkapers in Assen in 1977, zijn hier te zien. Er is geen spoor van recente problemen in Molukse wijken, of van mensen die voor Moluks rolmodel zouden kunnen doorgaan, zoals programmamaker Rocky Tuhuteru.

'Een levend monument' is de slogan van het Moluks Historisch Museum (MHM) aan de Kruisstraat, maar erg levendig gaat het er binnen niet aan toe. Met de nagebootste gezinskamer uit een barak en de verzameling houten koffers en kisten waarmee de Molukkers in 1951 in Nederland aankwamen, doet het museum authentiek aan. Maar op het gebied van technologie loopt MHM hopeloos achter. Sinds de opening van het museum in 1990 is de opstelling nooit veranderd. De apparatuur is zwaar verouderd, wat ook geldt voor de tentoonstellingen.

De kritiek is bekend bij directeur Wim Manuhutu. Natuurlijk wilde hij het museum actualiseren, maar het grote obstakel daarbij was steeds het geld. 'Vroeger kregen we subsidie, maar eind jaren negentig zijn we geprivatiseerd. Nu moeten we het van ons eigen vermogen hebben.' Maar hoe duur en ingewikkeld is het om een voetbalshirtje van Van Bronckhorst op te hangen naast dat van Simon Tahamata? 'Dat is niet moeilijk', geeft Manuhutu toe. 'Maar willen niet zomaar knippen en plakken. Als wij veranderingen doorvoeren, doen we dat grondig en professioneel. En dat kost geld.'

Het was de Nederlandse regering die de Molukse gemeenschap veertien jaar geleden het museum in Utrecht schonk. Je zou het kunnen karakteriseren als een verzoeningsgebaar voor de problemen waar de Molukkers in Nederland tegenaan liepen na hun - volgens velen - onvrijwillige overtocht naar Nederland in 1951. Na de Molukse acties uit de jaren zeventig voor een onafhankelijke Republik Maluku Selatan (RMS) ontstond in de jaren tachtig vanwege taalachterstand en lage opleiding hoge werkloosheid onder de Molukkers. Maar ook discriminatie door werkgevers na de gijzelingsacties speelde een rol, en er waren problemen rond de besloten Molukse woonwijken.

Met het Joods Historisch Museum en het Surinaams Museum in Amsterdam is het Moluks Historisch een van de weinige etnische musea in Nederland. De bezoekersaantallen - 6500 per jaar - zijn niet beroerd voor zo'n klein museum, maar de meeste bezoekers zijn 55-plussers. Daarom wil het museum zich, door vernieuwing en verjonging, meer gaan richten op de derde en vierde generatie Molukkers. Stichting Het Gebaar, opgericht om de uitkering te verdelen die de Nederlandse overheid gedaan heeft aan de Indische gemeenschap, kende het museum daarvoor 550 duizend euro toe.

Manuhutu: 'Wij willen onze tentoonstelling vooral interactiever maken, meer nieuwe media toevoegen en bestanden aan elkaar koppelen.' Dus als jongeren willen weten wie Simon Tahamata of Max Papilaya ook alweer waren, zouden ze bij hun beeltenis een knop moeten kunnen indrukken en videofragmenten van hen kunnen zien.

Ook kan het zijn dat jongeren vragen hebben over hun 'pela', zoals de verbintenissen heten tussen dorpen op de Molukken, vaak op verschillende eilanden en behorend tot verschillende godsdiensten. Manuhutu: 'Dan moeten ze hun naam kunnen intoetsen en daar via ons systeem informatie over kunnen zoeken.'

De verouderde computers met zogenaamde beeldplaten, zich steeds herhalende videobeelden of dia's, wil Manuhutu vervangen door dvd-spelers. 'Wij willen meer bewegend beeld van Molukkers die iets vertellen over hun leven op de Molukken en in Nederland.'

Harry Tupan, conservator en hoofd commerci zaken van het Drents Museum in Assen en zelf Molukker, juicht de modernisering van het MHM toe. 'Maar', zegt Tupan, 'jong museumpubliek moet vooral ook dingen kunnen den beleven.' Hij zou daarom graag zogeheten 'instap-niveaus' zien in het MHM. 'Er zou een afdeling moeten zijn speciaal voor kinderen tussen de 6 en 12 jaar, waar ze spelletjes kunnen spelen en dingen kunnen voelen en ruiken.' Ook pleit Tupan voor speciale actualiteitenprogramma's en kortlopende evenementen voor jongeren. Tupan: 'In de jeugd moet je investeren, want zij zijn de klanten van de toekomst.'

Charlie Behoekoe van multicultureel instituut Forum dicht het Moluks museum een belangrijke rol toe. 'Het is een essenti plek voor de Molukse jeugd. Hier kunnen ze informatie krijgen over hun familiebanden, de ontstaansgeschiedenis van de RMS en de Molukse woonwijken in Nederland. Hier kunnen ze op zoek gaan naar hun identiteit.'

Maar identiteit bestaat volgens Behoekoe uit drie delen: verleden, heden en toekomst. 'En aan die laatste twee besteedt het museum te weinig aandacht. Dat is jammer, want Molukkers hebben toch al de neiging in het verleden te blijven hangen. Dat belemmert de integratie van Molukse jongeren.'

Die integratie van Molukkers van de derde en vierde generatie baart Behoekoe zorgen. Uit het onderzoek Molukse jongeren in Nederland - Integratie met de rem erop, in 2001 uitgevoerd door Justus Veenman van de Erasmus Universiteit, blijkt dat hun integratie stagneert. Ze zouden een laag ambitieniveau, lage opleiding en dito baantjes hebben, terwijl de tweede generatie het veel beter doet. Behoekoe zou graag zien dat het museum meer aandacht besteedt aan die worsteling van de jeugd door, in het museum of op de website, ruimte te maken voor discussie onder de jongeren.

Erik Sportel moedigt zo'n discussie aan, maar mist nog wel wat anders in het museum. 'Er is geen uitgebreide informatie over de treinkaping en gijzelingen in de jaren zeventig', merkt hij op. 'Ook is over de onlusten tussen moslims en christenen op de Molukken in 2000 niets te zien.'

Probeert het museum deze gevoelige onderwerpen te vermijden? 'Nee. Wij durven dat best aan', zegt directeur Manuhutu. 'Maar de treinkaping en gijzelingen hebben het imago van Molukkers zo bepaald, dat we het onderwerp bewust niet prominent wilden presenteren. Heel veel autochtone Nederlanders kennen Molukkers alleen van de Molukse acties in de jaren zeventig, maar wij zijn meer dan dat. Dat willen wij hier laten zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden