Mogen senatoren vreemdgaan?

De PvdA-fractie, met (VLNR) Ruud Koole, Marijke Linthorst, Esther-Mirjam Sent en Guusje ter Horst tijdens het debat in de Eerste Kamer over het nieuwe leenstelsel. Belangrijkste maatregel is de omzetting van de basisbeurs van een gift in een lening, vanaf september dit jaar. Beeld anp
De PvdA-fractie, met (VLNR) Ruud Koole, Marijke Linthorst, Esther-Mirjam Sent en Guusje ter Horst tijdens het debat in de Eerste Kamer over het nieuwe leenstelsel. Belangrijkste maatregel is de omzetting van de basisbeurs van een gift in een lening, vanaf september dit jaar.Beeld anp

In 2010 hadden de partijen die in de Tweede Kamer een meerderheid hadden, die meerderheid niet in de Eerste Kamer. Dat was ook in 2012 het geval. Toen ging de Tweede Kamer voor het eerst ook zelf over de formatie-opdracht. Waar traditioneel in de formatie gezocht moest worden naar een meerderheid in het parlement (lees: beide Kamers), vond de meerderheid van fractievoorzitters dat deze keer niet nodig en werd de nadruk gelegd op het zoeken van een meerderheid in de Tweede Kamer.

De Nijmeegse geleerden die in opdracht van de Tweede Kamer de kabinetsformatie van 2012 evalueerden, vonden dit kwetsbaar. Hoewel ook zij niet kozen voor een variant waarbij ook de fractievoorzitters uit de Eerste Kamer aan tafel hadden moeten zitten, vonden zij wel dat Rutte en Samsom zich vooraf van een meerderheid in de Eerste Kamer hadden moeten vergewissen.

De Nijmeegse geleerden maakten vooral een staatsrechtelijke evaluatie, geen politieke. Maar zelfs hun staatsrechtelijke analyse staat bol van spanning en tegenstrijdigheid: je wel vergewissen van een meerderheid in de Eerste Kamer maar niet met de Eerste Kamer onderhandelen, hoe doe je dat? In het verleden gebeurde dat eigenlijk altijd via de onderhandelende fractievoorzitters uit de Tweede Kamer. Hun gezag werd geacht ook dat van hun collega's in de Eerste Kamer te omvatten. Als dat is wat de geleerden ook nu graag gezien hadden, kan hun aanbeveling alleen maar zo uitgelegd worden dat zij van mening zijn dat Rutte en Samsom al vanaf het begin van de formatie met partijen hadden moeten onderhandelen die garant zouden staan voor een meerderheid in Tweede en Eerste Kamer. Bijvoorbeeld vanaf het begin met D66, CU en SGP erbij. Staatsrechtelijk verantwoord wellicht, maar zou het ook politiek verstandig zijn geweest?

Ik kan er ten minste drie bezwaren bij bedenken. De eerste is dat het uitsluit dat je voor verschillende onderwerpen verschillende meerderheden wilt zoeken; waarom zou je dat bij voorbaat uitsluiten? Een tweede bezwaar is dat het maar de vraag is of partijen die in oktober 2012 een meerderheid garandeerden in de Eerste Kamer, dat ook nog doen in mei 2015; zou het kabinet bij het wegvallen van de meerderheid bij de aanstaande Eerste Kamerverkiezingen dan moeten aftreden?

Maar het derde bezwaar is eigenlijk het belangrijkste en het drukt ons op een dilemma waar noch de Nijmeegse geleerden, noch uiteindelijk Rutte en Samsom aan wisten te ontsnappen: door aan te dringen op een coalitie die zowel in Tweede als Eerste Kamer een meerderheid garandeert, wordt van de Eerste Kamer verlangd het zelfde te stemmen als de Tweede Kamer. Dat gebeurt in de praktijk ook bijna altijd. Maar daarmee wordt ook bevestigd dat de Eerste Kamer op deze manier nul toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de Tweede Kamer.

Moeten we daarom blij zijn als senatoren vreemdgaan, zoals onlangs drie PvdA-senatoren bij de zorgwet? Omdat de Eerste Kamer dan in ieder geval nog wat voorstelt? Ongeacht wat je vindt van die zorgwet, mijn antwoord zou zijn: nee. Politieke besluitvorming over het wel of niet doorgaan van wetten hoort in een democratie plaats te vinden door politici die gekozen en weggestuurd kunnen worden. Dat kan bij Tweede Kamerleden wel en bij Eerste Kamerleden niet. En dus horen zij ver weg te blijven van zo'n rol, het is in essentie zeer ondemocratisch.

Binnen ons huidige stelsel gaat het ons niet lukken dit op te lossen. Als we willen dat de Eerste Kamer stemt zoals de Tweede Kamer, is er geen toegevoegde waarde. Maar als Eerste Kamerleden een eigen koers mogen kiezen, krijgen ze een rol die niet past bij niet-gekozen en niet-wegstuurbare politici.

Wat de formatie-opdracht in 2012 ook zou zijn geweest, dit probleem zou niet zijn opgelost. De enige oplossing is de Eerste Kamer de mogelijkheid tot politieke blokkades, het verwerpen van wetsvoorstellen, af te nemen. Bijvoorbeeld door ze een terugzendrecht te geven of de Tweede Kamer te verplichten bij meningsverschillen het overleg met de Eerste Kamer te zoeken. Voordeel één: het eindoordeel komt te liggen waar het hoort, bij gekozen volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer. Voordeel twee: het is democratisch gezien een stuk minder erg als Eerste Kamerleden een daarvan afwijkend eigen oordeel vormen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden