Mogen de voorstanders van het referendum nog illusies koesteren? Volgens Rutte niet

Voorstanders zien het als hét bewijs dat een raadgevend referendum wel degelijk iets toevoegt aan de democratie: de gang van zaken rond de inlichtingenwet. Mark Rutte niet, merkt redacteur Frank Hendrickx.

Premier Mark Rutte vrijdag op weg naar de persconferentie na afloop van de ministerraad. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De premier wil deze keer nog sportief blijven. 'Je kunt gaan stampvoeten omdat je tegen referenda bent, en gaan stampvoeten omdat de mensen dan ook nog tegen stemmen, maar dat heeft weinig zin', zegt Rutte na de ministerraad waarin is besloten om de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) dan toch maar aan te passen. Het kabinet wil met een zestal wijzigingen de zorgen bij een deel van het nee-kamp wegnemen.

Of dat lukt? Rutte heeft geen idee. 'Dé interpretatie van de nee-stem is er niet en ik heb geen PhD in de referendumkunde.'

Dat wil hij graag zo houden. De premier is vooral blij dat de coalitie er 'op een goede manier' is uitgekomen. In 2016 was er nog 'een geitenpaadje' nodig om het associatieverdrag met Oekraïne te redden, dit keer waren twee weken genoeg om een compromis te vinden tussen Alexander Pechtold (D66) en Sybrand Buma (CDA). De eerste wilde recht doen aan de bezwaren van de nee-stemmers, de tweede niet. Uitkomst: de Wiv treedt gewoon op 1 mei in werking, maar er komen extra waarborgen, onder andere tegen het ongericht aftappen en het ongecontroleerd delen van data met buitenlandse diensten.

Streng in de leer

Zo kan het dus ook, menen voorstanders. Er is uitvoerig en inhoudelijk gedebatteerd over een complex onderwerp als de balans tussen veiligheid en privacy, de opkomst was hoog en het kabinet heeft geluisterd. Hét bewijs dat een raadgevend referendum wel degelijk iets toevoegt aan de democratie? Rutte blijft onvermurwbaar: 'Ik vind referenda een gruwel.'

De man die wordt versleten voor een pragmaticus is streng in de leer als het om volksraadplegingen gaat. Als voorzitter van de jongerenclub JOVD vond hij referenda al een verschrikking, ook al was dat toen nog niet vanzelfsprekend. In het Liberaal Manifest van de VVD uit 2004 stond nog dat 'de absolute koudwatervrees' voor directe democratie overdreven was. Rutte maakte als partijleider korte metten met die rekkelijkheid. Zijn oekaze: referenda waren 'politiek gegoochel'.

VVD-minister Bruno Bruins (Medische Zorg) noemde de nieuwe donorwet vrijdag wel nog een goed referendumonderwerp, maar Rutte ziet ook dat heel anders, zo liet hij achter de schermen doorschemeren. Een volksraadpleging over de kleur van de nationale vlag , zoals Nieuw-Zeeland in 2016 deed, dat kan misschien nog net. Veel complexer mag het niet worden.

Nederland is volgens Rutte nu al zo moeilijk te regeren met al die partijtjes en minieme meerderheden. Over alles wordt oeverloos gepraat en eindeloos gewikt en gewogen. Geen wet komt er door zonder regenwoud aan moties en amendementen. Dat is in de ogen van Rutte de schoonheid van de representatieve democratie. Raadgevende referenda over precaire compromissen leidt er alleen maar toe dat het passen en meten opnieuw begint, zonder dat iemand precies weet wat een 'nee' van de kiezer betekent.

De ultieme bevestiging van die afkeer was het eerste raadgevend referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Na het 'nee' liet Rutte tijdens een internationale conferentie in de Ridderzaal in 2016 zijn walging de vrije loop: 'I am totally against referenda and I'm totally, totally, totally against referenda on multilateral agreements.'

Doodskist

Bij de formatie van zijn derde kabinet stuitte de premier op een geestverwant: Sybrand Buma, de enige politicus die zo mogelijk nóg minder van referenda moet hebben. Voor de CDA-leider staat het instrument gelijk aan 'chaos' en 'volksverlakkerij'. 'De Haagse politiek kan een complex vraagstuk niet over de schutting teruggooien naar de kiezer.'

De twee geharnaste tegenstanders troffen elkaar precies op het juist moment. Ook partijen als GroenLinks, PvdA en D66 waren verbijsterd door het succes van Jan Roos en Thierry Baudet tijdens de eerste campagne. Instemmen met afschaffing leek toen opeens niet meer zo'n verschrikkelijke concessie. D66 ging tijdens de formatie overstag. 'Het Oekraïnereferendum was de laatste nagel die in de doodskist van het raadgevend referendum is geslagen', constateerde het CDA-Kamerlid Harry van der Molen niet zonder genoegdoening tijdens het debat over de afschaffing.

Achter de schermen wordt erkend dat het wellicht anders was gelopen als het referendum over de inlichtingenwet als eerste had plaatsgevonden. Steun voor afschaffing was dan een stuk moeilijker geworden. Daar was de afgelopen campagne te genuanceerd en informatief voor.

Het is de vraag of er nu nog een weg terug is. De Tweede Kamer heeft al ingestemd met afschaffing. De Eerste Kamer is aan zet. Mogen de voorstanders nog illusies koesteren? Rutte resoluut: 'Dat lijkt me niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.