Moeten alle kinderen eerder naar school?

Moeten alle kinderen eerder naar school? Over wat dat oplevert zijn de meningen verdeeld. Maar de populariteit van voorschoolse educatie groeit. Op de Oliebron werken de peuters flink door, tot het opruimlied klinkt.

Op de voorschool in Schoonebeek, gemeente Emmen. Het peuteronderwijs, oftewel de voorschoolse educatie, maakt in Nederland een flinke groei door, ook voor peuters zonder achterstand.Beeld Aurélie Geurts

Het kwartje is nog niet helemaal gevallen. Peuterleidster Lisette de Jonge probeert de tien peuters die in een kring om haar heen zitten het verschil tussen een driehoek, een vierkant en een cirkel te leren. Ze houdt een vierkant omhoog. 'Is dit een driehoek?'

Bente, haar blonde haar in twee staartjes, staart naar het houten blokje en fronst. 'Ja!', besluit ze uiteindelijk, zeker van haar zaak. De peuter naast haar murmelt instemmend: 'Driehoek, driehoek.'

'En deze dan?', De Jonge pakt een driehoek op. 'Hoeveel hoeken heeft deze?' Ze gaat met haar vinger de hoeken af en telt. Eén, twee, drie. 'Is dit een driehoek?' Bente staat op van haar stoeltje en roept, nog stelliger dan net: 'Nee!'

Welkom in het peuteronderwijs. Het is half elf 's morgens op basisschool de Oliebron in Schoonebeek. Op de protestants-christelijke school, vernoemd naar het olieveld dat zich onder het Drentse dorp bevindt, zijn de jongste leerlingen 2,5. Op de basisschool is sinds kort een voorschool gevestigd. Peuters tot 4 jaar oud komen hier tien uur per week om te spelen, maar ook om te oefenen met tellen en taal. Als ze 4 zijn hoeven ze maar een paar klaslokalen te verhuizen naar groep 1.

Ouders brengen hun kinderen graag. Kinderen kunnen hier alvast wennen aan school, van velen van hen lopen ook oudere broertjes en zusjes in hetzelfde gebouw rond. De voorschool blijkt zo populair, dat al na een half jaar een tweede groep moest worden opgericht.

De Oliebron is geen uitzondering. Het peuteronderwijs is de laatste jaren flink gegroeid in Nederland. De onderwijsvorm (officieel: 'voorschoolse educatie') is bedoeld om kinderen met het risico op een achterstand al op jonge leeftijd een duwtje in de rug te geven. In de grote steden krijgt inmiddels 80 procent van de jonge kinderen een vorm van peuteronderwijs, blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs dat vandaag verschijnt.

Verdeeld

Ook kinderen zonder achterstand gaan steeds vaker naar de voorschool. Grote steden als Rotterdam en Amsterdam bieden al hun kinderen een plekje op een voorschool aan. Amsterdam besloot onlangs zelfs het aantal uren uit te breiden van 6 naar 15. De kosten zijn afhankelijk van het inkomen, voor achterstandskinderen is er een tegemoetkoming.

De gemeente Emmen, waaronder Schoonebeek valt, besloot eerder deze maand alle kinderen een plek in het peuteronderwijs te bieden. Op alle ruim zestig basisscholen in de gemeente moet een voorschool komen. 'Het moet normaal worden dat kinderen al vanaf hun 2,5de naar de basisschool gaan', zegt onderwijswethouder Bouke Durk Wilms.

Niet iedereen denkt er zo over. Wetenschappers en organisaties rondom de kinderopvang zijn in Nederland sterk verdeeld over het nut van voorschoolse educatie.

Het neekamp, waartoe onder andere oudervereniging Boink behoort, wijst op een groot onderzoek dat in 2015 verscheen. Bijzonder hoogleraar kinderopvang Ruben Fukkink deed toen een meta-analyse van 21 Nederlandse studies naar het effect van de voorschool. Het resultaat noemde hij een inconvenient truth, een ongemakkelijke waarheid. Voorschoolse educatie blijkt volgens zijn onderzoek 'geen toegevoegde waarde' te hebben voor de ontwikkeling van het jonge kind.

'Peuters tot 4 jaar oud komen hier tien uur per week om te spelen, maar ook om te oefenen met tellen en taal.'Beeld Aurélie Geurts

Citogegevens

Een onderzoek van de Radboud Universiteit van een jaar eerder wijst in dezelfde richting. De onderzoekers bekeken Citogegevens van een paar duizend kinderen die peuteronderwijs hadden gevolgd. Het effect bleek minder dan nul. De kinderen die achterstandsonderwijs hadden gevolgd deden het een paar jaar later minder goed dan vergelijkbare kinderen die niet naar de voorschool waren geweest.

Het jakamp zwaait op zijn beurt met een stapel onderzoeken die het tegenovergestelde aantonen. Zo kwam het CPB in maart met een rapport waaruit blijkt dat peuters na de voorschool minder vaak blijven zitten in groep 1 en 2.

De Utrechtse hoogleraar pedagogiek Paul Leseman werkte mee aan een groot onderzoek waarvoor drieduizend jonge kinderen jarenlang werden gevolgd. 'Achterstandskinderen maken op de voorschool een enorme inhaalslag op het gebied van woordenschat en cognitieve functies.' De onderzochte peuters haalden een deel van hun achterstand in op de voorschool.

Vormen

Op de Oliebron twijfelen de leidsters niet over het resultaat van hun werk. 'Wij zien ze gewoon vooruitgaan', zegt Lisette de Jonge. Belangrijker: de leidsters horen het van ouders. 'Die merken het vaak al na een paar weken. Hun kind praat thuis veel meer en is socialer.'

De leidster buigt zich over een blonde jongen die wild met papieren driehoekjes en vierkantjes aan het strooien is. 'Heb je niet wat lijm nodig, Stijn?' Het lesje vormen herkennen is inmiddels overgegaan in knutselen met vormen. De peuters hebben ieder een vel papier gekregen met daarop een driehoek, vierkant en cirkel. In elk vlak mogen ze met lijm kleine vierkantjes, driehoekjes of cirkels plakken.

Corrigeren

Stijn laat de opdracht voor wat die is en werkt aan een woeste mondriaan. Aan de andere kant van de tafel is Bente nog altijd van mening dat driehoeken uiteindelijk ook gewoon een soort vierkanten zijn. Ze plakt het op het vel getekende vierkant helemaal vol met roze driehoeken. 'Kijk, allemaal hetzelfde', zegt ze tevreden.

De Jonge laat het erbij. 'Dit is geen school', zegt ze. Kinderen moeten het in de eerste plaats naar hun zin hebben. 'Ik stel wel vragen om ze aan het denken te zetten, maar ik ga niet corrigeren.'

'De voorschool blijkt zo populair, dat al na een half jaar een tweede groep moest worden opgericht.'Beeld Aurélie Geurts

De peuters die vandaag in de groep zitten zijn, op één na, geen kinderen met een achterstand. Dat is een bewuste keuze van de gemeente Emmen, legt onderwijswethouder Wilms uit. 'We willen alle kinderen de beste ontwikkelingskansen bieden.'

Voorschoolse educatie is in Emmen al jaren een aandachtspunt. Vooral ten oosten van de stad, in de voormalige veenkoloniën, is veel sociale problematiek, zegt Wilms. 'Vergelijk het met de mijnstreek in Limburg. Het is een gebied met nog altijd relatief veel armoede, waar mensen vaak laagopgeleid zijn.'

De voorschool moeten gelijke kansen bieden, maar niet door achterstandskinderen te scheiden van kinderen die zich normaal ontwikkelen. 'Dat vinden wij stigmatiserend. Een kind zo jong al een label opplakken en apart zetten doet het geen goed.'

Nog zo'n twistpunt in het toch al tot op het bot verdeelde peuteronderwijsveld. Hebben alle kinderen recht op voorschoolse educatie, of alleen de kinderen met een achterstand?

Staatssecretaris

Verantwoordelijk staatssecretaris Dekker is voorstander van de laatste variant. Het aantal plekken op voorscholen is inmiddels hoger dan het aantal doelgroepkinderen, schrijft hij vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. 'Dit roept de vraag op of de beschikbare middelen besteed zijn aan de kinderen voor wie het bedoeld is.'

Hoogleraar Paul Leseman geeft hem gelijk. Uit zijn onderzoek blijkt dat op locaties waar meer kinderen met een achterstand zitten de kwaliteit hoger is. 'We weten niet hoe dat komt. Mogelijk zien leidsters van dit soort groepen meer het belang van hun werk en zetten ze zich harder in om deze kinderen verder te helpen.'

Als het aan Boink-voorzitter Gjalt Jellesma ligt, gaan alle kinderen juist samen naar de voorschool. 'We weten uit het buitenland dat peuteronderwijs het meest oplevert als je werkt met gemengde groepen voor minimaal 16 en maximaal 20 uur per week.'

Op voorschool de Oliebron denken de leidsters er hetzelfde over. 'Kinderen van verschillenden niveaus trekken zich aan elkaar op', zegt Ellie de Vries. Ze ziet het elke dag gebeuren. De jongste kinderen, die nog niet zindelijk zijn, zien oudere peuters naar de wc gaan. 'Dan willen ze ook zelf plassen en gaat die zindelijkheid opeens veel sneller.'

Naast haar werk op de voorschool is de leidster ook actief op een gewone peuterspeelzaal, met veel meer achterstandskinderen. 'Het niveau is daar veel lager. Hier kun je die paar kinderen met een achterstand meer tijd geven, daar wordt dat krap.'

Woord

Op de voorschool is het inmiddels bijna tijd om naar huis te gaan. Het 'opruimlied' heeft al geklonken. De peuters zijn zo gewend aan het ritme dat ze uit zichzelf stoeltjes in een kring beginnen te zetten voor de afsluiting. 'Wat hebben we weer hard gewerkt', zegt De Vries als iedereen zit. 'Weten jullie nog wat we allemaal gedaan hebben?'

De peuters staren glazig voor zich uit. 'Geverfd?', oppert een meisje uiteindelijk. 'Nou, dat niet', zegt De Vries. 'Maar we hebben wel gelijmd. Wat stonden er ook al weer voor vormen op het papier?' 'Een vierhoek en een eh... jontje', begint een van de peuters. Bente veert op: 'En een driehoek!' Het woord is alvast blijven hangen.

Voorschoolse educatie

- Voorschoolse educatie, bedoeld voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, kent vele gedaanten: veel peuterspeelzalen en kinderopvanglocaties bieden die aan. Er zijn ook 'peuterspeelscholen' en Integrale Kindcentra waar aan peuteronderwijs wordt gedaan, en voorscholen als de Oliebron in Schoonebeek, inpandig in een basisschool.

- Groepen bestaan uit maximaal zestien peuters, voor minimaal 10 uur per week: vier ochtenden van 2,5 uur.

- Wie er in aanmerking komt voor voorschoolse educatie verschilt per gemeente. Zo kan er worden gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders of naar de taal die bij het kind thuis wordt gesproken.

- De kosten variëren per stad. Vaak betalen ouders van doelgroepkinderen weinig of niets, en ouders van kinderen zonder risico op achterstand naar inkomen. In Amsterdam mogen nu alle kinderen gratis 6 uur per week naar de voorschool, maar dat gaat veranderen, kondigde de gemeente deze maand aan.

- In 2020 gaat er 50 miljoen euro minder naar de voorscholen. Volgens verantwoordelijk staatssecretaris Dekker is minder geld nodig: het aantal kinderen met een leerachterstand daalt. De grote steden protesteerden in 2016 tegen die plannen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden