Interview

Mogelijk verdere destabilisatie van Iran

lala

Hoewel een nucleair akkoord met Iran ongetwijfeld geroemd zal worden als een historische prestatie, kan verdere destabilisatie van de regio het gevolg zijn. Daarvoor waarschuwt Patrick Clawson van het Washington Institute for Near East Policy tijdens een bezoek aan Nederland.

De zes wereldmachten en Iran zijn het in het Zwitserse Lausanne eens geworden over 'alle belangrijke thema's' voor een nucleair akkoord. Dat zei de Russische minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken woensdag. Hij zei dat een akkoord tussen de partijen binnen enkele uren wordt aangekondigd. Foto epa

Een dag na het verstrijken van de zelf opgelegde deadline, breken de onderhandelaars van de P5+1 - Amerika, Rusland, Frankrijk, China, Groot-Britannië plus Duitsland - zich in Lausanne nog altijd het hoofd over de details van een nucleair akkoord met Iran. Clawson plaatst echter vraagtekens bij de wenselijkheid van de langverwachte deal.

'Het Westen heeft het oorspronkelijke doel van de onderhandelingen aangepast. Dat was dat Iran de vreedzame bedoeling van zijn atoomprogramma moest aantonen, zoals bepaald in resoluties van de Veiligheidsraad en het Internationaal Atoomagentschap (IAEA).'

Het huidige streven is Iran op minstens één jaar breakout time - de tijd die het kost genoeg radioactief materiaal te verrijken voor een atoombom - plaatsen, in ruil voor onder meer verlichting van de door Teheran gehate VN-sancties. Dat doel is gevaarlijk, meent Clawson. 'Dat betekent dat Iran een aantal faciliteiten kan behouden die niet aantoonbaar vreedzaam van aard zijn. Zo'n afspraak controleren vereist van de internationale gemeenschap constante waakzaamheid en evaluatie. Dat is een enorme hoeveelheid werk en veel riskanter dan de Iraanse regering laten aantonen dat het werkelijk vreedzame bedoelingen heeft.'

Henriëtte van Lynden-lezing

De 64-jarige Iran-deskundige is op uitnodiging van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland. Donderdagavond is hij één van de deelnemers aan de Henriëtte van Lynden-lezing over de de impact van de olieprijs op de machtsverhoudingen in het Midden-Oosten, gehouden in de Rode Hoed in Amsterdam.

The Washington Institute for Near East Policy is een gerenommeerde, maar ook controversiële denktank. Mede opgericht door een voormalig onderzoeksdirecteur van AIPAC, de belangrijkste Amerikaanse pro-Israëlische lobbygroep, is het instituut door critici afgeschilderd als bevooroordeeld. Niettemin staat het instituut in hoog aanzien bij de Amerikaanse politici. Het werkt nauw samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie en zijn deskundigen briefen regelmatig congresleden, ambtenaren en militairen. Zo ook Clawson, onderzoeksdirecteur en leider van het Iran Security Initiative, de op Iran gerichte onderzoeksgroep. In januari hield hij een pleidooi in de Senaat voor nieuwe sancties om de nucleaire impasse te doorbreken. Hij werd berucht toen hij in 2012 suggereerde dat de VS - bij gebrek aan Iraanse wil voor onderhandelingen - met een geheime operatie de Iraniërs zou kunnen provoceren een oorlog te beginnen.

Clawson denkt dat de VS het oorspronkelijke doel van de onderhandelingen heeft laten varen, omdat het voor Teheran simpelweg niet mogelijk is diens vreedzame bedoelingen te bewijzen. 'Sommige dingen zijn niet te verantwoorden als je beweert een vreedzaam atoomprogramma te runnen. Zo kan Iran's verrijkte uranium niet als brandstof gebruikt worden in de kerncentrale in Bushehr. Het is niet in staat uranium te verwerken tot de voor die specifieke reactor benodigde splijtstofstaven.' Alleen Atomstroiexport, het Russische staatsbedrijf dat de centrale gebouwd heeft en voorziet van brandstof, beschikt over dat vermogen.

Regionale heerschappij

Gevraagd welk doel het programma dan wel dient, wijst hij naar de Iraanse strijd met aartsrivaal Saoedi-Arabië om regionale heerschappij. Een Iraanse atoombom beangstigt de Saoedi's, maar volgens Clawson zien ze ook weinig in de onderhandelingen. 'Hoewel een akkoord de nucleaire vooruitgang stopt, zouden hardliners zich daardoor vrijer kunnen voelen die hegemonie na te streven op een niet-nucleaire manier, zoals het steunen van sjiitische milities. Het extra geld dat Iran door het verlichten van sancties daar aan kan besteden, is zelfs ondergeschikt aan het feit dat het zich veel minder geremd zou kunnen voelen door de internationale gemeenschap om de regio te destabiliseren.'

Mede daarom begon Saoedi-Arabië vorige week een oorlog in Jemen, zegt hij. Daar voert het een coalitie van soennitische landen aan tegen door Iran gesteunde sjiitische rebellen. De boodschap is duidelijk: Teherans invloed moet worden teruggedrongen, met of zonder Amerikaanse hulp. 'De Saoedi's stelden zich in het verleden vaak terughoudend op, ze lieten liever anderen het initiatief nemen. Maar sinds vorig jaar zetten ze steeds assertievere stappen: van militaire oefeningen en wapenaankopen tot de operatie in Jemen.' Zo tonen ze volgens Clawson alternatieven te hebben voor steun van hun Amerikaanse bondgenoot, nu die onderhandelt met Iran over verlichting van sancties - een door de Saoedi's verafschuwd idee.

De sancties hebben Iran namelijk enorme schade toegebracht. 'Enerzijds hebben sancties het Iraanse atoomprogramma vertraagd en de economie verzwakt. Anderzijds hebben ze de wereld laten zien dat de route die Iran bewandelt, een dwaze is. Elk land dat ontwikkeling van kernwapens overweegt, beseft nu dat dat een hoge economische tol eist en leidt tot internationale isolatie. En bovendien hebben de sancties Teheran terug doen keren naar de onderhandelingstafel.'

Maar Amerika heeft zich volgens hem verkeken op de onderhandelingen. 'Vooraf had de VS met zijn partners overeenstemming moeten bereiken over wat te doen als er geen akkoord bereikt wordt of Iran zijn afspraken schendt. Het befaamde principe speak softly, but carry a big stick.' Clawson zegt dat het geen kwaad kan als die stok duidelijk zichtbaar is - ware het nieuwe sancties of zelfs militair ingrijpen. 'Dat had de VS een sterkere onderhandelingspositie gegeven. Washington meende echter dat Iran niet gedwongen mocht lijken te zijn tot onderhandelingen; Teheran moest kunnen voordoen uit vrije wil te handelen. Maar daardoor is een goed akkoord verkrijgen veel lastiger geworden.'

Tot een toenadering tussen Teheran en Washington zal een akkoord niet leiden, denkt hij. 'Hoewel het Iraanse volk graag deel wil uitmaken van de wereld, zijn de hardliners nog altijd toegewijd aan het idee dat Iran geen natie is, maar een revolutionair streven. Bovendien blijft het regime er hartgrondig van overtuigd dat vooral de VS uit is op regime change. Nadat het Nederlandse parlement in 2005 het Perzischtalige Radio Zamaneh oprichtte, waarschuwde de Iraanse Revolutionaire Garde zelfs over de ernstige risico's van het Nederlands imperialisme. Zolang het regime in dergelijke zaken zogeheten post-modern imperialisme blijft zien, is toenadering tot het Westen uitgesloten.'