Mohammed Ali als mascotte

Het koketteren met 'de mens achter...' heeft in de Amerikaanse media een hoge vlucht genomen. Dikwijls dient dat gekoketteer de persoon of de zaak zelf, zoals Pim Fortuyn dat hier te lande keer op keer laat zien....

Maar soms dient dat gekoketteer een geheel ander doel dan de persoon of zijn zaak.

Nu in de Amerikaanse media de grenzen worden overschreden met een kruising tussen klucht en soap aangaande de verering van hun nieuwste iconen - de brandweerlieden wier heldendaden nu ook voor de allerkleinsten geen geheimen meer kennen: cartoons en comics waarin de gehelmde mannen met zaklantaarns en brandslangen druk in de weer zijn om, in navolging van de superhelden Spiderman, Batman en Superman, de burgers te beschermen tegen het Kwaad - komt zijn zestigste geboortejaar als een geschenk uit de hemel. Als een mythisch fantoom wordt hij uit de donkerte naar voren gehaald: Mohammed Ali. De Washington Post, The New York Times, Oprah Winfrey, Larry King, David Letterman, allemaal ontfermen ze zich met grote liefde over deze nationale knuffelbeer. Ondanks (of juist dankzij) de tremor in handen en hoofd, zijn evenwichtsstoornissen, de ontregelde reflexen, slaapaanvallen, spraakmoeilijkheden en andere uitingen van het Parkinson-syndroom wordt Ali als de ideale troefkaart ingezet om twijfelende Arabieren ervan te overtuigen dat Amerika het o zo goed bedoelt.

Dit is saillant. Nog niet zo lang geleden, in zijn roemruchte jaren toen hij nog fladderde als een vlinder en stak als een wesp, schilderden dezelfde media hem af als FBI's Public Enemy Number One. Lafaard, landverrader, staatsgevaarlijk, daar ging hij voor door. Waarom? Omdat hij had besloten toe te treden tot de radicale sekte Nation Of Islam, omdat hij zijn 'slavennaam' Cassius Clay prompt veranderde in het 'hoogst geprezen' Muhammad Ali, omdat hij tijdens zijn verblijf in Zaïre (voor de legendarische Rumble in the Jungle tegen de reus George Foreman) uitspraken deed tegen journalisten als: 'I aint no American, I'm an African, that's why I'm fighting in this country, where my people live, where my brothers are'. Maar z'n rebellie bereikte pas een climax toen hij publiekelijk de Vietnam-oorlog veroordeelde als één grote misdaad tegen de menselijkheid, en bijgevolg de militaire dienstplicht weigerde, welke daad hij tijdens een perscommuniqué als volgt toelichtte: 'No Vietcong ever called me a nigger!'; dit was Ali ten voeten uit - zo raak heeft Osama het nog niet uitgedrukt.

Groots en meeslepend kun je alleen zijn wanneer je je van de wereld afkeert, in je fantasie of extreme keuzes.

Evenwel, de dienstweigering kwam de rapper avant la lettre duur te staan: een boete van anderhalf miljoen dollar plus een wereldtitel die hem werd afgepakt.

Maar zoals elke nieuwe boksronde een nieuw verhaal vertelt, met andere gelaatsuitdrukkingen en andere choreografieën, zo verandert de moraal in elke volgende epoque.

Wat eerst een nachtmerrie was, blijkt nu een droom te zijn; tegenover de vroegere woede en vernedering staan vandaag de bewondering en aanbidding.

Hoe wrang is het om te zien hoe de oude bevende man, die thans zijn dagen slijt op een ranch en zo staatsgevaarlijk is als een lieveheersbeestje, als nationaal symbool mag prijken op de krantenpagina's; hoe hij als boegbeeld mag figureren van de Geslaagde Amerikaan, en ergo: olympische vuurtjes mag ontsteken.

De boodschap is even duidelijk als stichtelijk: zelfs als moslim kun je de American Dream bewaarheid krijgen; van huisschilderszoon in een zwarte buurt kun je het schoppen tot een legende van wereldstatuur. En we weten hoe dat gaat met symbolen: controversiële standpunten worden vergeten zolang er een hoger doel tegenover staat. En dat hogere doel is niet de persoon Ali, maar Amerika als droomnatie. En omdat symbolen niets hoeven te doen, hoeft Ali niets meer te bewijzen; hij hoeft er alleen maar te staan.

En Ali staat er dan ook. Op de radio, op de televisie en in alle denkbare magazines en kranten.

Dan past ook een twee uur durend, docu-achtig portret: Through the eyes of the world, onlangs uitgezonden op RTL 5, waarin in een fraaie sequentie sleutelmomenten uit zijn leven worden gepresenteerd. We zien hem als klein jongetje touwtjespringen, de knock-outs vliegen over het scherm, een flard Malcolm X, een snapshot dominee King, alles gelardeerd met loftuitingen van vrienden, vroegere tegenstanders, ex-vrouwen, dochters, oud-trainers en uiteraard Hollywood-sterren als Sylvester Stallone en Billy Crystal.

Het is mooi en bitter tegelijk. Want het is onwaarschijnlijk dat Ali beseft dat hij als mascotte dient in een allesdoordringende Patriot Act. Een mediamieke Act die hem iedere dag zijn privacy en daarmee zijn persoonlijkheid aan het afnemen is. De vroegere Rebel die zich niet liet lenen voor welk systeem of welke machinatie dan ook (hij bleef uit handen van de maffia, hij weerde zich tegen overheidspropaganda), en die begiftigd was met een maniakale drang om gehoord te worden, de atleet voor wie sport slechts een context was van de mensheid die zijn ware podium vormde, en die er heilig in geloofde dat hij Allah's werk verrichtte, die man is thans een nietsvermoedend instrument binnen het heimelijke verdrag tussen het Pentagon en de Amerikaanse mediainstituties, instanties waar hij vroeger nog zo fel tegen was gekant, omdat ze een systeem in stand hielden dat als hoogste doel had de onderdrukking van het zwarte volksdeel.

Ondertussen zal de knetterende speelfilm Ali, die binnenkort in première gaat, deze patriot-gimmick een aanvankelijk onvoorziene doch welkome impuls geven.

Welke ster zal de volgende zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.