Mogadishu bouwt en herbouwt

De Somalische hoofdstad was een grotesk voorbeeld van anarchie, maar sinds een maand of zes verandert er iets. De stad bruist van ondernemingszin.

MOGADISHU - Twee mannen krijgen het op straat met elkaar aan de stok. Eerst klinken woedende verwijten, dan beginnen zij elkaar te slaan en te schoppen. Een groepje agenten probeert hen uit elkaar te krijgen. Het lukt niet. Dan trekt een agent zijn geweer en schiet van dichtbij in de lucht. De mannen vechten onverstoorbaar verder.


Nee, niet in Hollywood. In Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, de plaats waar iedereen zijn eigen regels lijkt te stellen. Nog een voorbeeldje. Een man wordt door agenten betrapt op een schijnbaar illegale activiteit. De dienders vragen hem naar zijn vergunning. De man kijkt op en snauwt hun toe: 'Wat is dat, een vergunning?'


Generaal Hirsi Ali, de man die het voorbeeld geeft, kan er zelf om lachen. Hij is al tientallen jaren agent, heeft zijn land nooit verlaten en is opgeklommen tot het hoofd van de verkeerspolitie. Een boeiende, maar weinig dankbare baan. 'We zullen het ermee moeten doen', zegt Ali. 'Dit is ons land, onze stad, het behoort ons allemaal toe. Het goede en het slechte.'


Van dat laatste, het slechte, is de geschiedenis overbekend. Somalië staat al sinds 1991, toen dictator Siad Barre werd verdreven, te boek als een soms bijna grotesk toonbeeld van anarchie. Mogadishu spande daarin vaak de kroon. Een ooit fleurige stad, met zowel Afrikaanse, Zuid-Europese als Arabische charmes, verkruimelde tot een grauwgrijze plek van doem en verderf.


De afgelopen jaren kwam het onheil er vooral voor rekening van de islamistische terreurbeweging Al-Shabaab. De gevechten tussen 'de jochies' en de milities van de TFG, de troepenmacht van de overgangsregering van Somalië, werden in Mogadishu pas in het voordeel van de laatste beslecht dankzij hulp van duizenden soldaten van Amisom, een vredesmacht van de Afrikaanse Unie.


Grote delen van Somalië worden nog steeds beheerst door Al-Shabaab, in het noorden hebben Somaliland en Puntland zichzelf onafhankelijkheid en autonomie toegekend, maar in de hoofdstad probeert de TFG haar legitimiteit te doen gelden. Tot eind augustus, als de oudere mannen van de vele Somalische clans eindelijk zijn uitgekomen op een min of meer democratisch gekozen, nieuwe president.


Maar de hoofdstedelingen wensen hierop niet te wachten. Sinds pakweg een halfjaar laten zij weer eens zien wat het betekent om in een land zonder staat een ondernemerseconomie te laten bloeien. De vroegere krijgsheren waren niet voor niets ook getalenteerde zakenlieden. Mogadishu probeert zichzelf opnieuw uit te vinden. Niet voor het eerst, en mogelijk ook niet voor het laatst. Maar als steeds met lef en elan.


Wet- en regelgeving sukkelen nog een beetje achter dit alles aan, maar krijgen ook langzaam hun plek. Het kantoor van generaal Ali is al geschilderd. Op zijn bureau, waar van een computer of zelfs maar typemachine geen sprake is, laat hij de modellen zien van het nieuwe rijbewijs.


In Mogadishu proberen agenten op meer dan vijftig plekken hun werk te doen, bijvoorbeeld via wegversperringen. Ook bij de deels gerenoveerde luchthaven. Daar landen steeds meer vliegtuigen, volgepakt met mannelijke Somaliërs uit de grote diaspora, die naar de hoofdstad komen om te bezien of daar ook voor hen, en wie weet zelfs voor hun familie, een nieuw leven valt op te bouwen.


Nur Farah (38) is een van hen. De loodgieter uit Rotterdam heeft achttien jaar in Nederland gewoond, bezit al jaren een Nederlands paspoort, maar is zo'n twee maanden geleden teruggekomen. Als het aan hem ligt, gaat hij in Mogadishu blijven en zullen te zijner tijd ook zijn Somalische vrouw en drie kinderen overkomen. 'Reken maar van wel. Ik heb grote hoop dat het hier kan lukken.'


Farah begrijpt dat het gezin nog even wil afwachten. 'Mensen zoals ik zijn de pioniers. Natuurlijk is dit nog geen prettig land om in te wonen en is Mogadishu nog niet de allerleukste plek. Ook voor mij was het wennen. 's Avonds uitgaan is nog te gevaarlijk. Maar overdag is het hier steeds prettiger toeven. Je kunt ook niet verwachten dat na meer dan twintig jaar oorlog alles in één keer voor elkaar zal zijn.'


Zakenpartners

Zoals veel diaspora-Somaliërs investeert Nur Farah in onroerend goed. Overal in de stad wordt gebouwd, herbouwd, of minstens geschilderd. Hij is bezig met het opknappen van een guesthouse en heeft met zakenpartners plannen voor nog andere panden. Uiteindelijk hoopt hij ook voor zichzelf en zijn familie een huis te bouwen, het liefst in de buurt van zee. 'Het is zo lekker daar. Er komen ook steeds meer restaurantjes. Somalië heeft geweldige kusten.'


En vrijwel altijd mooi weer. Op vrijdag, de officiële vrije dag, gaan we met Farah naar het strand Lido. Na het middaggebed stroomt de plek vol. Vooral jongere Somaliërs lopen tussen de kapotgeschoten gebouwen, die vroeger de strandtenten waren, naar de heldere zee. Een enkele man toont zich in zwembroek, de vrouwen houden alle kleding aan. Het flirten vindt onder de waterspiegel plaats. De tropische lucht zindert onder zo veel uitgelaten, nog maar net herwonnen vrijheid.


Farah maakt met zijn mobieltje een filmpje, bedoeld om straks zijn kinderen te laten zien hoe mooi het leven ook in Somalië kan zijn. 'Dit is een heel leuke plek, toch?' Het lijkt alsof hij zichzelf die vraag hardop stelt. Want ook hij kent wat hij 'de twee gezichten' van zijn land noemt. Aan de ene kant de hervonden vreugde, zoals hier op het strand, aan de andere kant de nog altijd niet volledig verdwenen dreiging van nieuwe terreur, nieuwe oorlog, nieuwe chaos.


Maar voor nu geldt de winst. De veiligheidssituatie in Mogadishu is zeker sterk verbeterd. Zelfmoordaanslagen, bermbommen en moorden blijven mogelijk. Maar journalisten bijvoorbeeld hoeven niet langer bij de vredesmacht Amisom 'embedded' te zijn en kunnen volstaan met het inhuren van particuliere beveiligers, tegenwoordig 'Peace Security Services' geheten. Somaliërs uit de diaspora lopen en rijden vrij rond. En dat te veel mannen wapens dragen en nu en dan een salvo de lucht in knallen: ach, 'vreugdevuur' lijkt er nog een beetje bij te horen.


Ook het Nationaal Theater werd gerenoveerd. In maart was de opening. Nauwelijks een maand later, tijdens een feestelijke bijeenkomst, blies een vrouw zich op en kwamen acht mensen om het leven. Er vlakbij, op de weg, staat een groot bord met een schilderij. Het beeldt een jongen af, die een flinke bezem door zijn land haalt. Nur Farah vertaalt de geschilderde snippers papier met alle 'ondeugden' die zijn land nog teisteren. 'Er is nog een boel werk te verrichten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden