Mollema, Kruijswijk of Dumoulin, welke renner brengt de roze trui naar Nederland?

Drie Nederlanders zijn kanshebbers voor de eindzege in de Ronde van Italië: Bauke Mollema, Steven Kruijswijk en Tom Dumoulin. Vruchten van de Raboploeg, die een klassementscultuur schiep. De Giro begint vrijdag.

Steven Kruijswijk ontvangt de gelukszoenen van twee rondemissen in de Giro van vorig jaar.Beeld epa

In de afgelopen Tour de France was Bauke Mollema lange tijd de belangrijkste belager van Chris Froome. Zonder sneeuwrand had Steven Kruijswijk vorig jaar waarschijnlijk de Giro d'Italia gewonnen. En twee jaar geleden gaf Tom Dumoulin pas op de voorlaatste dag de leiderstrui van de Vuelta uit handen.

De mooiste verhalen van 100 jaar Giro d'Italia

De honderdste Giro d’Italia moet de Ronde van heel Italië worden. Wij reisden langs het parcours en verzamelden de mooiste verhalen. Over wielrennen natuurlijk, én over Italië en de Italianen.

Het geluk een handje helpen

Sinds de jaren tachtig heeft Nederland niet meer zo'n talentvolle generatie ronderenners gehad als nu. Zowel Kruijswijk als Mollema als Dumoulin is in de Giro, die vandaag begint met een etappe over 206 kilometer op Sardinië, serieus kanshebber voor de roze trui. Stom toeval? Of het resultaat van een zorgvuldig uitgekiend beleid?

Als iemand antwoord kan geven op die vraag is het Louis Delahaije. De Limburger is als performancemanager verbonden aan Lotto-Jumbo en was jarenlang trainer bij Rabobank. Zijn overtuiging: 'Je moet het geluk hebben dat je net die renner ontdekt die het in zich heeft om een grote ronde te kunnen winnen. Plus: die moet daar ook nog eens alles voor willen doen en laten. Maar je kunt het geluk ook een handje helpen.'

Volgens Delahaije werd de kiem voor het succes van de huidige generatie ronderenners gelegd in de periode dat Rabobank het wielrennen sponsorde. In de opleiding van de wielerploeg lag het accent toen op klassementswerk, omdat de Tour de France voor de bank publicitair het interessantst was.

Klassementscultuur

Delahaije herinnert zich verschillende edities van de Rabobank Ardennen Proef, in de ploeg kortweg RAP geheten: een meerdaags trainingskamp voor jonge renners in de Ardennen, waarin ze werden getest op hun klimwerk en tijdrit, de twee belangrijkste onderdelen om een goed klassement te rijden. De tijdrit was steevast op de Baraque Michel, een beklimming van bijna 14 kilometer. 'Zo kon je de echte talenten er meteen uitpikken', aldus Delahaije. Maar misschien nog wel het belangrijkste van die testen in de Ardennen: 'We creëerden een klassementscultuur in Nederland.'

Dat in 2008 het bloedpaspoort werd ingevoerd hielp eveneens mee in de ontwikkeling van de Nederlandse klassementsrenners. Niet langer werden jonge talenten ontmoedigd doordat ze fluitend voorbij werden gereden door dopingzondaars. Delahaije: 'In de dopingjaren was 6 watt per kilogram zo'n beetje het gouden verschil, nu kun je in de Ronde van Abu Dhabi zo 25 renners aanwijzen die dat 20 minuten lang rijden. Kon je vroeger vertrouwen op doping, nu beseft iedereen dat je er keihard voor moet werken.'

Voor Dumoulin is de Giro de eerste ronde waarin hij als kopman start. Het geldt als prelude voor zijn grote droom: ooit op het podium komen van de hoger aangeslagen Tour de France. Mollema rijdt in Italië omdat het kopmanschap voor de Ronde van Frankrijk bij zijn ploeg Trek-Segafredo is vergeven aan de dit jaar aangetrokken Alberto Contador, terwijl Kruijswijk juist een van die renners is die van jongs af aan al een fascinatie voor de Giro hebben. Voor hem gaat er niets boven de roze trui.

Tom Dumoulin passeert de finish bij Luik-Bastenaken-Luik.Beeld anp

Koppositie

Of een Nederlandse renner ooit nog in de voetsporen treedt van Jan Janssen (Tour de France, 1968) en Joop Zoetemelk (Tour de France, 1980), de enige winnaars van een grote ronde, hangt volgens de performancemanager af van veel meer factoren dan alleen een goede opleiding en een verkleinde marge door een succesvolle dopingaanpak. Bijvoorbeeld: hoe ga je om met de druk die bij een koppositie komt kijken?

'Ik herinner me dat Pieter Weening in 2011 de roze trui in de Giro veroverde. Hij zei: ik ga hier helemaal naar de tyfus. Er bleken zo veel verplichtingen bij de leiderstrui te komen dat hij blij was dat hij tussendoor ook nog kon fietsen. Dat kun je alleen maar weten als je het een keer hebt ervaren.'

Een Nederlander kan een grote ronde winnen, Delahaije is ervan overtuigd. 'Steven is er al een keer heel dicht bij geweest en Dumoulin ook. Ze weten: het ligt binnen handbereik.' Er is een mentale barrière geslecht.

Opvallend: volgens Delahaije schuilt ook in Wilco Kelderman nog steeds een toekomstig rondewinnaar. De Sunwebrenner reed in zijn tweede Giro al naar een zevende plek, maar viel de afgelopen twee jaar in de Tour de France zwaar tegen, onder meer door valpartijen. 'Hij heeft misschien wat langer de tijd nodig om zich te ontwikkelen.'

Niet zo lang geleden zat Delahaije op Sierra Nevada in hetzelfde hotel als zijn vroegere pupil Tom Dumoulin. 'We hadden een mooi gesprek. Hij zei: 'Ik dacht vroeger dat ik alles wist, maar ik begon pas iets van topsport te begrijpen toen ik met jongens als Bram Tankink en Laurens ten Dam ging trainen.'

Wat dat betreft is Dumoulin een product van zijn tijd, zegt Delahaije: slim, leergierig en gedreven. 'De vorige generatie renners moest je bij wijze van spreken nog uitleggen wat een wattage was. Deze jongens maak je niets wijs. Ze denken mee, zijn niet bang om over hun onzekerheden te praten en 's avonds aan tafel gaat het ook nog eens over wat anders dan hoe je de Tour de France kunt winnen. Voor een coach ideaal om mee te werken.'

Bauke Mollema snijdt een bocht scherp aan.Beeld anp

De 100ste editie van de Giro d'Italia begint vrijdag met een vlakke etappe van 206 kilometer op Sardinië. Grote favorieten voor de eindzege zijn de Colombiaan Nairo Quintana en de Italiaan Vincenzo Nibali. Er doen dertien Nederlanders mee. De ronde, die op 28 mei eindigt met een 28 kilometer lange tijdrit in Milaan, is te zien bij Eurosport; de NOS zendt elke dag om 19.25 uur een Giro Journaal uit.


Giro 100

De 100ste editie van de Giro d'Italia begint vrijdag met een vlakke etappe van 206 kilometer op Sardinië. Grote favorieten voor de eindzege zijn de Colombiaan Nairo Quintana en de Italiaan Vincenzo Nibali. Er doen dertien Nederlanders mee. De ronde, die op 28 mei eindigt met een 28 kilometer lange tijdrit in Milaan, is te zien bij Eurosport; de NOS zendt elke dag om 19.25 uur een Giro Journaal uit.

De Grote Drie

Steven Kruijswijk

Geldt in de Giro al jaren als een van de regelmatigste renners. Vorig jaar leek hij de stap naar het hoogste podium te maken, tot Kruijswijk (29) in de afdaling van de Agnello, twee dagen voor het einde en in de roze leiderstrui, tegen de vlakte smakte. 'Het doel is om nu echt op het podium te finishen en het liefst zo hoog mogelijk.'

Bauke Mollema

In deze Giro de ronderenner met de meeste ervaring aan Nederlandse kant. Is altijd constant in zijn prestaties. Vorig jaar steeg hij in de Tour boven zichzelf uit. Alleen duurde de ronde voor Mollema (30) drie dagen te lang. In de Giro moet die podiumplek er maar eens van komen. 'Dat zou het volgende stapje zijn', zei hij in het AD.

Tom Dumoulin

Dat hij in 2015 tot op de voorlaatste dag meedeed voor de eindzege in de Ronde van Spanje was nooit de bedoeling. Dumoulin (26) noemde zichzelf toen nog tijdrijder, geen ronderenner. Pas dit jaar heeft hij zich toegelegd op die metamorfose. 'Om te winnen moet ik in mijn allerbeste vorm ooit zijn en moet bovendien alles meezitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden