RECONSTRUCTIE

Molenbeek, broedplaats van de Parijse terroristen

De politie in België heeft Abelslam Salah, de belangrijkste voortvluchtige verdachte van de aanslagen in Parijs in november vorig jaar, gearresteerd in de Brusselse deelgemeente Molenbeek. Drie van de aanslagplegers in Parijs groeiden op in Brusselse gemeente Molenbeek. Wat is er mis met deze wijk? Waarom bespeurde niemand onraad? Lees dit verhaal uit december vorig jaar terug.

Het gemeentehuis van Sint Jans Molenbeek. Beeld An-Sofie Kesteleyn
Het gemeentehuis van Sint Jans Molenbeek.Beeld An-Sofie Kesteleyn

De woning van de familie Abdeslam ligt pal tegenover het gemeentehuis. Nu de twee broers zijn verdwenen, verduisteren lappen papier de ramen op de begane grond. Vanuit hun vergaderzalen kijken de bestuurders van Sint Jans Molenbeek uit op het huis, een stadsvilla van verweerde grijze steen. Hun werkplek bood jarenlang vrij zicht op het leven van Brahim en Salah Abdeslam. Maar niemand had iets door. Het leken zulke gewone jongens. Zoals de radicaliseringsdeskundige zegt die vlakbij woont: 'Aan de buitenkant zie je niets tot op het allerlaatst.'

Brahim (31) blies zich op 13 november op in Parijs, voor het café Comptoir Voltaire. Zijn jongere broer Salah (26) is sinds de terreuraanslagen in Parijs nu al vier weken de meest gezochte man van Europa.

Dit valt op aan de Brusselse terroristen die betrokken waren bij de aanslagen in Parijs: hun leven speelde zich af op één hectare, rondom het Gemeenteplein van Molenbeek. Aan datzelfde plein bevinden zich het gemeentehuis, de politie en het kantoor van de radicaliseringsambtenaar. Hoe kan het dat iedereen hen zag, maar niemand onraad bespeurde?

Om de hoek van huize Abdeslam begint de Rue du Prado, een steeg met de allure van een Arabische soek. Op nummer 9, achter een verwassen gevel, zit de kledingwinkel die jarenlang in bezit was van de familie Abaaoud, vlak bij hun eigen woning in de straat erachter.

Zoon Abdelhamid Abaaoud (27) is doodgeschoten door de Franse politie in een appartement in Saint Denis. Hij geldt als het brein achter de aanslagen in Parijs. Het voormalige familiebedrijf van de Abaaouds is nog geen minuut lopen van de voordeur van de broers Abdeslam.

De drie jongemannen groeiden op in Laag-Molem, zoals het oudste en armste deel van deze voormalige arbeiderswijk in de volksmond heet. 19de-eeuwse fabriekspanden grendelen de buurt af van het welvarende centrum van Brussel dat begint, zoals ze hier zeggen, 'aan de overkant van de vaart'.

Op winkels is de Franse naam ondertiteld in het Arabisch, veel vrouwen zijn gesluierd, een enkele man draagt een djellaba of juist een ruime tuniek en een broek op hoogwaterlengte - zeer en vogue in bepaalde kringen van salafistische moslims anno 2015.

De voormalige kledingwinkel van de familie Abaaoud. Beeld An-Sofie Kesteleyn
De voormalige kledingwinkel van de familie Abaaoud.Beeld An-Sofie Kesteleyn

Op het Gemeenteplein zwaait de deur van de grijze stadsvilla open. Dat de familie Abdeslam pal tegenover het gemeentehuis woont, in een van de grootste en fraaiste huizen in het blok, zou toeval kunnen zijn, maar is dat niet.

De dochter des huizes, Myriam (22), gaat winkelen, toffeekleurig haar in een hippe paardenstaart gebonden. Ze vraagt zich af waarom zovelen in Molenbeek naar Syrië willen. 'Veel jongeren gaan weg. We begrijpen er niets van.' Haar familie is in rouw wegens Brahim en Salah. Zij denkt, zegt ze bedachtzaam, natuurlijk ook aan de slachtoffers in Parijs.

'Wij hebben geen antwoorden', zegt ze. 'Ook wij zitten vol vragen.'

Geregistreerd

Precies vijftig stappen zijn het van de voordeur van de familie Abdeslam naar het toegangshek van het gebouw waar de gemeentelijke Preventiedienst gehuisvest is. Alledrie stonden ze hier geregistreerd: Brahim en Salah Abdeslam en Abdelhamid Abaaoud. Toch bespeurde niemand onraad.

'Radicalisering was tot een jaar geleden niet per se een thema', zegt Olivier Vanderhaeghen. 'Zelfs niet bij de federale regering.'

Vanderhaeghen, historicus en filosoof, is hoofd van de Preventiedienst. Hij oogt als een reïncarnatie van Lenin, plukt aan zijn baardje, het zijn drukke dagen hier in Molenbeek.

Inmiddels is er een radicaliseringsambtenaar, die jongeren ervan probeert te weerhouden af te reizen naar het kalifaat. Eén ambtenaar, voor een gemeente van 95 duizend inwoners met onderhand een klein leger aan Syriëgangers. 'Welnee, dat is niet genoeg, maar het is een kwestie van middelen.'

Abaaoud en de broers Abdeslam woonden in dezelfde straten, bezochten waarschijnlijk dezelfde scholen, zegt Vanderhaeghen. 'Het contact moet van heel vroeger zijn geweest. Ze kunnen elkaar al minstens 20 jaar kennen. Pas veel later is daar radicalisering bij gekomen.'

De woning van de familie Abdeslam tegenover het gemeentehuis. Beeld An-Sofie Kesteleyn
De woning van de familie Abdeslam tegenover het gemeentehuis.Beeld An-Sofie Kesteleyn

Van de broers Brahim en Salah verbaast het hem. De geschiedenis van het gezin Abdeslam geldt in Molenbeek als doorsnee: hun 66-jarige vader is geboren in Algerije en emigreerde naar Brussel. Zijn kinderen, met de Franse nationaliteit, zijn hier geboren.

'Wij waren helemaal niet op de hoogte van radicalisering bij die familie.' Natuurlijk, de broers waren tot hun 18de bekend bij de preventiewerkers, maar niet voor zware criminaliteit.

Hun café is gesloten wegens drugsbezit, maar dat komt in Molenbeek zoveel voor. Dat er een relatie bestaat tussen drugs en jihad, weten ze hier pas sinds kort, nu radicalisering in de gemeente officieel bestaat. 'Drugs in de islam zijn verboden, maar mogen wel worden verhandeld aan ongelovigen. In theorie kan de opbrengst worden gebruikt voor het bekostigen van aanslagen', zegt Vanderhaeghen.

De flamboyante Abdelhamid Abaaoud, dat is een geheel ander slag dan de twee broers om de hoek. 'Iedereen kent zijn familie. Abdelhamid was iemand die in de business zat, kleine criminaliteit, inbraken, enzovoorts. Hij gold hier als le ket du quartier, zoals wij dat zeggen.' Dat het straatschoffie opdook in een video waarin hij uit naam van Islamitische Staat (IS) lijken door een Syrische akker sleept, kwam voor de Preventiedienst als een schok. Dat geldt al helemaal voor zijn veroordeling bij verstek tot 20 jaar cel, afgelopen zomer, voor het ronselen van IS-strijders, onder wie zijn broertje van 15 jaar. Nu is Abdelhamid in Parijs gesneuveld als jihadstrijder.

Hoe is dat mogelijk? Eigenlijk weten ze het niet bij de gemeente. Maar, zegt Vanderhaeghen, het begint niet met godsdienst. 'Het begint met een intern probleem in de familie. Een overlijden, liefdesverdriet, geen baan hebben.'

Dat ze in huize-Abdeslam niets doorhadden, ligt voor de hand. Doorgaans merkt de omgeving het pas als het te laat is. In Molenbeek kennen ze daar de gekste voorbeelden van. Laatst nog: man komt thuis van zijn werk, flat blijkt plotseling leeg, vrouw en kinderen zitten in Syrië, hij had niks vermoed. 'De broers Abdeslam waren volwassen. Officieel woont de familie met z'n zessen in dat huis, maar de zonen waren vast niet veel thuis. Bij Salah is het mogelijk pas op het laatst gebeurd, nadat hij was gestopt met werken in dat café.'

Het woonhuis van de familie Abaaoud. Beeld An-Sofie Kesteleyn
Het woonhuis van de familie Abaaoud.Beeld An-Sofie Kesteleyn
De gemeentelijke Preventiedienst. Beeld An-Sofie Kesteleyn
De gemeentelijke Preventiedienst.Beeld An-Sofie Kesteleyn

Café De Begijnen

Op de rand van Laag-Molenbeek ligt Café De Begijnen, tot voor kort in bezit van de familie Abdeslam. Vader, zus Myriam, de broers Brahim en Salah: bijna het gehele gezin had aandelen in de kroeg. Salah Abdeslam was zo gewoon, 'zoals u en ik', verzucht Justine (25), die pal achter De Begijnen woont. Van een verandering heeft ze nooit iets gemerkt. 'Stommigheden zijn het. Hij moet onder invloed zijn geweest van drugs. Ineens hangt overal zijn foto... Het is een totale schok.'

Café De Begijnen viel in de buurt vooral op wegens geluidsoverlast. 'Ze speelden luide muziek en ik moet gewoon om vijf uur opstaan en werken', zegt de Roemeense bovenbuurman, Constantin Huton, die erover klaagde bij de autoriteiten. In Molenbeek, waar buurtcafés zoals De Begijnen de hoeksteen vormen van de lokale schaduweconomie, is er niet veel voor nodig om een politie-inval te rechtvaardigen.

Als de autoriteiten in de nacht van vrijdag 14 augustus 2015 een inval doen, hangt volgens het proces-verbaal rond de toog een 'sterke geur' van verdovende middelen. Asbakken bevatten 'gedeeltelijk geconsumeerde joints'. In de weken die volgen, trekt de familie Abdeslam zich één voor één terug uit De Begijnen.

Bij een hoorzitting die de gemeente in september organiseert, komt de uitbater, Salah Abdeslam, niet meer opdagen. Acht dagen nadat de burgemeester op donderdag 5 november de kroeg voor vijf maanden heeft gesloten, vinden de aanslagen in Parijs plaats.

Voor het bestuur van Molenbeek, één van de negentien gemeenten in de stad Brussel, markeert de sluiting van het café een trendbreuk: niet langer laten ze zich de wet voorschrijven door het gezin in dat grote huis aan de overkant.

De Abdeslams wonen daar omdat de gemeente hen eind jaren negentig juist in bescherming nam. Dat gebeurde na een brand in hun voormalige huurwoning, die oversloeg naar de buren, zegt een schepen op het gemeentehuis. 'De familie raakte in de schulden. De toenmalige burgemeester, Philippe Moureaux, oordeelde: dit is een familie in nood. Hij is degene geweest die ze deze woning toewees, een huis in beheer van de gemeente.'

In het Molenbeek van na Parijs wijzen alle vingers naar Philippe Moureaux, die hier 20 jaar burgemeester was. 'Hij wás Molenbeek en mensen zoeken nu een zondebok', zegt Jef Van Damme, die schepen was namens dezelfde partij, de linkse Socialistische Partij Anders (SP.A).

Het verhaal van het huis kent hij niet. Maar zo gingen die dingen. 'In het vorige gemeente-bestuur was cliëntelisme een probleem.' Moureaux zelf zegt dat hij zich niet herinnert dat hij de Abdeslams een huis heeft toegewezen. Wel hielp hij de middelste zoon, Mohamed (28), aan een baan op het gemeentehuis. 'De jongeman solliciteerde en maakte een geschikte indruk. Zijn enige nadeel: hij was een beetje speels.'

Mohamed Abdeslam is na de aanslagen in Parijs door een arrestatieteam opgebracht voor verhoor, maar werd al snel weer vrijgelaten. Volgens Belgische media heeft hij een strafblad voor het bestelen van lijken. Momenteel zit hij thuis met ziekteverlof. Op televisie zei hij: 'We willen dat Salah zich aangeeft.'

Op termijn moet de familie hun villa toch echt verlaten, deelde de gemeente al in 2012 mee, nadat Moureaux was afgetreden. Brahim Abdeslam, de oudste zoon die nu dood is, stormde daarop zo agressief het gemeentehuis binnen dat er aangifte tegen hem is gedaan.

Het politiebureau

Het politiebureau van Molenbeek bevindt zich achter het gemeentehuis, met de rug naar de woning van de Abdeslams. Zeg hier tegen de recherche dat je 18-jarige zoon naar Syrië wil afreizen en er gebeurt niets, ondervond Geraldine Henneghien in januari 2014. 'Mevrouw, we kunnen hem niet tegenhouden. Hij is meerderjarig.'

Henneghien is een struise Belgische die zich na haar huwelijk met een Marokkaanse man tot de islam bekeerde, want volgens haar rooms-katholieke achtergrond was dat 'ook een normale religie'. Pas begin dit jaar, na het telefoontje uit Deir-ez-Zor, dat ze verheugd mocht zijn omdat haar zoon nu een martelaar was, ontdekte ze dat hij in Syrië had gezeten met een kompaan uit Molenbeek: Abdelhamid Abaaoud.

Abaaoud heeft ze nooit ontmoet. De broers Abdeslam evenmin. Maar ze ziet een overeenkomst tussen deze jongens en haar zoons, een schande in de cultuur van de Maghreb: 'Ze konden geen van allen helpen in het gezinsinkomen te voorzien.' Haar zoon solliciteerde uit alle macht, maar met zijn Arabische naam en een adres met postcode 1080 oftewel Molenbeek kon hij het vergeten: voor hem geen baan.

Het politiebureau. Beeld An-Sofie Kesteleyn
Het politiebureau.Beeld An-Sofie Kesteleyn

Zicht op deskundigen die kwetsbare jongeren kunnen begeleiden, is er niet in Molenbeek. In de gemeente woont een jonge wetenschapper die jihadisme onderzoekt, de Palestijn Montasser Alde'emeh. Hij weet wat geradicaliseerde jongeren drijft, als tiener was hij één van hen. Hij trainde voor een loopbaan bij Hezbollah.

Alde'emeh begeleidde in België al tientallen geradicaliseerde jongeren, publiceerde een boek, geeft lezingen bij het parlement in Brussel, praat burgemeesters in Nederland bij, verschijnt op televisie. Maar hij is nog nooit uitgenodigd om kennis te maken bij het gemeentebestuur in Molenbeek.

'Montasser wie?', vraagt Mustafa Er, de woordvoerder van de burgemeester. 'Die ken ik niet.'

'Als dat waar is, is dat ongelooflijk', zegt Jef Van Damme. 'Ik kan niet anders zeggen dan dat we als gemeente tekort zijn geschoten. Maar wij niet alleen. Lokaal, bovenlokaal, nationaal: we hebben allemaal gefaald.' Hij doet zijn verhaal in de eerste bio-halalzaak van Molenbeek, tegenover de woning van de Abaaouds. Het pand is verlaten, de rolluiken voor de ramen gesloten.

Op het gemeentehuis is aan het begin van de zomer gewaarschuwd. Er kwam een lijst binnen van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), in België een gezaghebbend overlegorgaan van inlichtingendiensten. Op de lijst sprongen - zo zegt de woordvoerder - veertig namen in het oog. Jongeren uit de buurt die geradicaliseerd waren, naar Syrië wilden vertrekken of juist net waren teruggekeerd. Of de broers Abdeslam en Abaaoud erop stonden, wil de gemeentewoordvoerder niet zeggen. Maar dit kan hij wel kwijt: zelf is de gemeente nooit met de lijst aan de slag gegaan. 'De gemeente heeft alleen een administratieve functie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden