Mohammed B. is een loser

In de zaak van de aanslag op filmer/columnist Theo van Gogh was Frits van Straelen (55) de officier van justitie....

Aan het begin van de avond belde mijn dochter op. Ze stond op de Dam, bij de demonstratie. Ze was ontzettend boos. En verdrietig, zeer verdrietig. Pas toen besefte ik de impact van de moord op Theo van Gogh. Ik begreep opeens de onrust in het land. Ik was die dag volkomen opgeslokt door lastige strafvorderlijke beslissingen. Ik leefde in een cocon, en realiseerde me niet wat er buiten leefde.

Waar ben je? vroeg mijn dochter. Nog in Amsterdam, zei ik. Ze zei: je moet nú naar de Dam komen, je moet meedoen met de demonstratie. Ze had geen idee waar ik mee bezig was. Dus ik vertelde haar dat ik de Van Gogh-zaak deed, en daarom niet kon komen. Ben je wel voorzichtig, zei ze. Ik hoorde dat ze bang was.

Op dat moment kreeg de moord een persoonlijke lading. Ik wil niet dat mijn kinderen bang zijn om mijn werk. Ik wil niet dat zij verdrietig zijn. Ik merkte dat het haar heel veel deed - en mij dus ook. Opeens was ik uit de cocon gekomen.

Die avond kwam ik laat thuis en dacht: deze moord is een historische gebeurtenis. De eerste terroristische aanslag door een moslimradicaal in Nederland, en dat in combinatie met de angst van mijn dochter. De minister-president die zich uitlaat over de zaak. Ik zou het komende jaar zoet zijn met deze klus.

Ik had `s ochtends om negen uur een afspraak met mijn teamleider over mijn loopbaan. Toen was er dat telefoontje: een schietpartij, Theo van Gogh was het vermoedelijke slachtoffer. Ik kreeg onmiddellijk de zaak toegewezen, een zaak die iedereen wilde. Maar ik heb de meeste ervaring.

Ik rende naar boven, haalde een auto op van het parket. Ik greep een secretaris in de kraag en we zijn naar het bureau Linnaeusstraat gereden, samen met mijn teamleider. In de auto heb ik twee keer gebeld. Was er al een verdachte? Wat is er aan de hand? Ik hoorde van het schieten op agenten. In de Linnaeusstraat was het heel, heel druk, maar ook heel, heel stil. Er reden geen trams. Overal was politie. Camera`s. Die stilte, terwijl je weet wat er was gebeurd. Heel in de verte lag daar Van Gogh - de blauwe tent was nog niet neergezet. Ik ben er niet heengegaan.

In de loop van de ochtend hoorde ik van het mes en het briefje. Ik begon het gevoel te krijgen dat de achtergrond een heel vervelende was: de moordenaar had een boodschap achtergelaten. Uit het VU-ziekenhuis kwam het bericht wie de verdachte was, dat het een Marokkaan was. Het zat helemaal fout: het was een terroristische aanslag.

Ik kende Theo van Gogh, al had ik hem nooit ontmoet. Mijn kinderen wel. Die waren kort daarvoor bij een programma geweest waar hij ook was. Van Gogh was iemand over wie je sprak zonder dat je hem kende. Hij uitte zich buitengewoon helder en krachtig, en was bij tijd en wijle schofferend en onmogelijk. Ik vond hem een schreeuwlelijk.

Een van mijn jongens vond hem prachtig, die beschouwde hem als zijn held. Mijn dochter was het absoluut met Van Gogh oneens. Maar het aardige was dat ze na dat programma zei dat hij een totaal ander iemand was dan ze ooit had gedacht: geestig, aardig. Hij kon goed luisteren, ging overal op in, en was ontzettend leuk.

Lopende het onderzoek is mijn beeld van hem ook bijgesteld. Ik ben hem sympathiek gaan vinden, en het is jammer dat dat pas na zijn dood is gebeurd. Ik heb veel over hem en van hem gelezen. Ik heb zijn films gezien. Ik ontdekte een heel andere jongen dan diegene die ik oppervlakkig vanuit de publiciteit kende.

Ik merkte ook dat hij zeer geliefd was, bijvoorbeeld in de filmerij. Een goeie regisseur voor zijn mensen. Een warme en sympathieke jongen voor zijn vrienden en zijn familie. Hij werd vermoord vanwege zijn ideeën en om de grove wijze waarop hij zich uitte, terwijl hij in wezen een heel ander persoon was. Dat is wrang.

Een maand na de moord heb ik de familie Van Gogh ontmoet. Ze kwamen langs op het parket, in aanwezigheid van hoofdofficier Leo de Wit. Vader en moeder Van Gogh, en de twee zusters waren daar ook bij, net als de moeder van Theo`s zoon.

Tijdens het proces heb ik Lieuwe voor het eerst gezien. Op zo`n moment ben ik natuurlijk geen officier. Dan ben ik een vader, en probeerde wat te praten. Het is heel erg om je vader te verliezen, dat voorop. Maar het is misschien erger om een beroemde vader te verliezen die is uitgegroeid tot een icoon.

En dan te bedenken dat hij voortdurend geconfronteerd werd met dat beeld van zijn dode vader. Die grote man op de grond. Zo pijnlijk. Zo weerloos. Ik vond het zelf al zo erg om dat telkens te zien. Voor zo`n jongen moet dat verschrikkelijk zijn.

Het is niet gebruikelijk dat ik zo betrokken ben. Dat geregelde contact met de familie was erg prettig, en hoe er over hem gesproken werd, en over wat ze met hem hebben meegemaakt. Het heeft niet mijn werkwijze beïnvloed - echt niet. Ik voelde geen woede tijdens het onderzoek. Ik kan dat goed scheiden.

Ik heb Mohammed B. ontmoet in Scheveningen, samen met de rechter-commissaris, twee weken na de moord. Hij gaf me geen hand. Ik heb wel mijn hand uitgestoken, maar hij reageerde niet. Hij is zo ontzettend emotieloos.

Jezus, is dit `m nou, dat is wat ik dacht. Ik had een foto van hem gezien op televisie. Uit de stukken begreep ik dat hij zo nu en dan zijn zelfbeheersing verloor. Dit was de enige keer dat ik hem echt heb gezien voor de rechtszaak. Maar hij zei helemaal niks, hij wilde geen verantwoording afleggen. Dat vind ik laf. Het is de tegenstelling tussen iemand die aan de ene kant een daad stelt, die meer wil beogen dan alleen de dood van Van Gogh, die een extreem godsdienstige overtuiging heeft, maar die over die actie zelf geen uitleg geeft.

Ik kan me totaal niet inleven in de wereld van Mohammed B. In zijn visie waarin mensen geen mensen zijn, en ook zijn eigen leven niet telt, kan ik me niet vinden. Ik had graag met hem willen praten over de teleurstellingen in zijn leven, maar hij bleef zwijgen.

Zijn familie wilde ook geen enkel contact - een zuster vertelde dat aan de politie. Niets excuses, helemaal niks; dus ik weet niet hoe de familie er verder over denkt. In detentie had hij alleen contact met zijn jongere broer, Hassan. We waren beducht dat hij dezelfde kant op zou gaan. Mohammed probeerde hem voortdurend lessen te leren, en zijn richting uit te sturen.

In het begin leek het een gewone liquidatie, maar opeens schoof iemand van de Unit Contraterrorisme aan. Wat komt u doen, vroeg ik hem. Dat was snel duidelijk. Binnen tien minuten kwam hij met het eerste ambtsbericht van de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, red.) aanzetten. Vanaf dat moment begreep ik dat er meer was dan zomaar een boze Marokkaan. Ik hoorde over zoiets als de Hofstadgroep; een groep terroristen waarin Mohammed B. een randfiguur was - aldus de AIVD.

Achteraf gezien heeft de AIVD een inschattingsfout gemaakt. Het is uiterst pijnlijk voor de dienst. Maar hoe kan ik het ze kwalijk nemen? Ik heb als officier van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) vijf jaar ervaring met het beoordelen van vertrouwelijke criminele inlichtingen.

Ik weet hoe het gaat met dit soort informatie en dat het soms moeilijk te interpreteren is. Als ik terugkijk in mijn registers van de CIE, stel ik vast dat ik ook wel eens een liquidatie had kunnen zien aankomen. Alleen weet je nooit wíe er gaat.

De AIVD had beter naar meneer B. moeten kijken, natuurlijk, maar in al zijn geschriften kwam Van Gogh niet voor. Dat Van Gogh een risico liep, daar hoefde je geen AIVD`er voor te zijn om dat te begrijpen. Dat bepaalde mensen boos waren na de film Submission was ook duidelijk. Maar dat hij vermoord zou worden, dat was niet voorzienbaar. Hij was niet het meest logische slachtoffer.

Ik ben echt een kind van de jaren zestig: mijn enigszins linkse denkbeelden, mijn gevoel voor vrijheid en het vrije woord. Daar hecht ik aan. In mijn familie - mijn vader was bij de marine - werd ik beschouwd als het linkse kind. Ik stond ook midden in de democratiseringsgolf aan de Universiteit van Groningen.

Met gezag heb ik een haat-liefdeverhouding. Ik kan er goed mee omgaan, maar ik moet er niet te veel mee te maken krijgen. Ik heb een goede relatie gehad met mijn hoofden, maar ik vind het altijd moeilijk als ze zich met mij bemoeien. Dat heeft er altijd ingezeten, dat komt ook door de jaren zestig.

Dwarse mensen, daar hou ik van. Mensen die het lef hebben zich onconventioneel te gedragen. Natuurlijk met bepaalde grenzen, want voor een terrorist voel ik geen enkele bewondering.

Ik heb er vroeger van gedroomd iets totaal anders te gaan doen. Weg van deze wereld. Ik ben niet bijzonder artistiek, dus dat was geen uitweg. Op een gegeven moment kwamen de kinderen, en de verantwoordelijkheid daarvoor. Toen liet ik die avontuurlijke ideeën varen.

Dit werk is slecht voor je privé-leven, dat is zeker. Als officier moet je veel beschikbaar zijn. Ik ben gescheiden, en nu alleen, dus ik heb geen rem meer vanuit mijn relatie. Ik ben gedreven door mijn vak. Maar ik denk natuurlijk ook weleens: zou het niet wat rustiger kunnen. De keren dat het mij lukte aan mezelf te denken, om het wat kalmer aan te doen, had ik een vriendin. Mijn kinderen zeggen geregeld: zo, nu is het wel even genoeg.

Maar in een zaak als deze is er nooit tijd voor afleiding. Je kunt niet verslappen. Ik had zelfs geen tijd voor een luchtige misdaadroman. Ik heb wel veel gelezen over de islam, de radicale interpretatie daarvan en de geschriften van Mohammed B. Nee, de koran niet. Dat vond ik niet nodig.`

Ik ben geen voordrachtskunstenaar, en ik weet dat ik op televisie niet bijster goed overkom. Een te beweeglijk gezicht. Ik ben niet zenuwachtig, maar op de buis maak ik een gespannen indruk. Ik heb mijn voordracht ook niet teruggezien.

Voor deze zaak ben ik door een deskundige getraind. In twee sessies bespraken we hoe ik het ging doen, en mijn collega`s hielpen me de goede toon te vinden. Ik heb het van een standaard voorgedragen, want dan sta je wat meer rechtop. Ik kreeg ook adviezen hoe ik het op papier moest zetten, zodat het makkelijker was om voor te dragen. En korte zinnen. Pauzes nemen.

Ik heb het voor het land zo duidelijk mogelijk uiteengezet, ook al was dat gruwelijk. Ik kreeg uit contacten in mijn privé-leven het idee dat mensen toch niet exact wisten wat er was gebeurd. Door het één keer duidelijk te maken, hoopte ik dat de bevolking hierna aan een verwerkingsproces kon beginnen.

De familie Van Gogh wist wat ik ging vertellen, en welke beelden ik zou gebruiken. Ze vonden het goed dat ik dat allemaal liet zien, want daarmee werd een beeld geschetst van de verdachte. Natuurlijk zag ik door mijn oogharen de reacties van de mensen in de zaal. Katja Schuurman moest huilen, dat merkte ik ook.

Het terroristische oogmerk is doorslaggevend geweest voor mijn eis. Dat maakte levenslang onvermijdelijk. Zijn daad heeft een groot effect gehad op de samenleving. Mensen zijn bang geworden, en het leidde tot vervelende reacties: de branden in scholen en moskeeën.

Ik heb niet de illusie dat Mohammed B. op zijn schreden terugkeert. Ik denk niet dat de straf hem beter maakt. Dat hij tot inkeer komt. Hij wordt in de gevangenis een kluizenaar, verwacht ik. Als je de rest van je leven in een gevangenis moet doorbrengen, kun je wel zeggen dat je leven volstrekt mislukt is.

Eeuwige roem zal hem niet toekomen. Hij is iemand die op een dag helemaal vergeten is. Als persoon of inspirator is hij totaal niet uit de verf gekomen.

Die verklaring tijdens de rechtszaak tegen de rest van de Hofstadgroep, bevestigt het beeld dat de familie Van Gogh ook schetste: hij is een loser. Ik kan het niet anders zeggen. Ik geloof ook niks van wat hij zegt.

Toen de zaak achter de rug was, ben ik mijn rotzooi gaan opruimen. Ik werd gebeld door de hoogste baas van het OM, Harm Brouwer. Hij feliciteerde me: goed gedaan, hartstikke mooi, zei hij. Dat vond ik ontzettend aardig, complimenteus. Leuk om te horen.

Ik heb twee zoons van 17 en 19 en die vinden alles spannend wat ik doe. Ze houden alles in de gaten. Bij wijze van spreken hoor ik van hen eerder over een liquidatie dan dat ik het van de politie hoor. Ze weten het via internet, via allerlei weblogs. En dan bellen ze mij op: weet je al meer? Wat is er aan de hand?

Maar ze willen geen officier van justitie worden. Ze zien me vaak lopen met verhuisdozen vol documenten, en in dossierhappen hebben ze geen zin. Ze zijn ook bij de zittingsdagen geweest in de bunker. Tijdens mijn requisitoir heb ik ze even aangekeken. Ze moesten glimlachen. Ze zeiden dat ik deze zaak goed had gedaan. Ze vonden het vet, heel vet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden