Moeten we bang zijn voor jihadisten? Dit is wat de regering zegt

De militaire strijd tegen Islamitische Staat (IS) brengt ook nationale veiligheidsrisico's met zich mee. Nederland zal onder jihadisten een 'hoger profiel krijgen', zei vicepremier Lodewijk Asscher bij de presentatie van de Artikel 100-brief. Tegelijkertijd 'moet iedereen verder normaal doen', zo klonken de sussende woorden van minister Ivo Opstelten van Justitie. Moeten we nu bang zijn of niet? Wat is precies de boodschap van de overheid?

Vicepremier Asscher (rechts) en minister van Defensie Hennis presenteren de Nederlandse bijdrage aan de missie tegen IS. Beeld anp

De signalen richting de burger zijn dubbel. Enerzijds blijft het 'dreigingsniveau' hetzelfde, anderzijds is de dreiging toegenomen. Men moet waakzaam zijn, maar doorgaan met het gewone leven. Omdat de overheid geen inkijk wil geven in de keuken van de veiligheidsdiensten, spreken de bewindslieden in algemene termen. De burger kan slechts gissen naar de precieze gevaren, of het ontbreken daarvan.

De vicepremier zei vorige week bijvoorbeeld: 'Voor ons allemaal geldt dat als we iets zien wat niet klopt, we dat melden aan de politie.' Maar, voegde hij toe, 'we moeten ons niet gek laten maken en moeten we vooral doorgaan met ons leven'. Minister Opstelten zei simpelweg dat 'je gewoon uit je doppen moet kijken'. Zijn advies: 'Iedereen moet normaal zijn gang gaan en doen wat hij van plan was te doen. Ga de stad in, doe wat je leuk vindt.' Om aan te tonen dat het openbaar vervoer veilig is ging hij die avond zelf met de metro naar een concert in Rotterdam.

Dat zijn de sussende woorden van de bewindslieden. Maar wat schrijft het kabinet in de Artikel 100-brief aan de Tweede Kamer? Door deelname aan de coalitie tegen IS geldt voor Nederland 'een hogere terroristische dreiging en een hoger risico van aanslagen'. De toegenomen dreiging past echter nog binnen het huidige dreigingsniveau 'substantieel'. Dat wordt pas verhoogd naar het hoogste niveau, 'kritiek', als er sprake is van 'concrete aanwijzingen voor een aanslag tegen Nederlandse doelen'.

Jihadgangers vormen risico
Dat dreigingsniveau is al sinds maart 2013 hetzelfde en staat op het derde van vier niveaus. In de 3,5 jaar daarvoor was de dreiging 'beperkt'. Dick Schoof, sinds 1 maart 2013 aangesteld als nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid (NCTV), verhoogde anderhalf jaar geleden het niveau vanwege een 'substantiële stijging van het aantal jihadreizigers naar Afrika en het Midden-Oosten, met name naar Syrië'. Toen ging het nog om 'tientallen personen'. Inmiddels zijn zo'n 140 jihadgangers afgereisd naar het Midden-Oosten.

'Substantieel' betekent volgens de NCTV dat 'de kans op een aanslag reëel is', dat er aanslagen plaatsvinden in 'andere, met Nederland vergelijkbare landen', dat er sprake is van radicalisering en rekrutering 'op grote schaal' en dat Nederland geregeld wordt genoemd 'in verklaringen van serieus te nemen terroristische netwerken'.

Minister Opstelten van Justitie in de Tweede Kamer. Beeld anp

Volgens het 'Dreigingsbeeld' van de NCTV van maart 2013 wordt Nederland door jihadisten gezien als land 'waarin moslims worden gediscrimineerd en hun geloof geregeld wordt beledigd'. Nederland wordt gerekend tot 'het verbond van 'kruisvaarders tegen de islam' omdat het met andere westerse landen militair actief is in islamitische landen', schreef de NCTV toen.

Niveau niet verhoogd, dreiging wel toegenomen
Omdat de NCTV slechts vier niveaus hanteert, blijft de dreiging 'substantieel' terwijl die door de militaire bijdrage aan de strijd tegen IS wel is toegenomen. Had de overheid bijvoorbeeld een dreigingsmeter van 1 tot 10 aangehouden, dan was die mogelijk wel een stapje geklommen. Minister Asscher sprak immers van een verhoogd profiel onder jihadisten. 'Onze veiligheidsdiensten zijn paraat', zei hij. 'Het dreigingsbeeld wordt permanent gemonitord.'

Dat leidde vorige week meteen tot een zichtbare maatregel. Het ministerie van Defensie reageerde op een videoboodschap van een Nederlandse jihadist in Syrië die opriep tot een 'stevige daad' tegen de overheid. Militairen werd geadviseerd niet in uniform te reizen in het openbaar vervoer. Generaal Tom Middendorp, de Commandant der Strijdkrachten, zei vandaag in de Tweede Kamer dat het advies niet vrijblijvend is. Alle militairen moeten zich aan de richtlijn houden, zei hij. De preventieve maatregel blijft van kracht totdat het risico weer afneemt.

NCTV Dick Schoof in de Tweede Kamer. Beeld anp

Hij pleitte tegelijkertijd voor nuchterheid. 'We moeten het niet groter maken dan het is'. Ook coördinator terrorismebestrijding Schoof zei dat de dreiging wel 'iets groter is geworden, maar dat we dit niet moeten overdrijven'. De risico's van de missie tegen IS zijn beperkt, zeiden beide heren. Dat geldt volgens hen zowel in Nederland als voor de deelnemende militairen. Schoof stelde dat mensen in Nederland niet ongerust hoeven te zijn. 'Dat is niet nodig en helpt ons allemaal niet.'

De regering neemt extra maatregelen die onzichtbaar zijn voor het publiek. Minister Ronald Plasterk, verantwoordelijk voor de binnenlandse veiligheidsdienst AIVD, stelde vrijdag dat extra capaciteit is vrijgemaakt vanwege de toegenomen dreiging. Het jihadisme heeft nu prioriteit bij de diensten. Extra mensen zijn aangetrokken en andere projecten zijn uitgesteld.

Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp naast Minister Hennis van Defensie. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden